Back to Languages

Dutch - Chapter 15 - Al-Hijr

Translation by Salomo Keyzer — Permalink

Verse 1 — Surah Al-Hijr 15:1

R. Dit zijn de teekens van het boek en van den duidelijken Koran

Verse 2 — Surah Al-Hijr 15:2

De tijd zal komen, waarop de ongeloovigen zullen wenschen, dat zij Moslems mochten zijn geweest

Verse 3 — Surah Al-Hijr 15:3

Sta hun toe te eten en te genieten in deze wereld, en laat hun hoop voeden; doch hierna zullen zij hunne dwaasheid kennen

Verse 4 — Surah Al-Hijr 15:4

Wij hebben geene stad verwoest, zonder dat een vastgestelde tijd van berouw voor haar bepaald werd

Verse 5 — Surah Al-Hijr 15:5

Geen volk zal gestraft worden voordat zijn tijd zal zijn gekomen, en deze zal niet worden verschoven

Verse 6 — Surah Al-Hijr 15:6

De bewoners van Mekka zeggen tot Mahomet: O gij! wien de vermaning werd nedergezonden, gij zijt zekerlijk door den duivel bezeten

Verse 7 — Surah Al-Hijr 15:7

Zoudt gij niet met een gevolg van engelen tot ons zijn gekomen, indien gij de waarheid hadt gesproken

Verse 8 — Surah Al-Hijr 15:8

Antwoord: Wij zenden geene engelen neder, dan bij eene voegzame gelegenheid. Dan zullen de ongeloovigen niet meer worden uitgesteld

Verse 9 — Surah Al-Hijr 15:9

Waarlijk, wij hebben den Koran nedergezonden, en wij zullen dien zekerlijk voor vervalsching behoeden

Verse 10 — Surah Al-Hijr 15:10

Wij hebben vroeger, vóór u, gezanten tot de oude secten gezonden

Verse 11 — Surah Al-Hijr 15:11

En er kwam geen gezant tot hen, dien zij niet tot het voorwerp hunner spotternijen maakten

Verse 12 — Surah Al-Hijr 15:12

Evenzoo zullen wij de harten der zondige bewoners van Mekka er toe brengen, hunnen profeet te bespotten

Verse 13 — Surah Al-Hijr 15:13

Zij zullen niet in hem gelooven niettegenstaande de straf der volkeren reeds vroeger werd uitgevoerd

Verse 14 — Surah Al-Hijr 15:14

Indien wij hun de poorten der hemelen zouden ontsluiten, en zij reeds gereed zouden zijn daar binnen te gaan

Verse 15 — Surah Al-Hijr 15:15

Zouden zij veeleer uitroepen: Onze oogen zijn slechts verblind door dronkenschap, of wij bevinden ons onder den indruk eener zinsbeguicheling

Verse 16 — Surah Al-Hijr 15:16

Wij hebben de twaalf teekens in den hemel geplaatst en die in verschillende vormen voorgesteld voor hen, die acht geven

Verse 17 — Surah Al-Hijr 15:17

Wij verdedigen deze tegen de aanslagen van iederen duivel welke met steenworpen werd teruggedreven

Verse 18 — Surah Al-Hijr 15:18

Behalve hij, die aansluipt om te luisteren, en op wien dan eene zichtbare vlam wordt afgeschoten

Verse 19 — Surah Al-Hijr 15:19

Wij hebben ook de aarde uitgespreid en vaste bergen daarop geplaatst, en wij hebben alle planten in eene bewonderingswaardige orde daaruit doen spruiten

Verse 20 — Surah Al-Hijr 15:20

En wij hebben daarop levensbehoeften voor u geplaatst en voor de wezens, welke gij niet onderhoudt

Verse 21 — Surah Al-Hijr 15:21

Er is geene zaak, waarvan de voorraadschuren niet in onze handen zijn, en wij deelen die slechts in eene bepaalde mate uit

Verse 22 — Surah Al-Hijr 15:22

Wij zenden ook de winden, die de bezwangerde wolken voortstuwen en wij zenden water van den hemel waarvan wij u geven te drinken, en hetwelk gij niet bewaart

Verse 23 — Surah Al-Hijr 15:23

Waarlijk, wij geven leven en doen sterven, en wij zijn de erfgenamen van alle dingen

Verse 24 — Surah Al-Hijr 15:24

Wij kennen hen die vooruit gaan, en wij kennen hen die achterblijven

Verse 25 — Surah Al-Hijr 15:25

En uw Heer zal hen op den laatsten dag verzamelen; want hij is alwetend en wijs

Verse 26 — Surah Al-Hijr 15:26

Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht

Verse 27 — Surah Al-Hijr 15:27

Vóór hem hadden wij reeds de geniussen uit een fijn vuur gemaakt

Verse 28 — Surah Al-Hijr 15:28

En gedenk, toen de Heer tot de engelen zeide: Waarlijk, ik heb den mensch geschapen van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht

Verse 29 — Surah Al-Hijr 15:29

Als ik hem dus volkomen gevormd en mijn geest in hem geblazen zal hebben zult gij dan voor hem nedervallen en hem aanbidden

Verse 30 — Surah Al-Hijr 15:30

En al de engelen baden Adam gezamenlijk aan

Verse 31 — Surah Al-Hijr 15:31

Behalve Eblis, die weigerde met hen te zijn, welke hem aanbaden

Verse 32 — Surah Al-Hijr 15:32

En God zeide tot hem: Wat verhindert u met degenen te zijn, die Adam aanbidden

Verse 33 — Surah Al-Hijr 15:33

Hij antwoordde: Ik zal den mensch niet aanbidden; dien gij gevormd hebt van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gekneed

Verse 34 — Surah Al-Hijr 15:34

God zeide: Ga dus heen; want gij zult met steenen verdreven worden

Verse 35 — Surah Al-Hijr 15:35

En een vloek zal op u rusten tot op den dag des oordeels

Verse 36 — Surah Al-Hijr 15:36

De duivel zeide: O Heer! geef mij uitstel tot den dag der opstanding

Verse 37 — Surah Al-Hijr 15:37

God antwoordde: Waarlijk, gij zult tot hen behooren, die uitstel hebben verkregen

Verse 38 — Surah Al-Hijr 15:38

Tot den dag van den bepaalden tijd

Verse 39 — Surah Al-Hijr 15:39

De duivel (Eblis) antwoordde: Omdat gij mij hebt nedergeworpen, zal ik het kwade behagelijk voor den mensch maken, en hen allen verleiden

Verse 40 — Surah Al-Hijr 15:40

Uwe oprechte dienaren zullen alleen gespaard worden

Verse 41 — Surah Al-Hijr 15:41

God zeide: Dit is de rechte weg

Verse 42 — Surah Al-Hijr 15:42

Wat mijne dienaren betreft, gij zult geene macht over hen hebben; maar alleen over hen, die verleid zullen worden en die u zullen volgen

Verse 43 — Surah Al-Hijr 15:43

De hel is zekerlijk voor hen allen bestemd

Verse 44 — Surah Al-Hijr 15:44

Zij heeft zeven ingangen; voor iederen ingang zal een bijzonder aantal hunner worden aangewezen

Verse 45 — Surah Al-Hijr 15:45

Maar zij, die God vreezen, zullen in tuinen wonen, te midden van fonteinen

Verse 46 — Surah Al-Hijr 15:46

De engelen zullen tot hen zeggen: Treedt hier binnen in vrede en zekerheid

Verse 47 — Surah Al-Hijr 15:47

Wij zullen alle valschheid uit hunne harten wegnemen. Zij zullen als broeders zijn, en tegen over elkander zitten op rustbanken

Verse 48 — Surah Al-Hijr 15:48

Geene vermoeienis zal hen kwellen, en nimmer zullen zij uit die woonplaats worden geworpen

Verse 49 — Surah Al-Hijr 15:49

Verklaar mijne dienaren, dat ik de genadige, de barmhartige God ben

Verse 50 — Surah Al-Hijr 15:50

En dat mijne straf eene gestrenge straf is

Verse 51 — Surah Al-Hijr 15:51

En verhaal hun de geschiedenis van de gasten van Abraham

Verse 52 — Surah Al-Hijr 15:52

Toen zij bij hem binnentraden en hem groetten, zeide hij: Gij hebt ons bevreesd gemaakt

Verse 53 — Surah Al-Hijr 15:53

En zij antwoordden: Vrees niets: wij brengen u de belofte van een wijzen zoon

Verse 54 — Surah Al-Hijr 15:54

Hij zeide: Brengt gij mij de belofte van een zoon, nu ik oud geworden ben? Wat verhaalt gij mij derhalve

Verse 55 — Surah Al-Hijr 15:55

Zij zeiden: Wij hebben u de waarheid verhaald; wanhoop dus niet

Verse 56 — Surah Al-Hijr 15:56

Hij antwoordde: En wie wanhoopt aan Gods genade, behalve zij die dwalen

Verse 57 — Surah Al-Hijr 15:57

En hij zeide: Wat is dus uwe zending, o gezanten van God

Verse 58 — Surah Al-Hijr 15:58

Zij antwoordden: Waarlijk, wij werden gezonden om een zondig volk te verdelgen

Verse 59 — Surah Al-Hijr 15:59

Maar wat de leden van Lots gezin betreft, zullen wij allen redden

Verse 60 — Surah Al-Hijr 15:60

Uitgenomen zijne vrouw. Wij hebben besloten, dat zij zal achterblijven om met de ongeloovigen te worden verwoest

Verse 61 — Surah Al-Hijr 15:61

En toen de boodschappers tot het gezin van Lot kwamen

Verse 62 — Surah Al-Hijr 15:62

Zeide hij tot hen: Waarlijk, gij zijt een volk, dat mij onbekend is

Verse 63 — Surah Al-Hijr 15:63

Zij antwoordden: Maar wij zijn tot u gekomen om de straf uit te voeren, waaromtrent uwe medeburgers in twijfel verkeeren

Verse 64 — Surah Al-Hijr 15:64

Wij verhalen u eene zekere waarheid, en wij zijn gezanten der waarheid

Verse 65 — Surah Al-Hijr 15:65

Breng dus uw gezin gedurende den nacht weg, en volg gij achter hen; en laat zich niemand uwer omkeeren, maar ga waarheen men u beveelt

Verse 66 — Surah Al-Hijr 15:66

En wij gaven hem dit bevel, daar dit volk, tot op den laatsten man, vóór den volgenden dag moest zijn verdelgd

Verse 67 — Surah Al-Hijr 15:67

En de bewoners der stad kwamen tot Lot, zich verblijdende in het nieuws der aankomst van vreemdelingen

Verse 68 — Surah Al-Hijr 15:68

En hij zeide tot hen: Waarlijk, dit zijn mijne gasten; doe mij dus niet in ongenade vervallen, door hen te misbruiken

Verse 69 — Surah Al-Hijr 15:69

Maar vreest God en bedekt mij niet met schande

Verse 70 — Surah Al-Hijr 15:70

Zij antwoordden: Hebben wij u niet verboden een mensch te ondersteunen

Verse 71 — Surah Al-Hijr 15:71

Lot hernam: Dit zijn mijne dochters, maak dus eerder van haar gebruik, indien gij vast besloten hebt nopens hetgeen gij wilt doen

Verse 72 — Surah Al-Hijr 15:72

Zoo waar gij leeft, zij dwaalden in beschonkenheid

Verse 73 — Surah Al-Hijr 15:73

Daarom overviel hun een vreeselijke storm van den hemel, bij het opgaan der zon

Verse 74 — Surah Al-Hijr 15:74

En wij keerden de stad ten onderste boven en lieten er een regen op nedervallen van steenen uit gebakken klei

Verse 75 — Surah Al-Hijr 15:75

Waarlijk, daarin zijn teekens voor de menschen, die deze aandachtig nagaan

Verse 76 — Surah Al-Hijr 15:76

En deze steden werden gestraft, tot het banen van een rechten weg voor den mensch, om dien te bewandelen

Verse 77 — Surah Al-Hijr 15:77

Waarlijk, hierin is een teeken voor de ware geloovigen

Verse 78 — Surah Al-Hijr 15:78

De bewoners van het bosch van Midian waren mede goddeloos

Verse 79 — Surah Al-Hijr 15:79

Daarom namen wij wraak op hen. En zij werden beide verdelgd, om als een duidelijk voorbeeld te dienen voor de menschen, ten einde daarnaar hunne daden te richten

Verse 80 — Surah Al-Hijr 15:80

En de bewoners van Al Hedjr beschuldigden Gods gezanten eveneens van bedrog

Verse 81 — Surah Al-Hijr 15:81

En wij toonden hun onze teekens; maar zij wendden zich ver daarvan af

Verse 82 — Surah Al-Hijr 15:82

Zij hieuwen huizen in de bergen uit om zich te beveiligen

Verse 83 — Surah Al-Hijr 15:83

Maar een vreeselijk onweder van den hemel overviel hen des morgens

Verse 84 — Surah Al-Hijr 15:84

Wat zij gedaan hadden, was volstrekt niet voordeelig voor hen

Verse 85 — Surah Al-Hijr 15:85

Wij hebben de hemelen en de aarde, en wat zich daartusschen bevindt, niet dan in onrechtvaardigheid en niet te vergeefs geschapen, en het uur des oordeels zal zekerlijk komen. Vergeef dus uw volk, o Mahomet! met eene barmhartige vergiffenis

Verse 86 — Surah Al-Hijr 15:86

Waarlijk, uw Heer is de schepper van u en van hen, en weet wat het nuttigste is

Verse 87 — Surah Al-Hijr 15:87

Wij hebben u reeds zeven verzen gebracht, die dikwijls moesten worden herhaald, en den heerlijken Koran

Verse 88 — Surah Al-Hijr 15:88

Werp uwe blikken niet op de goede dingen, welke wij aan onderscheidenen der ongeloovigen hebben geschonken, en begeer die niet. Wees nimmer bedroefd over hen. Gedraag u zachtmoedig omtrent de ware geloovigen

Verse 89 — Surah Al-Hijr 15:89

Zeg hun: Waarlijk, ik ben een openbaar prediker

Verse 90 — Surah Al-Hijr 15:90

Indien zij niet gelooven, zullen wij hun eene gelijke straf opleggen, als aan de verdeelers

Verse 91 — Surah Al-Hijr 15:91

Die den Koran in verschillende deelen onderscheiden

Verse 92 — Surah Al-Hijr 15:92

Want door uw Heer, o Mahomet! zullen wij hen ondervragen

Verse 93 — Surah Al-Hijr 15:93

Nopens al hunne daden

Verse 94 — Surah Al-Hijr 15:94

Openbaar dus wat u werd bevolen en, wend u af van de afgodendienaars

Verse 95 — Surah Al-Hijr 15:95

Wij zullen u zekerlijk bijstaan tegen de spotters

Verse 96 — Surah Al-Hijr 15:96

Die een anderen God met God vereenigen. Zij zullen zekerlijk hunne dwaasheid kennen

Verse 97 — Surah Al-Hijr 15:97

En wij weten, dat gij diep gegriefd zijt door het verhaal van hetgeen zij zeggen

Verse 98 — Surah Al-Hijr 15:98

Maar verheerlijk den lof van uwen Heer en aanbid hem

Verse 99 — Surah Al-Hijr 15:99

En dien uwen Heer, tot de dood u overvalt