Back to Languages

Dutch - Chapter 23 - Al-Muminun

Translation by Sofian S. Siregar — Permalink

Verse 1 — Surah Al-Muminun 23:1

Waarlijk, de gelovigen slagen

Verse 2 — Surah Al-Muminun 23:2

Degenen die nederig zijn in hun shalât

Verse 3 — Surah Al-Muminun 23:3

En degenen die nutteloos gepraat vemijden

Verse 4 — Surah Al-Muminun 23:4

En degenen die hun plicht tot zakât nakomen

Verse 5 — Surah Al-Muminun 23:5

En degenen die hun kuisheid bewaken

Verse 6 — Surah Al-Muminun 23:6

Behalve tegenover hun echtgenotes en hun slavinnen, dan worden zij niet verweten

Verse 7 — Surah Al-Muminun 23:7

Maar wie meer dan dat wensen: zij zijn degenen die de overtreders zijn

Verse 8 — Surah Al-Muminun 23:8

En degenen die goed zorgen voor wat hen is toevertrouwd en voor hun beloften

Verse 9 — Surah Al-Muminun 23:9

En degenen die hun shalât onderhouden

Verse 10 — Surah Al-Muminun 23:10

Zij zijn degenen die de erfgenamen zijn

Verse 11 — Surah Al-Muminun 23:11

Degenen die Firdaus (het Paradijs) zullen erven, zij zijn daarin eeuwig levenden

Verse 12 — Surah Al-Muminun 23:12

En voorzeker, Wij hebben de mens uit een uittreksel van klei geschapen

Verse 13 — Surah Al-Muminun 23:13

Vervolgens maakten Wij hem tot een druppel in een stevige bewaarplaats

Verse 14 — Surah Al-Muminun 23:14

Vervolgens schiepen Wij de druppel tot een bloedklonter, toen vormden Wij de bloedklonter tot een vleesklomp, waarna Wij de vleesklomp voorzagen van beenderen, die Wij vervolgens met vlees bekleedden. Later scheppen Wij een andere schepping. Gezegend is daarom Allah, de Beste der Scheppers

Verse 15 — Surah Al-Muminun 23:15

Vervolgens zullen jullie zeker daarna sterven

Verse 16 — Surah Al-Muminun 23:16

Daarna zullen jullie op de Dag der Opstanding worden opgewekt

Verse 17 — Surah Al-Muminun 23:17

En voorzeker, Wij schiepen boven jullie zeven hemelen en Wij veronachtzamen de schepping niet

Verse 18 — Surah Al-Muminun 23:18

En Wij stuurden een afgepaste hoeveelheid water neer waarna Wij het blijvend in de grond vasthouden. En voorwaar, Wij zijn in staat het weer weg te nemen

Verse 19 — Surah Al-Muminun 23:19

Toen legden Wij daarmee voor jullie tuinen met palmen en druivenstruiken aan, met daaraan veel vruchten. En jullie eten daarvan

Verse 20 — Surah Al-Muminun 23:20

En (van) een boom die groeit op de berg Sinaî. die olie en een gerecht voor hen die eten levert

Verse 21 — Surah Al-Muminun 23:21

En voorwaar, in het vee is een lering voor jullie. Wij geven jullie te drinken uit hun buiken en voor jullie zijn daarin vele nuttige zaken en jullie eten daarvan

Verse 22 — Surah Al-Muminun 23:22

Op hen en op de schepen worden jullie vervoerd

Verse 23 — Surah Al-Muminun 23:23

En voorzeker, Wij hebben Nôeh tot zijn volk gezonden. Toen zei hij: "O mijn volk, aanbidt Allah, er is geen andere god voor jullie dan Hij. Waarom vrezen jullie (Allah) niet

Verse 24 — Surah Al-Muminun 23:24

Toen zeiden de vooraanstanden, die niet geloofden, van zijn volk: "Deze (man) is slechts een mens zoals jullie. Hij wenst uit te blinken boven jullie. En als Allah het gewild had, zou Hij Engelen hebben gestuurd. Wij hebben hierover van onze voorouders nog nooit gehoord

Verse 25 — Surah Al-Muminun 23:25

Hij is slechts een man die bezeten is, wacht daarom op hem tot een bepaald moment

Verse 26 — Surah Al-Muminun 23:26

Hij (Nôeh) zei: "O mijn Heer, help mij vanwege wat zij loochenen

Verse 27 — Surah Al-Muminun 23:27

Toen openbaarden Wij aan hem: "Bouw onder Ons toezicht en (volgens) Onze aanwijzing een schip. En als Ons bevel komt en de oven overkookt, ga dan aan boord, met van ieder (dier) twee, paarsgewijs, en jouw familie, behalve degene van hen tegen wie het Woord (van bestraffing) er eerder was. En spreek Mij niet aan over degenen die onrecht pleegden. Voorwaar, zij zullen verdronken worden

Verse 28 — Surah Al-Muminun 23:28

Dus wanneer jij en de mensen met jou aan boord van het schip zullen gaan, zeg dan: "Alle lof zij Allah, Die ons gered heeft van het onrechtvaardige volk

Verse 29 — Surah Al-Muminun 23:29

En zeg: "O mijn Heer, plaats mij op een gezegende plaats. En U bent het die de beste plaatsen geeft

Verse 30 — Surah Al-Muminun 23:30

Voorwar, daarin zijn zeker Tekenen en Wij hebben hen zeker beproefd

Verse 31 — Surah Al-Muminun 23:31

Vervolgens brengen Wij na hen een andere generatie voort

Verse 32 — Surah Al-Muminun 23:32

En Wij stuurden hun een Boodschapper van onder hen (die zei:) "Aanbidt Allah. Er is geen god voor jullie dan Hem, waarom vrezen jullie (Allah) niet

Verse 33 — Surah Al-Muminun 23:33

En de vooraanstanden, die niet geloofden, van zijn volk en die de ontmoeting in het Hiernamaals loochenden en die Wij de weelde van het wereldse leven gaven, zeiden: "Deze (man) is slechts een mens zoals jullie, hij eet van wat jullie eten en hij drinkt van wat jullie drinken

Verse 34 — Surah Al-Muminun 23:34

En als jullie rnensen volgen die zoals jullie zijn: voorwaar, dan behoren jullie zeker tot de verliezers

Verse 35 — Surah Al-Muminun 23:35

Belooft hij jullie dat wanneer jullie dood zijn en tot stof en beenderen zijn geworden, dat jullie dan opgewekt worden

Verse 36 — Surah Al-Muminun 23:36

Ver, ver weg is wat aan jullie beloofd is

Verse 37 — Surah Al-Muminun 23:37

Ons leven is slechts op de wereld, wij gaan dood en wij leven en wij zullen niet opgewekt worden

Verse 38 — Surah Al-Muminun 23:38

Hij is slechts een man die leugens over Allah heeft vèrzonnen. En Wij geloven hem niet

Verse 39 — Surah Al-Muminun 23:39

Hij (Hôcd) zei: "O mijn Heer, help mij tegen wat zij loochenen

Verse 40 — Surah Al-Muminun 23:40

Hij (Allah) zei: "Binnenkort zullen zij zeker spijt krijgen

Verse 41 — Surah Al-Muminun 23:41

Terecht trof de bliksemslag hen toen, en Wij maakten hen als schuim. Ten onder gaat het onrechtvaardige volk

Verse 42 — Surah Al-Muminun 23:42

Vervolgens brachten Wij na hen andere generaties voort

Verse 43 — Surah Al-Muminun 23:43

Geen gemeenschap is in staat om haar vastgestelde tijdstip te vervroegen of uit te stellen

Verse 44 — Surah Al-Muminun 23:44

Vervolgens stuurden Wij Onze Boodschappers, elkaar opvolgend. Telkens wanneer hun Boodschapper naar een gemeenschap kwam, loochenden zij hem. Toen deden Wij hen elkaar opvolgen (in de ondcrgang) en Wij maakten hen tot onderwerp van verhalen. Ten onder gaat het volk dat niet gelooft

Verse 45 — Surah Al-Muminun 23:45

Daarna zonden Wij Môesa en zijn broeder Hârôen met Onze Tekenen en een duidelijk Bewijs

Verse 46 — Surah Al-Muminun 23:46

Naar Fir`aun en zijn vooraanstaanden. En zij waren hoogmoedig en zij waren een hooghartig volk

Verse 47 — Surah Al-Muminun 23:47

En zij zeiden: "Zouden wij die twee mensen, die zijn zoals wij, geloven, terwijl hun volk voor ons dienaren is

Verse 48 — Surah Al-Muminun 23:48

Daarom loochenden zij hen beiden en behoorden toen tot de vernietigden

Verse 49 — Surah Al-Muminun 23:49

En voorzeker, wij hebben aan Môesa de Schrift (de Taurât) gegeven. Hopelijk zullen zij Leiding volgen

Verse 50 — Surah Al-Muminun 23:50

En Wij maakten de zoon van Maryam en zijn moeder tot een Teken en Wij gaven hun een onderkomen op een hoogplegen plaats, bewoonbaar met stromend water

Verse 51 — Surah Al-Muminun 23:51

O Boodschappers, eet van de goede zaken en verricht goede daden. Voorwaar, Ik ben Alwetend over wat jullie doen

Verse 52 — Surah Al-Muminun 23:52

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom

Verse 53 — Surah Al-Muminun 23:53

Toen raakten zij onderling verdeeld in verschilende groepen over hun zaak (van hun godsdienst). Elke groep was blij met wat zij hadden

Verse 54 — Surah Al-Muminun 23:54

Laat ben daarom in hun dwaling tot een bepaald tijdstip

Verse 55 — Surah Al-Muminun 23:55

Denken zij dat omdat Wij hen rijkdom en kinderen gegeven hebben

Verse 56 — Surah Al-Muminun 23:56

Wij Om voor hen haasten in (het schenken van) de goede zaken? Nee, maar zij beseffen het niet

Verse 57 — Surah Al-Muminun 23:57

Voorwaar, degenen van hen die bedachtzaam zijn vanwege hun ontzag voor Allah

Verse 58 — Surah Al-Muminun 23:58

En degenen die in de Verzen van hun Heer geloven

Verse 59 — Surah Al-Muminun 23:59

En degenen die hun Heer geen deelgenoten toekennen

Verse 60 — Surah Al-Muminun 23:60

En degenen die hun giften gaven terwijl hun harten vol ontzag zijn omdat zij tot hun Heer zullen terugkeren

Verse 61 — Surah Al-Muminun 23:61

Zij zijn degenen die zich haasten om goede daden te verrichten en zkj zijn daarbij de eersten

Verse 62 — Surah Al-Muminun 23:62

Wij belasten niemand dan volgens zijn vermogen en Wij hebben een boek dat volgens de Waarheid spreekt. En zij worden niet onrechtvaardig behandeld

Verse 63 — Surah Al-Muminun 23:63

Maar hun harten verkeren hierover in dwaling. Zij hebben daarnaast (slechte) werken die zij verrichten

Verse 64 — Surah Al-Muminun 23:64

Totdat, wanneer Wij degenen onder hen die in weelde leven met de bestraffing treffen; zij (om liulp) schreeuwen

Verse 65 — Surah Al-Muminun 23:65

Schreeuw die Dag niet (om hulp): voorwaar, er zal jullie geen hulp van Ons verleend worden

Verse 66 — Surah Al-Muminun 23:66

Waarlijk, Mijn Verzen zijn al aan jullie voorgedragen, maar jullie keerden je op jullie hielen om

Verse 67 — Surah Al-Muminun 23:67

Hoogmoedig tegen over hem (de Koran), kletsend in de nacht: jullie verlieten hem

Verse 68 — Surah Al-Muminun 23:68

Denken zij niet na over het Woord (de Koran)? Of is er iets tot hen gekomen dat niet eerder tot hun voorouders gekomen was

Verse 69 — Surah Al-Muminun 23:69

Of erkennen zij hun Boodschapper niet? Zodat zij het verwerpen

Verse 70 — Surah Al-Muminun 23:70

Of zeggen zij., "Hij (Moehammad) is bezeten." Integendeel, hij kwam tot hm met de Waarheid, maar de meesten van hen haten de Waarheid

Verse 71 — Surah Al-Muminun 23:71

Als de Waarheid hun begeerten zou volgen zouden de hemelen en de ard en alles wat er op hen is ten onder gaan. Wij hebben hun echter hun Eer (de Koran) gegeven, maar zij wenden zich van hun Eer af

Verse 72 — Surah Al-Muminun 23:72

Of vraag jij (O Moehammad) een beloning van hen? De beloning van jouw Heer is beter, want Hij is de Beste van de Voorzieners

Verse 73 — Surah Al-Muminun 23:73

Voorwaar, jij roept hen op tot een Recht Pad

Verse 74 — Surah Al-Muminun 23:74

En voorwaar, degenen die niet geloven in het Hiernamaals zijn zeker van het Rechte Pad afgeweken

Verse 75 — Surah Al-Muminun 23:75

En als Wij hen zouden begenadigen en Wij zouden opheffen wat er aan tegenspoed bij hen is: dan zouden zij blijven doorgaan met hun dwalingen

Verse 76 — Surah Al-Muminun 23:76

En voorzeker, Wij hebben hen met de bestraffing getroffen, toch werden zij niet ootmoedig tegenover hun Heer en zij werden niet nederig

Verse 77 — Surah Al-Muminun 23:77

Totdat, wanneer Wij voor hen de deur van een zware bestraffing openden, zij in wanhoop verkeerden

Verse 78 — Surah Al-Muminun 23:78

En Hij is Degene Die voor jullie het gehoor en gezichtsvermogen en de harten geschapen heeft. Weinig dankbaarheid tonen jullie

Verse 79 — Surah Al-Muminun 23:79

En Hij is Degene Die juuie deed groeien op de aarde en tot Hem worden jullie verzameld

Verse 80 — Surah Al-Muminun 23:80

En Hij is Degene Die doet leven en doet sterven. En aan Hem behoort het afwissden van de dag en de nacht Begrijpen jullie dan niet

Verse 81 — Surah Al-Muminun 23:81

Integendeel, zij zeggen hetzelfde als de vroegeren zeiden

Verse 82 — Surah Al-Muminun 23:82

Zij zeiden: "Wanneer wij dood zijn en tot aarde en beenderen geworden zijn, zullen wij dan zeker worden opgewckt

Verse 83 — Surah Al-Muminun 23:83

Voorzeker, dit werd vroeger aan ons en onze vaderen beloofd: dit zijn slechts fabels van de vroegeren

Verse 84 — Surah Al-Muminun 23:84

Zeg: "Aan wie behoort de aarde en alles wat zich daarop bevindt, als jullie het weten

Verse 85 — Surah Al-Muminun 23:85

Zij zullen zeggen: "Aan Allah." Zeg: "Waarom laten jullie je dan niet vermanen

Verse 86 — Surah Al-Muminun 23:86

Zeg: "Wie is de Heer van de zeven hemelen en de Heer van de Geweldige Troon

Verse 87 — Surah Al-Muminun 23:87

Zij zullen zeggen: "Aan Allah." Zeg: "Waarom vrezen jullie (Allah) dan niet

Verse 88 — Surah Al-Muminun 23:88

Zeg: "In Wiens handen is de heerschappij over alles? En Hij beschermt en Hij wordt niet beschermt, als jullie het weten

Verse 89 — Surah Al-Muminun 23:89

Zij zullen zeggen: "Aan Allah." Zeg: "Waarom zijn jullie dan misleid

Verse 90 — Surah Al-Muminun 23:90

Maar Wij hebben de Waarheid gegeven, zij zijn zeker leugenaars

Verse 91 — Surah Al-Muminun 23:91

Allah heeft zich geen kind genomen en er is geen god naast Hem! Dan zou iedere god weggaan met wat hij schiep en zouden zij elkaar overweldigen. Heilig is Allah boven wat zij (Hem) toeschrijven

Verse 92 — Surah Al-Muminun 23:92

De Kenner van het onwaarneembare en het waarneembare: verheven is Hij boven wat zij (Hem) toekennen

Verse 93 — Surah Al-Muminun 23:93

Zeg: "Mijn Heer, indien U mij zou laten zien wat hun aangezegd is

Verse 94 — Surah Al-Muminun 23:94

Mijn Heer, breng mij niet onder het onrechtvaardige volk

Verse 95 — Surah Al-Muminun 23:95

En voorwaar, Wij zijn zeker in staat om jou te laten zien wat Wij hun toezeggen

Verse 96 — Surah Al-Muminun 23:96

Weer het slechte af met het beste. Wij weten het beste wat zij toeschrijven

Verse 97 — Surah Al-Muminun 23:97

En zeg: "Mijn Heer, ik zoek mijn toevlucht tot U tegen de influisteringen van de Satans

Verse 98 — Surah Al-Muminun 23:98

En ik zoek mijn toevlucht tot U zodat zij niet bij mij komen

Verse 99 — Surah Al-Muminun 23:99

Totdat, wanneer de dood tot een van hen komt, hij zal zeggen: "O mijn Heer, laat mij terugkeren

Verse 100 — Surah Al-Muminun 23:100

Hopelijk kan ik goede werken verrichten voor wat ik nagelaten heb." Zeker niet! Voorwaar, dit zijn slechts woorden die hij spreekt en voor hen is een scheiding tot de Dag waarop zij opgewekt worden

Verse 101 — Surah Al-Muminun 23:101

Wanneer er op de bazuin geblazen wordt, op die Dag is er geen verwantschap tussen hen en zij kunnen elkaar geen vragen stellen

Verse 102 — Surah Al-Muminun 23:102

Degenen wiens weegschalen zwaar wegen: Zij zijn degenen die de welslagenden zijn

Verse 103 — Surah Al-Muminun 23:103

Degene wiens weegschalen licht wegen: zij zijn degenen die zichzelf verloren hebben, zij zullen in de Hel eeuwig levenden zijn

Verse 104 — Surah Al-Muminun 23:104

Het Vuur verbrandt hun gezichten terwijl zij dawin venminkt worden

Verse 105 — Surah Al-Muminun 23:105

Zijn Mijn Verzen dan niet aan jullie voorgedragen? Toen plachten jullie ze te loochenen

Verse 106 — Surah Al-Muminun 23:106

Zij zelden: "Onze Heer, wij zijn overwonnen door ons ongeluk en wij waren een dwalend volk

Verse 107 — Surah Al-Muminun 23:107

Onze Heer, haal ons hieruit! Als wij het herhalen: voorwaar, dan zijn wij onrechtvaardigen

Verse 108 — Surah Al-Muminun 23:108

Hij zei: "Blijft daarin en lijdt. En spreekt niet tot Mij

Verse 109 — Surah Al-Muminun 23:109

Voorwaar, er is een groep onder Mijn dienaren die zegt: "Onze Heer, wij geloofden, vergeef ons daarom en schenk ons Barmhartigheid en U bent de Beste der Bamhartigen

Verse 110 — Surah Al-Muminun 23:110

Toen maakten jullie hen tot een onderwerp van bespotting, totdat jullie vergaten Mij te gedenken. En jullie plachten ben uit te lachen

Verse 111 — Surah Al-Muminun 23:111

Voorwaar, Ik gaf hun op die Dag een beloning omdat zij geduldig waren: en voorwaar, zij zijn de winnaars

Verse 112 — Surah Al-Muminun 23:112

Hij (Allah) zei: "Hoeveel jaren verbleven jullie op de aarde

Verse 113 — Surah Al-Muminun 23:113

Zij zeiden: "Wij verbleven daar een dag of een gedeelte van een dag, vraag het aan de rekenaars

Verse 114 — Surah Al-Muminun 23:114

Hij (Allah) zei: "Jullie verbleven er maar kort, als jullie het weten

Verse 115 — Surah Al-Muminun 23:115

Dachten jullie dat Wij jullie zo maar geschapen hebben? En dat jullie niet tot Ons terugkeren

Verse 116 — Surah Al-Muminun 23:116

Verheven is Allah, de Ware Koning er is geen god dan Hij, Heer van de Edele Troon

Verse 117 — Surah Al-Muminun 23:117

En wie een andere god aanroept naast Allah, waarvoor hij geen bewijs heeft: voorwaar, zijn afrekening is bij zijn Heer. Voorwaar, de ongelovigen zullen niet welslagen

Verse 118 — Surah Al-Muminun 23:118

En zeg: "Vergeef en begenadig, en U bent de Beste van de Bamhartigen