Back to Languages

Dutch - Chapter 37 - As-Saffat

Translation by Sofian S. Siregar — Permalink

Verse 1 — Surah As-Saffat 37:1

Bij hen die in rijen staan (de Engelen)

Verse 2 — Surah As-Saffat 37:2

Die de wolken voortdrijven

Verse 3 — Surah As-Saffat 37:3

Die de Vermaning (de Koran) voordragen

Verse 4 — Surah As-Saffat 37:4

Voorwaar, jullie God is zeker Eén

Verse 5 — Surah As-Saffat 37:5

De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen is en de Heer van de plaatsen van zonsopgang

Verse 6 — Surah As-Saffat 37:6

Voorwaar, Wij hebben de nabije hemel gesierd met een veniering: de sterren

Verse 7 — Surah As-Saffat 37:7

En als bescherming tegen alle opstandige Satans

Verse 8 — Surah As-Saffat 37:8

Zij kunnen niet luisteren bij de hoogste groep (de Engelen). Er wordt naar hen geworpen vanuit alle kanten

Verse 9 — Surah As-Saffat 37:9

Ter verjaging. En voor hen is er een ononderbroken bestraffing

Verse 10 — Surah As-Saffat 37:10

Behalve wie afluisterend luistert: een gloeiende vlam achtervolgt hem

Verse 11 — Surah As-Saffat 37:11

Vraag hen: "Zijn zij (de mensen) moeilijker om te scheppen of dat (hemel en aarde en wat er tussen is) wat wij hebben geschapen?" Voorwaar, Wij hebben hen van kleverige klei geschapen

Verse 12 — Surah As-Saffat 37:12

Jij verbaastje zelfs omdat zij (de door jou gebracht boodschap) bespotten

Verse 13 — Surah As-Saffat 37:13

En wanneer zij vermaand worden, dan nemen zij de Vemaning niet tot zich

Verse 14 — Surah As-Saffat 37:14

En wanneer zij een Teken (een goddelijk wonder) zien, dan bespotten zij

Verse 15 — Surah As-Saffat 37:15

En zij zeggen: "Dit is niets dan duidelijke tovenarij

Verse 16 — Surah As-Saffat 37:16

Als wij al dood zijn en tot aarde en beenderen zijn geworden; zullen wij dan zeker opgewekt worden

Verse 17 — Surah As-Saffat 37:17

En ook onze voorvaderen

Verse 18 — Surah As-Saffat 37:18

Zeg: "Ja, en jullie zullen vemederd zijn

Verse 19 — Surah As-Saffat 37:19

Het is dan slechts één bliksemslag, waarna zij om zich heen kijken

Verse 20 — Surah As-Saffat 37:20

En zij zullen zeggen: "Wee ons, dit is de Dag des Oordeels

Verse 21 — Surah As-Saffat 37:21

Dit is de Dag van de beslissing, die jullie plachten te loochenen

Verse 22 — Surah As-Saffat 37:22

(Tot de Engelen wordt gezegd:) "Verzamelt degenen die onrecht pleegden en hun gelijken en wat zij plachten te aanbidden

Verse 23 — Surah As-Saffat 37:23

Naast Allah. Leidt ben dan naar de weg naar Djahîm (de Hel)

Verse 24 — Surah As-Saffat 37:24

En houdt hen vast: voorwaar, zij zullen ondervraagd worden

Verse 25 — Surah As-Saffat 37:25

(Er zal aan hen gevraagd worden:) "Wat is er met jullie, waarom helpen jullie elkaar niet

Verse 26 — Surah As-Saffat 37:26

Op die Dag zullen zij zich zelfs overgeven

Verse 27 — Surah As-Saffat 37:27

En zij zullen zich tot elkaar wenden en elkaar ondervragen

Verse 28 — Surah As-Saffat 37:28

Zij (de volgelingen) zullen zeggen: "Voorwaar, jullie zijn van de rechterkant tot ons gekomen

Verse 29 — Surah As-Saffat 37:29

Zij (de leiders) zullen antwoorden: "Jullie was waren zelfs geen gelovigen

Verse 30 — Surah As-Saffat 37:30

Ea wij hadden geen macht over jullie. Jullie waren zelfs een overtredend volk

Verse 31 — Surah As-Saffat 37:31

Het Woord (van bestraffing) tot ons van Onze Heer zal daarom bewaarheid worden. Voorwaar, wij zullen het zeker proeven

Verse 32 — Surah As-Saffat 37:32

Wij misleidden jullie toen: voorwaar, wij waren misleiders

Verse 33 — Surah As-Saffat 37:33

Voorwaar, zij zullen dan op die Dag in de bestraffing bijelkaar zijn

Verse 34 — Surah As-Saffat 37:34

Voorwaar, zo behandelen Wij de misdadigers

Verse 35 — Surah As-Saffat 37:35

Voorwaar, toen er tot hen gezegd werd: "Er is geen god dan Allah," toen waren zij hoogmoedig

Verse 36 — Surah As-Saffat 37:36

En zij zeggen: "Zullen wij dan onze goden achterlaten vanwege een bezeten dichter

Verse 37 — Surah As-Saffat 37:37

Nee! Hij (Moehammad) is met de Waarheid gekomen en hij heeft de Gezondenen (de Profeten vóór hem) bevestigd

Verse 38 — Surah As-Saffat 37:38

Voorwaar, jullie proeven zeker de pijnlijke bestraffing

Verse 39 — Surah As-Saffat 37:39

En jullie worden slechts vergolden voor wat jullie hebben gedaan

Verse 40 — Surah As-Saffat 37:40

Behalve de dienaren van Allah die zuiver in hun aanbidding zijn

Verse 41 — Surah As-Saffat 37:41

Zij zijn degenen voor wie er een bekende voorziening is (het Paradijs)

Verse 42 — Surah As-Saffat 37:42

Vruchten. En zij zijn de geëerden

Verse 43 — Surah As-Saffat 37:43

In Tuinen van Gelukzaligheid (het Paradijs)

Verse 44 — Surah As-Saffat 37:44

Op rustbanken tegenover elkaar

Verse 45 — Surah As-Saffat 37:45

Onder hen wordt rondgegaan met een beker met Ma'in (van de bron van het Paradij)

Verse 46 — Surah As-Saffat 37:46

Helder wit, smakelijk voor de drinkers

Verse 47 — Surah As-Saffat 37:47

Deze (drank) kent geen beneveling en zij worden er niet dronken van

Verse 48 — Surah As-Saffat 37:48

En bij hen zijn schonen met ingetogen blikken, met mooie ogen

Verse 49 — Surah As-Saffat 37:49

Als waren zij welbewaarde eieren

Verse 50 — Surah As-Saffat 37:50

Zij wenden zich dan tot elkaar en stellen elkaar vragen

Verse 51 — Surah As-Saffat 37:51

Een spreker onder hen zal zeggen: "Voorwaar, ik had een vriend

Verse 52 — Surah As-Saffat 37:52

Hij zei (vroeger tegen mij): "Voorwaar, behoor jij tot hen die (de Opstanding) bevestigen

Verse 53 — Surah As-Saffat 37:53

Als wij dan al dood zijn, en tot aarde en beenderen zijn geworden, zullen wij dan zeker worden beoordeld

Verse 54 — Surah As-Saffat 37:54

Hij zei (tegen de anderen in hct Paradijs): "Hebben jullie (dit) gezien

Verse 55 — Surah As-Saffat 37:55

Toen keek hij en zag hem in het midden van Djahîm (de Hel)

Verse 56 — Surah As-Saffat 37:56

Hij zei: "Bij Allah, jij hebt mij bijna in het ongeluk gestort

Verse 57 — Surah As-Saffat 37:57

En als er niet de genade van mijn Heer geweest was, dan zou ik zeker tot de voorgeleiden (voor de Hel) behoren

Verse 58 — Surah As-Saffat 37:58

Zullen wij dan niet sterven

Verse 59 — Surah As-Saffat 37:59

Naut ons eerste sterven? En zullen wij niet worden bestraft

Verse 60 — Surah As-Saffat 37:60

Voorwaar, dat is zeker de geweldige overwinning

Verse 61 — Surah As-Saffat 37:61

Voor zoiets, laten de werkenden daarvoor werken

Verse 62 — Surah As-Saffat 37:62

Is die ontvangst beter, of de Zaqqôem-boom (in de Hel)

Verse 63 — Surah As-Saffat 37:63

Voorwaar, Wij hebben hem tot een beproeving voor de onrechtvaardigen gemaakt

Verse 64 — Surah As-Saffat 37:64

Voorwaar, het is een boom die voortkomt uit de bodem van Djahîm (de Hel)

Verse 65 — Surah As-Saffat 37:65

De kolven ervan zijn als satanskoppen

Verse 66 — Surah As-Saffat 37:66

Voorwaar, dan zullen zij er van eten zodat zij er de buiken mee vullen

Verse 67 — Surah As-Saffat 37:67

Daarna is er voor hen een drank, gemengd met kokend water

Verse 68 — Surah As-Saffat 37:68

Tenslotte is hun terugkeer zeker naar Djahîm

Verse 69 — Surah As-Saffat 37:69

Voorwaar, zij troffen hun vaderen in dwaling verkerend aan

Verse 70 — Surah As-Saffat 37:70

Toen volgden zij hen haastig in hun voetsporen

Verse 71 — Surah As-Saffat 37:71

En voorzeker dwaalden vóór hen de meesten van de vroegeren

Verse 72 — Surah As-Saffat 37:72

En voorzeker hebben Wij uit hun midden waarschuwers gezonden

Verse 73 — Surah As-Saffat 37:73

Zie dan (O Moehammad) hoe het einde was van de gewaamshuwden

Verse 74 — Surah As-Saffat 37:74

Behalve (het einde van) de dienaren van Allah die, zuiver in hun aanbidding zijn

Verse 75 — Surah As-Saffat 37:75

En voorzeker, Nôeh riep Ons aan, en Wij zijn zeker de beste verhorenden

Verse 76 — Surah As-Saffat 37:76

En Wij redden hem en zijn volgelingen van de geweldige ramp

Verse 77 — Surah As-Saffat 37:77

En Wij maakte zijn nakomelingen tot voortlevenden

Verse 78 — Surah As-Saffat 37:78

En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren

Verse 79 — Surah As-Saffat 37:79

Vrede zij met Nôeh in de werelden

Verse 80 — Surah As-Saffat 37:80

Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners

Verse 81 — Surah As-Saffat 37:81

Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovip dienaren

Verse 82 — Surah As-Saffat 37:82

Wij verdonken toen de anderen

Verse 83 — Surah As-Saffat 37:83

En voorwaar, tot zijn groep behoorde zeker Ibrâhîm

Verse 84 — Surah As-Saffat 37:84

(Gedenk) toen hij tot zijn Heer kwam met een zuiver hart

Verse 85 — Surah As-Saffat 37:85

Toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie

Verse 86 — Surah As-Saffat 37:86

Wensen jullie als een verzinsel goden naast Allah

Verse 87 — Surah As-Saffat 37:87

Wat stellen jullie je voor over de Heer der Werelden

Verse 88 — Surah As-Saffat 37:88

Hij keek toen een ogenblik naar de sterren

Verse 89 — Surah As-Saffat 37:89

Hij zei toen: "Voorwaar, ik ben ziek

Verse 90 — Surah As-Saffat 37:90

Toen wendden zij zich af, hem de rug toekerend

Verse 91 — Surah As-Saffat 37:91

Toen ging hij heimelijk naar hun goden en zei: "Eten jullie (dit voedsel) niet

Verse 92 — Surah As-Saffat 37:92

Wat is er met jullie dat jullie niet spreken

Verse 93 — Surah As-Saffat 37:93

Toen liep hij op hen toe en sloeg (hen) met de rechterhand

Verse 94 — Surah As-Saffat 37:94

Daarop liepen zij (de veelgodenaanbidders) snel naar hem toe

Verse 95 — Surah As-Saffat 37:95

Hij zei: "Aanbidden jullie wat jullie hebben uitgehouwen

Verse 96 — Surah As-Saffat 37:96

Terwijl Allah jullie heeft geschapen en wat jullie maken

Verse 97 — Surah As-Saffat 37:97

Zij zeiden: "Bouwt voor hem een bouwwerk (brandstapel) en werpt hem in liet laaiende vuur

Verse 98 — Surah As-Saffat 37:98

Toen zij een list tegen hem wensten te beramen maakten Wij hen tot de allerlaagsten

Verse 99 — Surah As-Saffat 37:99

En hij zei (toen hun pogingen mislukt waren): "Ik wend mij tot mijn Heer, Hij zal mij leiden

Verse 100 — Surah As-Saffat 37:100

Mijn Heer, schenk mij (een zoon) van de rechtschapenen

Verse 101 — Surah As-Saffat 37:101

Toen verkondigden Wij hem de verheugende tijding van een zachtmoedige jongen (Ismâ'îl)

Verse 102 — Surah As-Saffat 37:102

Toen hij de leeftijd had bereikt waarop hij hem (Ibrâhîm) kon helpen, zei hij: "O mijn zoon, voorwaar, ik heb in een droom gezien dat ik jou zal offeren, zeg mij hoe jij daarover denkt," Hij zei: "O mijn vader, doe wat u is bevolen, U zult vinden dat ik, als Allah het wil, tot de geduldigen behoor

Verse 103 — Surah As-Saffat 37:103

Toen zij zich (aan Allah) hadden overgegeven en hij hem op zijn slaap had gelegd (om te offeren)

Verse 104 — Surah As-Saffat 37:104

Toen riepen Wij tot hem: "O Ibrâhîm

Verse 105 — Surah As-Saffat 37:105

Waarlijk, jij hebt de droom in waarheid vervuld. Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners

Verse 106 — Surah As-Saffat 37:106

Voorwaar, dat is zeker de duidelijke beproeving

Verse 107 — Surah As-Saffat 37:107

En Wij gaven hem ter vervanging een groot offerdier

Verse 108 — Surah As-Saffat 37:108

En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren

Verse 109 — Surah As-Saffat 37:109

Vrede zij met Ibrâhîm

Verse 110 — Surah As-Saffat 37:110

Zo belonen Wij de weldoeners

Verse 111 — Surah As-Saffat 37:111

Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovige dienaren

Verse 112 — Surah As-Saffat 37:112

En Wij verkondigden hem de verheugende tijding over (de geboorte van) Ishâq, als een Profeet van de rechtschapenen

Verse 113 — Surah As-Saffat 37:113

En Wij zegenden hem en Ishâq. En onder kun nakomelingen zijn er die weldoener zijn en (ook) die duidelijk onrechtvaardig voor zichzelf zijn

Verse 114 — Surah As-Saffat 37:114

En voorzeker, Wij hebben Môesa en Hârôen begenadigd

Verse 115 — Surah As-Saffat 37:115

En Wij hebben hen beiden en hun volk gered van de geweldige ramp

Verse 116 — Surah As-Saffat 37:116

En Wij hielpen hen, waarop zij de overwinnaars werden

Verse 117 — Surah As-Saffat 37:117

En Wij gaven hun de verduidelijkende Schrift (de Taurât)

Verse 118 — Surah As-Saffat 37:118

En Wij hebben Hen op het rechte Pad geleid

Verse 119 — Surah As-Saffat 37:119

En Wij maakten voor hen (hun goede naam) blijvend onder de lateren

Verse 120 — Surah As-Saffat 37:120

Vrede zij met Môcsa en Harôen

Verse 121 — Surah As-Saffat 37:121

Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners

Verse 122 — Surah As-Saffat 37:122

Voorwaar, zij behoren tot Onze gelovige dienaren

Verse 123 — Surah As-Saffat 37:123

En voorwaar. Ilyâs behoort zeker tot de Gezondenen

Verse 124 — Surah As-Saffat 37:124

(Gedenkt) toen hij tot zijn volk zei: "Vrezen jullie (Allah) niet

Verse 125 — Surah As-Saffat 37:125

Aanbidden jullie Ba'l (een afgod) en verlaten jullie de Beste der Scheppers

Verse 126 — Surah As-Saffat 37:126

Allah is jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen

Verse 127 — Surah As-Saffat 37:127

Toen loochenden zij hem, daarom worden zij zeker voorgeleiden (voor de bestraffing)

Verse 128 — Surah As-Saffat 37:128

Behalve de dienaren van Allah die zuiver in hun aanbidding zijn

Verse 129 — Surah As-Saffat 37:129

En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren

Verse 130 — Surah As-Saffat 37:130

Verse 131 — Surah As-Saffat 37:131

Voorwaar, zo belonen wij de weldoeners

Verse 132 — Surah As-Saffat 37:132

Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovige dienaren

Verse 133 — Surah As-Saffat 37:133

En voorwaar, Lôeth behoort zeker tot de gezondenen

Verse 134 — Surah As-Saffat 37:134

(Gedenk) toen Wij hem en zijn volgelingen allen hebben gered

Verse 135 — Surah As-Saffat 37:135

Behalve een vrouw (zijn echtgenote) die tot de achterblijvers behoorde

Verse 136 — Surah As-Saffat 37:136

Vervolgens vernietigden Wij de overigen

Verse 137 — Surah As-Saffat 37:137

En voorwaar, jullie gaan in de ochtend aan hen (de ruïnes van hun steden) voorbij

Verse 138 — Surah As-Saffat 37:138

En ook in de nacht, denken jullie dan niet na

Verse 139 — Surah As-Saffat 37:139

En voorwaar, Yôenoes behoort zeker tot de gezondenen

Verse 140 — Surah As-Saffat 37:140

(Gedenkt) toen hij wegliep naar het volgeladen schip

Verse 141 — Surah As-Saffat 37:141

Toen lootte hij (om een plaats erop) en bij behoorde daarop tot de verliezers

Verse 142 — Surah As-Saffat 37:142

Toen slokte de vis hem op en hij verweet zichzelf

Verse 143 — Surah As-Saffat 37:143

En als hij niet tot degenen die de Glorie van Allah prezen behoord had

Verse 144 — Surah As-Saffat 37:144

Zou hij zeker in zijn buik zijn gebleven, tot de Dag waarop zij worden opgewekt

Verse 145 — Surah As-Saffat 37:145

Toen wierpen Wij hem eruit, op een kale vlakte, en hij was ziek

Verse 146 — Surah As-Saffat 37:146

En Wij deden over hem een boom groeien met veel bladeren

Verse 147 — Surah As-Saffat 37:147

En Wij zonden hem naar een honderdduizendtal (volgelingen) of meer

Verse 148 — Surah As-Saffat 37:148

Daarop geloofden zij en Wij schonken hun genietingen, voor een bepaalde tijd

Verse 149 — Surah As-Saffat 37:149

Vraag hen (de ongelovigen), of voor jouw Heer de dochters zijn en voor hen de zonen

Verse 150 — Surah As-Saffat 37:150

Hebben Wij de Engelen als vrouwen geschapen en waren zij getuigen

Verse 151 — Surah As-Saffat 37:151

Weet dat zij wegens hun verzonnen leugens zeker zullen zeggen

Verse 152 — Surah As-Saffat 37:152

Allah heeft kinderen verwekt." Voorwaar, zij zijn zeker leugenaars

Verse 153 — Surah As-Saffat 37:153

Heeft Hij dochters verkozen boven zonen

Verse 154 — Surah As-Saffat 37:154

Wat is er met jullie? Hoe beoordelen jullie

Verse 155 — Surah As-Saffat 37:155

Laten jullie je dan in iet vermanen

Verse 156 — Surah As-Saffat 37:156

Of beschikken jullie over een duidelijk bewijs

Verse 157 — Surah As-Saffat 37:157

Brengt dan jullie boek, als jullie waarachtigen zijn

Verse 158 — Surah As-Saffat 37:158

En zij verzinnen verwantschap tussen Hem en de Djinn's. En voorzeker, de Djinn's weten dat zij de voorgeleiden zullen zijn

Verse 159 — Surah As-Saffat 37:159

Heilig is Allah boven wat zij toeschrijven

Verse 160 — Surah As-Saffat 37:160

Behalve de dienaren van Allah die Hem zuiver aanbidden

Verse 161 — Surah As-Saffat 37:161

Voorwaar jullie en wat jullie aanbidden

Verse 162 — Surah As-Saffat 37:162

Jullie kunnen niemand tegen (het plan van) Hem te doen dwalen

Verse 163 — Surah As-Saffat 37:163

Behalve degene die Djahîm (de Hel) binnengaat

Verse 164 — Surah As-Saffat 37:164

(De Engelen zeggen:) "En er is niemand van ons, of er is voor hem een bekende plaats

Verse 165 — Surah As-Saffat 37:165

En voorwaar, wij zijn degenen die in rijen staan

Verse 166 — Surah As-Saffat 37:166

En voorwaar, wij zijn zeker degenen die de Glorie van Allah prijzen

Verse 167 — Surah As-Saffat 37:167

En zij (de ongelovigen) zullen zeker zeggen

Verse 168 — Surah As-Saffat 37:168

Als wij over een Vermaning van de vruegeren hadden beschikt

Verse 169 — Surah As-Saffat 37:169

Dan zouden wij zeker tot de dienaren van Allah die Hem zuiver aanbidden hebben behoord

Verse 170 — Surah As-Saffat 37:170

Maar zij verwierpen hem (de Koran), daarom zullen zij het weten

Verse 171 — Surah As-Saffat 37:171

En voorzeker, Ons Woord is voorafgegaan aan Onze gezonden dienaren

Verse 172 — Surah As-Saffat 37:172

Voorwaar, zij zijn het die zeker geholpen zullen worden

Verse 173 — Surah As-Saffat 37:173

Voorwaar, zij zijn Onze legers die zeker de overwinnaars zullen zijn

Verse 174 — Surah As-Saffat 37:174

Wend je (O Moehammad) dan voor een bepaalde tijd van hen (de gelovigen) af

Verse 175 — Surah As-Saffat 37:175

En kijk naar hen, zij zullen spoedig (de gevolgen) zien

Verse 176 — Surah As-Saffat 37:176

Vragen zij dan Onze bestraffing te bespoedigen

Verse 177 — Surah As-Saffat 37:177

Als dan (de bestraffing) neerdaalt op hun erven, dat is dan de slechtste ochtend voor de gewaarschuwden

Verse 178 — Surah As-Saffat 37:178

En wend je van hen af voor een bepaalde tijd

Verse 179 — Surah As-Saffat 37:179

En kijk, spoedig zullen zij (de bestraffing) zien

Verse 180 — Surah As-Saffat 37:180

Heilig is jouw Heer, de Heer van de Almacht, boven wat zij toeschrijven

Verse 181 — Surah As-Saffat 37:181

En vrede zij met de gezondenen

Verse 182 — Surah As-Saffat 37:182

En alle lof zij Allah, de Heer der Werelden