Back to Languages

Dutch - Chapter 51 - Adh-Dhariyat

Translation by Sofian S. Siregar — Permalink

Verse 1 — Surah Adh-Dhariyat 51:1

Bij de winden die doen opwaaien

Verse 2 — Surah Adh-Dhariyat 51:2

Bij de wolken die een zware last dragen

Verse 3 — Surah Adh-Dhariyat 51:3

Bij de schepen die gemakkelijk voortdrijven

Verse 4 — Surah Adh-Dhariyat 51:4

Bij de verdelers (de Engelen) die volgens een verordening verdelen

Verse 5 — Surah Adh-Dhariyat 51:5

Voorwaar, wat jullie is aangezegd zal zeker bewaarheid worden

Verse 6 — Surah Adh-Dhariyat 51:6

En voorwaar, de (Dag der) Opstanding zal zeker plaatsvinden

Verse 7 — Surah Adh-Dhariyat 51:7

Bij de hemel met zijn banen (van sterren en planeten)

Verse 8 — Surah Adh-Dhariyat 51:8

Voorwaar, jullie standpunt (tegenover de Profeet en de Koran) wisselt

Verse 9 — Surah Adh-Dhariyat 51:9

Degene die ervan afgewend wordt, die wordt belogen

Verse 10 — Surah Adh-Dhariyat 51:10

Verdoemd zijn de leugenaars

Verse 11 — Surah Adh-Dhariyat 51:11

Degenen die in achteloosheid verkeren

Verse 12 — Surah Adh-Dhariyat 51:12

Zij vragen: "Wanneer is de Dag van de Opstanding

Verse 13 — Surah Adh-Dhariyat 51:13

Op die Dag zullen zij in de Hel verbrand worden

Verse 14 — Surah Adh-Dhariyat 51:14

(De bewaker van de Hel zegt:) "Proeft jullie bestraffing. Dit is waar jullie de bespoediging van vroegen

Verse 15 — Surah Adh-Dhariyat 51:15

Voorwaar, de Moettaqôen verblijven in Tuinen en bij bronnen (in het Paradijs)

Verse 16 — Surah Adh-Dhariyat 51:16

Zij nemen wat hun Heer hun geeft. Voorwaar, zij behoorden voorheen tot de weldoeners

Verse 17 — Surah Adh-Dhariyat 51:17

Zij plachten gedurende de nacht weinig te slapen

Verse 18 — Surah Adh-Dhariyat 51:18

En in de laatste uren van de nacht smeekten zij om vergeving

Verse 19 — Surah Adh-Dhariyat 51:19

En van hun bezittingen was een rechtmatig deel voor de bedelaar en voor degene die zich weerhield van bedelen

Verse 20 — Surah Adh-Dhariyat 51:20

En op de aarde zijn Tekens voor de overtuigden

Verse 21 — Surah Adh-Dhariyat 51:21

En ook in jullie zelf, zien jullie dan niet

Verse 22 — Surah Adh-Dhariyat 51:22

En in de hemel is jullie voorziening, en wat jullie is beloofd

Verse 23 — Surah Adh-Dhariyat 51:23

Bij de Heer van de hemel en de aarde: voorwaar, het is zeker waar, zo waar als (het feit) dat jullie spreken

Verse 24 — Surah Adh-Dhariyat 51:24

Heeft de geschiedenis van de geëerde gasten van Ibrahîm jou bereikt

Verse 25 — Surah Adh-Dhariyat 51:25

Toen zij bij hem kwamen, zeiden zij: "Vrede!" Hij zei: "Vrede!", (en hij dacht bij zichzelf:) "Onbekend volk

Verse 26 — Surah Adh-Dhariyat 51:26

Hij ging toen vlug naar zijn familie en bracht een geroosterd kalf

Verse 27 — Surah Adh-Dhariyat 51:27

Hij plaatste het daarop vóór hen, en zei: "Eten jullie het niet

Verse 28 — Surah Adh-Dhariyat 51:28

(Maar zij wilden niet eten.) Toen voelde hij angst voor hen. Zij zeiden: "Wees niet bang." En zij verkondigden hem de verheugende tijding over (de geboorte van) een verstandige jongeling (Ishâq)

Verse 29 — Surah Adh-Dhariyat 51:29

Zijn vrouw kwam schreeuwend naar voren, en zij sloeg zich in haar gezicht, en zei: "Ik ben een oude, onvruchtbare vrouw

Verse 30 — Surah Adh-Dhariyat 51:30

Zij zeiden: "Zo heeft jouw Heer gesproken: voorwaar, Hij is de Alwijze, de Alwetende

Verse 31 — Surah Adh-Dhariyat 51:31

Hij (Ibrâhîm) vroeg: "Wat is jullie boodschap, O gezanten

Verse 32 — Surah Adh-Dhariyat 51:32

Zij zeiden: "Voorwaar, wij zijn gezonden naar een volk van misdadigers

Verse 33 — Surah Adh-Dhariyat 51:33

Opdat wij stenen van klei op hen neerzenden

Verse 34 — Surah Adh-Dhariyat 51:34

Die zijn gekenmerkt bij jouw Heer, voor de overtreders

Verse 35 — Surah Adh-Dhariyat 51:35

Toen deden Wij degenen die daar tot de gelovigen behoorden vertrekken

Verse 36 — Surah Adh-Dhariyat 51:36

Maar Wij troffen daar slechts één huis van degenen die zich (aan Allah) overgegeven hadden aan. (het huis van Lôeth)

Verse 37 — Surah Adh-Dhariyat 51:37

En Wij lieten daar een Teken achter voor degenen die de pijnlijke bestraffing vreesden

Verse 38 — Surah Adh-Dhariyat 51:38

En ook in (de geschiedenis van) Môesa toen Wij hem naar Fir'aun zonden met een duidelijk bewijs

Verse 39 — Surah Adh-Dhariyat 51:39

Hij (Fir'aun) wendde zich af met zijn gevolg, en hij zei: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene

Verse 40 — Surah Adh-Dhariyat 51:40

Daarop grepen Wij hem en zijn legers en wierpen hen in de zee. En hem (Fir'aun) trof de blaam

Verse 41 — Surah Adh-Dhariyat 51:41

En in de 'Âd, toen Wij over hen een verwoestende wind zonden

Verse 42 — Surah Adh-Dhariyat 51:42

Die niets heel liet van wat hij tegenkwam, maar (alles) tot ruïnes maakte

Verse 43 — Surah Adh-Dhariyat 51:43

En in de Tsamôed, toen tot hen gezegd werd: "Geniet maar, tot een bepaalde tijd

Verse 44 — Surah Adh-Dhariyat 51:44

Toen waren zij hoogmoedig tegenover het gebod van hun Heer, waarop de bliksemslag hen greep, terwijl zij toezagen

Verse 45 — Surah Adh-Dhariyat 51:45

Toen konden zij niet meer opstaan en zij konden zichzelf niet helpen

Verse 46 — Surah Adh-Dhariyat 51:46

En het volk van Nôeh van daarvóór: voorwaar, zij waren een zwaar zondig volk

Verse 47 — Surah Adh-Dhariyat 51:47

En Wij hebben de hemel met een grote macht gebouwd. En voorwaar, Wij zijn zeker Machtigen

Verse 48 — Surah Adh-Dhariyat 51:48

En Wij hebben de aarde uitgespreid, en de beste Uitspreiders zijn Wij

Verse 49 — Surah Adh-Dhariyat 51:49

En van alle dingen hebben Wij paren geschapen. Hopelijk zullen jullie je laten vermanen

Verse 50 — Surah Adh-Dhariyat 51:50

(Zeg, O Moehammad) "Vlucht daarom naar Allah: voorwaar, ik ben voor jullie van Hem (voor Zijn bestraffing) een duidelijke waarschuwer

Verse 51 — Surah Adh-Dhariyat 51:51

En neemt naast Allah geen andere god: voorwaar, ik ben voor jullie van Hem (voor Zijn bestraffing) een duidelijke waarschuwer

Verse 52 — Surah Adh-Dhariyat 51:52

Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene

Verse 53 — Surah Adh-Dhariyat 51:53

Dragen zij dit aan elkaar over (van geslacht op geslacht)? Zij zijn zelfs een overtredend volk

Verse 54 — Surah Adh-Dhariyat 51:54

Wend je daarom van hen af, dan wordt jou niets verweten

Verse 55 — Surah Adh-Dhariyat 51:55

En vermaan: want voorwaar, de vermaning baat de gelovigen

Verse 56 — Surah Adh-Dhariyat 51:56

En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen

Verse 57 — Surah Adh-Dhariyat 51:57

Ik wens geen voorzieningen van hen, en ik wens niet dat zij Mij voeden

Verse 58 — Surah Adh-Dhariyat 51:58

Voorwaar, Allah is de Voorziener, de Bezitter van sterke kracht

Verse 59 — Surah Adh-Dhariyat 51:59

Voorwaar, de zonden van degenen die onrecht plegen zijn gelijk aan de zonden van hun soortgenoten (in vroegere generaties). Laten zij daarom Mij niet vragen (de bestraffing) te bespoedigen

Verse 60 — Surah Adh-Dhariyat 51:60

Wee dan degenen die ongelovig zijn op hun Dag die aangezegd is