Back to Languages

Dutch - Chapter 38 - Sad

Translation by Sofian S. Siregar — Permalink

Verse 1 — Surah Sad 38:1

Shâd. Bij de Koran, bezitter van eer

Verse 2 — Surah Sad 38:2

Maar degenen die ongelovig zijn., verkeren in eigendunk en opstandigheid

Verse 3 — Surah Sad 38:3

Hoeveelgeneraties vóór hen hebben Wij niet vernietigd, die toen (tot Ons) riepen. Die tijd was niet de tijd om te vluchten

Verse 4 — Surah Sad 38:4

En zij verbaasden zich dat er om waarschuwer uit hun midden tot hen was gekomen. En de ongelovigen zeiden: "Dit is een liegende tovenaar

Verse 5 — Surah Sad 38:5

Heeft hij de goden tot één God gernaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets

Verse 6 — Surah Sad 38:6

En de vooranstaanden onder hen gingen weg (zeggend:) "Ga door en wees geduldig met (de aanbidding van) jullie goden. Voorwaar, dat (van Moehammad) is zeker iets dat (tegen jullie) bedoeld is

Verse 7 — Surah Sad 38:7

En wij hebben hierover niets gehoord in de laatste godsdienst. Dit is niets dan een verzinsel

Verse 8 — Surah Sad 38:8

Is aan hem uit Ons midden de Vermaning neergezonden? Nee! Zij verkeren in twijfel over Mijn Vermaning. Nee! Zij hebben de bestraffing nog niet geproefd

Verse 9 — Surah Sad 38:9

Of zijn bij ben de schatten van de Barmhartigheid van jouw Heer, de Almachtig, de Schenker

Verse 10 — Surah Sad 38:10

Of behoort aan hèn het koninkrijk van de hemelen en de aarde en wat daartussen is? Laten zij dan langs de ladders omhoog klimmen

Verse 11 — Surah Sad 38:11

Zij zijn daar niets anden dan het verslagen leger van de bondgenoten

Verse 12 — Surah Sad 38:12

Vóór hen loochende het volk van Nôeh, en (het volk van) de 'Âd en Fir'aun, de bezitter van de pinnen (macht)

Verse 13 — Surah Sad 38:13

En de Tsamôed, het volk van Lôeth en de bewoners van Aikah. Zij zijn de bondgenoten

Verse 14 — Surah Sad 38:14

En er was niemand onder hen, of hij loochende de Boodschappers, zodat Mijn bestraffing bewaarheid word

Verse 15 — Surah Sad 38:15

En zij wachtten slechts op één enkele bliksemslag, die geen onderbreking kent

Verse 16 — Surah Sad 38:16

En zij zeggen: "Onze Heer, bespoedig voor ons ons deel (van de bestraffing) vóór de Dag des Oordeels

Verse 17 — Surah Sad 38:17

Weest geduldig mt wat zij zij zeggen, en gedenk Onze dienaar Dâwôed, de bezitter van kracht. Voorwaar, hij is de meest berouwtonende

Verse 18 — Surah Sad 38:18

En Wij maakten de bergen dienstbaar, die met hem de Glorie van Allah prezen in de avond en in de ochtend

Verse 19 — Surah Sad 38:19

En (ook) de verzamelde vogels, allen wendden zich voortdurend tot Hem

Verse 20 — Surah Sad 38:20

En Wij versterkten zi n koninkrijk en Wij gaven hem de wijsheid en de beslissende uitspraken

Verse 21 — Surah Sad 38:21

Heeft jou het bericht over de onenigheid bereikt? Toen zij over de muur de gebedsruimte binnendrongen

Verse 22 — Surah Sad 38:22

Toen zij bij Dâwôed binnenkwamen, schrok Hij van ten, zij zeiden: "Wees niet bang, wij zijn twee mannen die het met elkaar oneens zijn, een van ons heeft de ander onrechtvaardig behandeld. Oordeel daarom rechtvaardig tussen ons en wijk niet af van de Waarheid en leid ons naar het rechte Pad

Verse 23 — Surah Sad 38:23

Voorwaar, mijn broeder heeft negen en negentig ooien en ik heb één ooi. Toen zei hij: 'Sta haar aan mij af.' En hij versloeg mij in het redetwisten

Verse 24 — Surah Sad 38:24

Bij (Dâwôed) zei: "Voorzeker, hij heeft jou onrechtvaardig behandeld met de eis om jouw ooi am zijn ooien toe te voegen. En voorwaar, vele genoten behandelen elkaar onrechtvaardig, behalve degenen die geloven en die goede werken verrichten, en zij zijn slechts weinigen. En Dâwôed vermoedde dat Wij hem op de proef stelden, waarop hij zijn Heer om vergeving smeekte. Hij boog zich neer en hij toonde berouw

Verse 25 — Surah Sad 38:25

Toen vergaven Wij hem dat. En voorwaar, voor hem is er bij Ons zeker (Onze) nabijheid en de beste plaats van terugkeer

Verse 26 — Surah Sad 38:26

O Dâwôed, Wij hebben jou tot gevolmachtigde op aarde aangesteld, oordeel daarom met de Waarheid tussen de mensen en volg niet de begeerte, want die zal jou doen afdwalen van de Weg van Allah. Voorwaar, degenen die van de Weg van Allah afdwalen: voor hen is er een harde bestraffing omdat zij de Dag des Oordeels vergaten

Verse 27 — Surah Sad 38:27

En Wij hebben de hemel en de aarde en wat dartussen is niet voor niets geschapen. Dat is een vermoeden van degenen die ongelovig zijn. Wee daarom degenen die niet in de Hel geloven

Verse 28 — Surah Sad 38:28

Zullen Wij degenen die geloven en goede werken verrichten behandelen als de verderfzaaiers op de aarde? Of zullen Wij de Moettaqôen be handelen als de verdorvenen

Verse 29 — Surah Sad 38:29

(Dit is) een gezegend Boek dat Wij aan jou hebben neergezonden opdat zij Zijn Verzen zullen overpeinzen en opdat de bezitters van verstand er lering uit trekken

Verse 30 — Surah Sad 38:30

En Wij schonken Dâwôed Soelaimân, de beste dienaar. Voorwaar, hij is de meest berouwtonende

Verse 31 — Surah Sad 38:31

(Gedenkt) toen hem in de avond dc snelle raspaarden werden getoond

Verse 32 — Surah Sad 38:32

Toen zei hij: "Voorwaar, ik koesterde de liefde voor het goede ten koste van het gedenken van mijn Heer, totdat zij onzichtbaar werden door de zonsondergang

Verse 33 — Surah Sad 38:33

Brengt ze naar mij terug." Daarna begon bij (de paarden) over de benen en de halzen te stirijken

Verse 34 — Surah Sad 38:34

En voorzeker, Wij hebben Soelaimân op de proef gesteld en Wij zetten (hem) op zijn zetel, als een lichaam, waarna hij berouw toonde

Verse 35 — Surah Sad 38:35

Hij zei: "Mijn Heer, vergeef rnij, en schenk mij een koninkrijk dat niemand na mij ooit zal bezitten. Voorwaar, U bent de Schenker

Verse 36 — Surah Sad 38:36

En Wij maakten de wind un hem dienstbaar, die volgzaan waaide op zijn bevel, waarheen bij wilde

Verse 37 — Surah Sad 38:37

En (ook) de Satans, allen waren bouwers en duikers

Verse 38 — Surah Sad 38:38

En andere (Satans) vastgebonden in ketenen

Verse 39 — Surah Sad 38:39

Dat is een ge-schenk van Ons, geef (het) dan weg of houd (het) achter; zonder afrekening

Verse 40 — Surah Sad 38:40

En voorwaar, voor hem is er bij Ons zeker (Onze) nabijheid en de beste plaats van terugkeer

Verse 41 — Surah Sad 38:41

En gedenk Onze dienaar, Ayyôeb, toen hij tot zij Heer riep: "Voorwaw, de Satan heeft mij getroffen met tegenspoed en bestraffing

Verse 42 — Surah Sad 38:42

(Allah antwoordde:) "Stamp met jouw voet, dit is koel water om te baden en om van te drinken

Verse 43 — Surah Sad 38:43

En Wij hebben hem zijn familie en nog eens zoveel met hen geschonken, als een genade van Ons en als een tering voor de bezitters van verstand

Verse 44 — Surah Sad 38:44

(Allah zei tegen Ayyôeb:) "En neem een bosje gras in je hand, en sla daarmee (jouw vrouw) en breek jouw eed niet." Voorwaar, Wij troffen hem aan als een geduldige, de beste dienaar. Voorwaar, hij is de meest berouwtonende

Verse 45 — Surah Sad 38:45

En gedenk Onze dienaren Ibrâhîm en Ishâq en Ya'qôeb allen waren beziners van grote kracht en inzicht

Verse 46 — Surah Sad 38:46

Voorwaar, Wij zuiverden hen volledig ten behoeve van (hun) godachtenis van het Hiernamaals

Verse 47 — Surah Sad 38:47

En voorwaar, zij behoorden bij Ons zeker tot de beste uitgekozenen

Verse 48 — Surah Sad 38:48

En gedeak Ismâ'îl (en Al Yasa' en Dzôelkifl: zij behoorden allen tot de besten)

Verse 49 — Surah Sad 38:49

Dit is een herinnering, en voorwaar, voor de Moettaqôen is er zeker de beste plaats van terrugkeer

Verse 50 — Surah Sad 38:50

De Tuinen van 'Adn (het Paradijs) waarvan de poorten voor hen geopend zijn

Verse 51 — Surah Sad 38:51

Daarin leunen zij, zij vragen daarin om vele vruchten en om drinken

Verse 52 — Surah Sad 38:52

En bij hen zijn mooie gezellinnen met ingetogen blikken, gelijk in leeftijd

Verse 53 — Surah Sad 38:53

Dat is wat aan jullie beloofd is voor de Dag des Oordeels

Verse 54 — Surah Sad 38:54

Voorwaar, dit is zeker een voorziening van Ons die geen einde kent

Verse 55 — Surah Sad 38:55

Zo is het. En voorwaar, voor de overtreders is er zeker de slechtste plaats van terugkeer

Verse 56 — Surah Sad 38:56

De Hel, daarin zullen zij binnentreden en dat is de slechtste rustplaats

Verse 57 — Surah Sad 38:57

Zo is het. Laten zij hem (de bestraffing) proeven: kokend water en etter

Verse 58 — Surah Sad 38:58

En andere, daarop lijkende soorten

Verse 59 — Surah Sad 38:59

Dit is een groep die samen niet jullie binnenstroomt. Er is geen welkom voor hen. Voorwaar, zij treden de Hel binnen

Verse 60 — Surah Sad 38:60

Zij (hun volgelingen zullen) zeggen: "Nee, juist voor jullie is er geen welkom, jullie zijn het die dit over ons hebben gebracht." Dat is dan de slechtste vestiging

Verse 61 — Surah Sad 38:61

Zij zullen zeggen: "Onze Heer, voor wie dit over ons heeft gebracht: vermenigvuldig de bestraffing in de Hel voor hem

Verse 62 — Surah Sad 38:62

En zij zullen zeggen: "Hou komt het dat wij niet de mensen (gelovigen) zien, die wij tot de slechtsten rekenden

Verse 63 — Surah Sad 38:63

Is het omdat wij hen tot onderwerp van bespotting maakten, of slagen de ogen er niet in hen te zien

Verse 64 — Surah Sad 38:64

Voorwaar, dat zal zeker de waarheid zijn: het redetwisten van de bewoners van de Hel

Verse 65 — Surah Sad 38:65

Zeg: "Ik ben slechts een waarschuwer, en er is geen god dan Allah, de Ene, de Overweldiger

Verse 66 — Surah Sad 38:66

De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen hen is, de Almachtige, de Vergevensgezinde

Verse 67 — Surah Sad 38:67

Zeg: "Dit is een geweldig bericht

Verse 68 — Surah Sad 38:68

Waarvan jullie je afwenden

Verse 69 — Surah Sad 38:69

Het is voor mij niet mogelijk dat ik kennis zou hebben over de Engelen toen zij redetwistten

Verse 70 — Surah Sad 38:70

Het is aan mij geopenbaard dat ik slechts een duidelijke waarschuwer ben

Verse 71 — Surah Sad 38:71

(Gedenk) Toen jouw Heer tot de Engelen zei: "'Voorwaar, Ik schep een mens uit aarde

Verse 72 — Surah Sad 38:72

En Ik vervolmaak hem, en blaas hem van de Geest in." Toen knielden zij zich voor hem neer

Verse 73 — Surah Sad 38:73

Toen knielden alle Engelen tezamen neer

Verse 74 — Surah Sad 38:74

Behalve Iblîs, hij was hoogmoedig en hij behoorde tot de ongelovigen

Verse 75 — Surah Sad 38:75

Hij (Allah) zei: "O Iblîs, wat heeft jou ervan weerhouden om neer te knielen toen Ik (Adam) met Mijn beide Handen had geschapen? Was jij hoogmoedig, of behoorde jij tot de hooghartigen

Verse 76 — Surah Sad 38:76

Hij zei: "Ik ben beter dan hij. U heeft mij uit vuur geschapen, terwijl U hem uit aarde heeft geschapen

Verse 77 — Surah Sad 38:77

Hij (Allah) zei: "Ga dan weg uit haar (het Paradijs): voorwaar, jij bent een verworpene

Verse 78 — Surah Sad 38:78

En voorwaar, op jou rust Mijn vervloeking, tot de Dag des Oordeels

Verse 79 — Surah Sad 38:79

Hij (Iblîs) zei: "Mijn Heer, geef mij uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt

Verse 80 — Surah Sad 38:80

Hij (Allah) zei: "Voorwaar, jij behoort dan tot hen aan wie uitstel is gegeven

Verse 81 — Surah Sad 38:81

Tot de Dag van de vastgestelde tijd

Verse 82 — Surah Sad 38:82

Hij (Iblîs) zei: "Bij Uw eer dan, ik zal hen zeker allen misleiden

Verse 83 — Surah Sad 38:83

Behalve Uw dienaren onder hen die zuiver zijn in hun aanbidding

Verse 84 — Surah Sad 38:84

Hij (Allah): "De Waarheid, en Ik spreek de Waarheid

Verse 85 — Surah Sad 38:85

Ik zal zeker De Hel vullen met jou en met degenen onder hen die jou volgden, tezamen

Verse 86 — Surah Sad 38:86

Zeg (O Moehammad): "Ik vraag jullie er geen beloning voor en ik behoor niet tot hen die verzinnen

Verse 87 — Surah Sad 38:87

Hij (de Koran) is niets dan een Vermaning voor de werelden

Verse 88 — Surah Sad 38:88

En over een tijd zullen jullie zeker weten wat zijn boodschap was