Verse 1 — Surah An-Naba 78:1
Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander
Verse 2 — Surah An-Naba 78:2
Nopens het groote nieuws der opstanding
Verse 3 — Surah An-Naba 78:3
Omtrent welke zij niet overeenstemmen
Verse 4 — Surah An-Naba 78:4
Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen
Verse 5 — Surah An-Naba 78:5
Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen
Verse 6 — Surah An-Naba 78:6
Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid
Verse 7 — Surah An-Naba 78:7
En de bergen als staken om haar te bevestigen
Verse 8 — Surah An-Naba 78:8
Hebben wij u niet van twee seksen geschapen
Verse 9 — Surah An-Naba 78:9
En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten
Verse 10 — Surah An-Naba 78:10
Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken
Verse 11 — Surah An-Naba 78:11
En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen
Verse 12 — Surah An-Naba 78:12
Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd
Verse 13 — Surah An-Naba 78:13
En daarin eene brandende lamp geplaatst
Verse 14 — Surah An-Naba 78:14
En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen
Verse 15 — Surah An-Naba 78:15
Om daardoor graan en kruiden voort te brengen
Verse 16 — Surah An-Naba 78:16
En tuinen, dicht beplant met boomen
Verse 17 — Surah An-Naba 78:17
Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip
Verse 18 — Surah An-Naba 78:18
De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken
Verse 19 — Surah An-Naba 78:19
De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan
Verse 20 — Surah An-Naba 78:20
De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden
Verse 21 — Surah An-Naba 78:21
Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn
Verse 22 — Surah An-Naba 78:22
Eene bergplaats voor de zondaren
Verse 23 — Surah An-Naba 78:23
Die daar gedurende eeuwen zullen wonen
Verse 24 — Surah An-Naba 78:24
Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank
Verse 25 — Surah An-Naba 78:25
Behalve kokend water en bedorven vocht
Verse 26 — Surah An-Naba 78:26
Eene geschikte vergelding voor hunne daden
Verse 27 — Surah An-Naba 78:27
Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen
Verse 28 — Surah An-Naba 78:28
En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden
Verse 29 — Surah An-Naba 78:29
Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven
Verse 30 — Surah An-Naba 78:30
Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen
Verse 31 — Surah An-Naba 78:31
Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt
Verse 32 — Surah An-Naba 78:32
Tuinen met boomen beplant en wijngaarden
Verse 33 — Surah An-Naba 78:33
En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen
Verse 34 — Surah An-Naba 78:34
En een vollen beker
Verse 35 — Surah An-Naba 78:35
Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren
Verse 36 — Surah An-Naba 78:36
Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift
Verse 37 — Surah An-Naba 78:37
Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen
Verse 38 — Surah An-Naba 78:38
Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is
Verse 39 — Surah An-Naba 78:39
Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren
Verse 40 — Surah An-Naba 78:40
Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt. Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof