Back to Languages

Dutch - Chapter 30 - Ar-Rum

Translation by Sofian S. Siregar — Permalink

Verse 1 — Surah Ar-Rum 30:1

Verse 2 — Surah Ar-Rum 30:2

Ik Romeinen zijn overwonnen

Verse 3 — Surah Ar-Rum 30:3

In het nabijgelegen land, en na hun nederlaag zullen zij overwinnen

Verse 4 — Surah Ar-Rum 30:4

In enkelen jaren. Aan Allah behoort het bevel, voordien en nadien. En op die dag zullen de gelovigen zich verheugen

Verse 5 — Surah Ar-Rum 30:5

Dank zij de hulp van Allah. Hij helpt wie Hij wil. En Hij is de Almachtige, de Meest Bamhartige

Verse 6 — Surah Ar-Rum 30:6

Als een belofte van Allah. Allah breekt Zijn belofte niet, maar de meeste mensen weten het niet

Verse 7 — Surah Ar-Rum 30:7

Zij kennen het uiterlijke van het wereldse leven, terwijl zij met betrekking tot het Hiernamaals onachtzamen zijn

Verse 8 — Surah Ar-Rum 30:8

En denken zij niet na over zichzelf? Allah heet de hemelen en de aarde en wat daartussen is, niet geschapen dan in Waarheid en voor een vastgestelde termijn. En voorwaar, de meeste mensen geloven zeker niet in de ontmoeting met hun Heer

Verse 9 — Surah Ar-Rum 30:9

En reizen zij (ongelovigen) niet op de aarde, zodat zij zien hoe het einde was van degenen vóór hen? Zij waren sterker in kracht dan zij. En zij bewerkten de aarde en zij bebouwden haar meer dan zij (de ongelovigen) haar bebouwden. En hun Boodschappers waren tot hen gekomen met de duidelijke bewijzen. Het was Allah niet die hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan

Verse 10 — Surah Ar-Rum 30:10

Daarna was de ergste bestraffing het einde van degenen die slechte werken verrichtten, omdat zij de Verzen van Allah loochenden en zij er de spot mee plachten te drijven

Verse 11 — Surah Ar-Rum 30:11

Allah schept de schepping, daarop wekt Hij haar op en tenslotte worden jullie tot Hem terruggekeerd

Verse 12 — Surah Ar-Rum 30:12

En op de Dag waarop het Uur valt wanhopen de zondaren

Verse 13 — Surah Ar-Rum 30:13

Er is voor hen onder hun afgoden geen voorspreker en zij zullen hun afgoden ontkennen

Verse 14 — Surah Ar-Rum 30:14

Op de Dag waarop het Uur valt, op die Dag zullen zij gegroepeerd worden

Verse 15 — Surah Ar-Rum 30:15

Wat degenen die geloven en goede daden verrichten betreft: zij zullen in een hof worden verblijd

Verse 16 — Surah Ar-Rum 30:16

En wat degenen die ongelovig zijn en Onze Verzen en de ontmoeting van het Hiernamaals loochenen betreft: zij zijn degenen die voor de bestraffing voorgeleid zullen worden

Verse 17 — Surah Ar-Rum 30:17

Prijst daarom de Glorie van Allah wanneer jullie (ergens) in de namiddag zijn en wanneer jullie (ergens) in de ochtend zijn

Verse 18 — Surah Ar-Rum 30:18

En aan Hem is alle lof in de hemelen en op de aarde, en in de avond en wanneer jullie (ergens) in de voormiddag zijn

Verse 19 — Surah Ar-Rum 30:19

Hij brengt het levende voort uit het dode en Hij brengt het dode voort uit het levende en Hij doet de aarde leven na haar dood. Zo worden jullie (na jullie dood) opgewekt

Verse 20 — Surah Ar-Rum 30:20

En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij jullie uit aarde heeft geschapen, waarop jullie je toen als mensen verspreidden

Verse 21 — Surah Ar-Rum 30:21

En het behoort tot Zijn Tekenen dat Hij van jullie eigen soort echtgenotes heeft geschapen, opdat jullie rust bij haar vinden en Hij bracht tussen jullie liefde en barmhartigheid. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt

Verse 22 — Surah Ar-Rum 30:22

En tot Zijn Tekenen behoort de schepping van de hemelen en de aardeen het verschillende van jullie talen en kleuren. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor de bezitters van kennis

Verse 23 — Surah Ar-Rum 30:23

En tot Zijn Tekenen behoort jullie slaap, 's nachts en overdag en jullie zoeken naar Zijn gunst. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat luistert

Verse 24 — Surah Ar-Rum 30:24

En tot Zijn Tekenen behoort dat Hij jullie de bliksem laat zien, om vrees en hoop op te wekken. En Hij doet water uit de hemel neerdalen, waarna Hij daarmee de aarde doet leven na haar dood. Voorwaar, daairin zijn zeker Tekenen voor een volk dat begrijpt

Verse 25 — Surah Ar-Rum 30:25

En tot Zijn Tekenen behoort dat Hij de hemel en de aarde in stand houdt, met Zijn bevel. Daarna wanneer Hij jullie met een roep uit de aarde doet oproepen, dan zullen jullie tevoorschijn komen

Verse 26 — Surah Ar-Rum 30:26

En aan Hem behoort wie er in de hemelen en op de arde zijn. Allen zijn Hem gehoorzaam

Verse 27 — Surah Ar-Rum 30:27

En Hij is Degene Die de schepping schept en haar daarna herhaalt en dat is voor Hem nog gemakkelijker. En aan Hem behoren de meest verheven eigenschappen in de hemelen en op de aarde. En Hij is de Almachtige, de Alwijze

Verse 28 — Surah Ar-Rum 30:28

Hij geeft jullie een vergelijking met julliezelf. Zijn er voor jullie die over slaven beschikken deelgenoten in de voorzieningen die Wij jullie hebben geschonken, zodat jullie daarin gelijk zijn? En vrezen jullie hen zoals jullie elkaar vrezen? Zo leggen Wij de Tekenen uit aan een volk dat begrijpt

Verse 29 — Surah Ar-Rum 30:29

Maar degenen die onrecht pleegden volgden hun begeerten. zonder kennis. En wie kan dan hen leiden die Allah deed dwalen? En voor hen zijn er geen helpers

Verse 30 — Surah Ar-Rum 30:30

Wend dan jouw aangezicht (O Moehammad) naar de godsdienst als een Hanîf. (Volg) de na tuurlijke aanleg, die Allah in de mens geschapen heeft. Er is geen verandering in de schepping van Allah Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet

Verse 31 — Surah Ar-Rum 30:31

(Wendt jullie) als berouwvollen tot Hem, en vreest Hem en onderhoudt de shalât en behoort niet tot de veelgodenaanbidders

Verse 32 — Surah Ar-Rum 30:32

Behorend tot degenen die hun godsdienst hebben opgesplitst en tot groepen zijn geworden. Iedere groep verbeugt zich in wat zij hebben

Verse 33 — Surah Ar-Rum 30:33

En wanneer tegenspoed de mensen treft, dan roepen zij hun Heer aan, als berouwvollen tot Hem. Daarna, wanneer Hij hun Barmhartigheid van Hem doet proeven, dan kont een groep van hen deelgenoten aan hun Heer toe

Verse 34 — Surah Ar-Rum 30:34

Om ondankbaarheid te tonen voor wat Wij hen hebben gegeven. Geniet maar, spoedig zuilen jullie het weten

Verse 35 — Surah Ar-Rum 30:35

Hebben Wij een bewijs neergezonden dat spreekt over de deelgenoten die zij am Hem toekennen

Verse 36 — Surah Ar-Rum 30:36

En wanneer Wij de mensen Barmhartigheid doen proeven, dan zijn zij daar blij mee, maar wanneer kwaad hen treft, wegens wat zij bedreven, dan wanhopen zij

Verse 37 — Surah Ar-Rum 30:37

En zien zij niet dat Allah ck voorzieningen verruimt voor wie Hij wil, en dat Hij beperkt? Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat gelooft

Verse 38 — Surah Ar-Rum 30:38

Geeft dan de verwant zijn recht, en de behoeftige en de reiziger (zonder proviand). Dat is beter voor degenen die het welbehagen van Allah wensen. En zij zijn degenen die de welslagenden zijn

Verse 39 — Surah Ar-Rum 30:39

Wat jullie van eigendommen van de mensen gegevon hebben als rente om te vermeerderen: het vermeerdert niets bij Allah. Maar wat jullie aan zakât hebben gegeven, het welbehagen van Allah wensend: zij zijn degenen voor wie (hun beloningen) verveelvuldigd worden

Verse 40 — Surah Ar-Rum 30:40

Allah is Degene Die jullie heeft geschapen en jullie daarop voorzag. Vervolgens doet Hij jullie sterven en daarna doet Hij jullie weer leven. Is er één onder jullie deelgenoten die ook maar iets van deze deden kan verrichten? Heilig is Hij en Verheven boven de deelgenoten die zij (Hem) toekennen

Verse 41 — Surah Ar-Rum 30:41

Het verderf is op het land en de zee zichtbaar door wat de mensen hebben verricht, zodat Hij hun een gedeelte van wat zij hebben verricht, doet proeven. Hopelijk zij zullen berouw tonen

Verse 42 — Surah Ar-Rum 30:42

Zeg: "Reist op aarde en zie hoe het einde was van degenen vóór hen." De meegen van hen waren veelgoden aanbidders

Verse 43 — Surah Ar-Rum 30:43

Wend daarom jouw aangezicht tot de juiste godsdienst vóórdat er van Allah een Dag komt die onafwendbaar is. Op die Dag worden zij gegroepeerd

Verse 44 — Surah Ar-Rum 30:44

Wie niet gelooft is verantwoordelijk voor zijn ongeloof. En degenen die goede daden verrichten, zij hebben voor zichzelf voorbereidingen getroffen

Verse 45 — Surah Ar-Rum 30:45

Opdat Hij degenen die geloven en goede werken verrichten zal belonen, van Zijn gunst. Voorwaar, Hij houdt niet van de ongelovigen

Verse 46 — Surah Ar-Rum 30:46

En tot Zijn Tekenen behoort dat Hij de winden zendt als verkondigers van verheugende tijdingen en om jullie van Zijn Barmhartigheid te doen proeven. En opdat de schepen varen op Zijn bevel en opdat jullie Zijn gunst zoeken. Hopelijk zullen jullie dankbaar zijn

Verse 47 — Surah Ar-Rum 30:47

En voorzeker, Wij hebben vóór jou Boodschappers tot kan volken gezonden, en zij kwamen tot hen met de duidelijke bewijzen, waarna Wij degenen die zonden begingen vergolden. En Wij hebben Onszelf verplicht de gelovigen te helpen

Verse 48 — Surah Ar-Rum 30:48

Allah is Degene Die de winden zendt die dan wolken voortdrijven, waarna Hij hen in de hemel uitspreidt hoe Hij wil, en hen in stukken verdeelt. Dan zie jij de regen vanuit hun midden komen. Fn wanneer deze neerkomt op wie Hij wil van Zijn dienaren verheugen zij zich

Verse 49 — Surah Ar-Rum 30:49

Hoewel zij, vóórdat deze op hen neer wordt gezonden, zeker wanhoopten

Verse 50 — Surah Ar-Rum 30:50

Zie dan de sporen van de Barmhartigheid van Allah: hoe Hij de aarde doet leven na haar dood. Voorwaar, zo is Hij Die de doden zeker doet leven. En Hij is Almachtig over alle zaken

Verse 51 — Surah Ar-Rum 30:51

Maar als Wij een wind zonden, waarna zij (hun gewassen) geel zien worden, dan blijven zij zeker daarna ongelovig

Verse 52 — Surah Ar-Rum 30:52

Voorwaar, jij kunt de doden, noch de doven de oproep doen horen als zij zich afwenden en de rug toe keren

Verse 53 — Surah Ar-Rum 30:53

En jij kunt nooit de blinden leiden uit hun dwaling. Jij kunt niemand doen horen, behalve wie in Onze Tekenen gelooft. Zij zijn Moslims

Verse 54 — Surah Ar-Rum 30:54

Allah is Degene Die jullie heeft geschapen uit een zwak (vocht), daarna maakt Hij na zwakte sterkte. Waarop Hij van sterkte zwakte en ouderdom maakt. Hij schept wat Hij wil, en Hij is de Alwijze, de Almachtige

Verse 55 — Surah Ar-Rum 30:55

En op de Dag waarop het Uur valt, zweren de misdadigers dat zij niet langer dan een uur (in hun graven verbleven). Zo zijn zij bedrogen

Verse 56 — Surah Ar-Rum 30:56

En degenen aan wie de kennis en het geloof zijn gegeven, zullen zeggen: "Voorzeker, jullie verbleven er zoals is vastgelegd door Allah, tot de Dag der Opstanding. Dit is dan de Dag der Opkwekking, maar jullie wisten het niet

Verse 57 — Surah Ar-Rum 30:57

Op die Dag zullen de verontschuldigingen van degenen die onrecht pleegden hun met baten. En hun zal geen gelegenheid worden gegeven om berouw te tonen

Verse 58 — Surah Ar-Rum 30:58

En voorzeker, Wij hebben voor de mensen in deze Koran allerlei vergelijkingen gegeven; en als jij hen een Vers brengt, dan zeggen degenen die niet geloven zeker: "Jij bent niets dan een vervalser

Verse 59 — Surah Ar-Rum 30:59

Zo vergrendelt Allah de harten van degenen die niet weten

Verse 60 — Surah Ar-Rum 30:60

Wees daarom geduldig: voorwaar, de belofte van Allah is waar. En wordt niet verontrust door degenen die niet (door jou) overtuigd zijn