Back to Languages

Dutch - Chapter 12 - Yusuf

Translation by Van De Taal — Permalink

Verse 1 — Surah Yusuf 12:1

Alif Laam Raa. Dit zijn de verzen van het Boek, dat alles verklaart

Verse 2 — Surah Yusuf 12:2

Wij hebben het geopenbaard - als de Arabische Koran- opdat gij moogt begrijpen

Verse 3 — Surah Yusuf 12:3

Wij verhalen u het schoonste verhaal door u deze Koran te openbaren, ofschoon gij voorheen onwetend waart

Verse 4 — Surah Yusuf 12:4

Toen Jozef tot zijn vader zeide: 'O mijn vader, (in mijn droom) zag ik elf sterren en de zon en de maan en ik zag ze zich voor mij nederwerpen

Verse 5 — Surah Yusuf 12:5

Hij zeide: 'O, mijn zoon, verhaal uw broedars uw droom niet, anders zullen zij plannen tegen u smeden, want Satan is een openlijke vijand der mensen

Verse 6 — Surah Yusuf 12:6

En zo zal uw Heer u verkiezen en u de verklaring der dingen onderwijzen en Zijn gunst aan u en aan de familie van Jacob vervohnaken, zoals Hij die voordien aan twee uwer voorvaderen, Abraham en Izaak had voltooid. Voorwaar, uw Heer is Alwetend, Alwijs

Verse 7 — Surah Yusuf 12:7

Voorzeker, er zijn voor de zoekers (naar waarheid) tekenen in (de geschiedenis van) Jozef en zijn broeders

Verse 8 — Surah Yusuf 12:8

Toen zij zeiden: 'Voorwaar, Jozef en zijn broeder zijn onze vader liever dan wij, ofschoon wij een sterke groep zijn. Voorzeker, onze vader dwaalt openlijk

Verse 9 — Surah Yusuf 12:9

Doodt Jozef of verdrijft hem naar een (ver) land, zodat uw vaders gunst uitsluitend voor u moge zijn, waarna gij een rechtvaardig volk zult worden

Verse 10 — Surah Yusuf 12:10

E�n hunner zeide: 'Doodt Jozef niet, maar als gij iets moet doen werpt hem dan op de bodem van een diepe put; iemand uit een karavaan zal hem opnemen

Verse 11 — Surah Yusuf 12:11

Zij zeiden: 'O, onze vader, waarom vertrouwt gij ons niet aangaande Jozef, hoewel wij hem welgezind zijn

Verse 12 — Surah Yusuf 12:12

Zend hem morgen met ons mede, opdat hij zich moge vermaken en spelen en wij zullen voorzeker zijn bewakers zijn

Verse 13 — Surah Yusuf 12:13

Hij zeide: 'Het verdriet mij, dat gij hem zoudt medenemen en ik vrees, dat de wolf hem zal verslinden terwijl gij niet op hem let

Verse 14 — Surah Yusuf 12:14

Zij zeiden: 'Indien de wolf hem zou verslinden terwijl wij een sterke groep vormen, dan zijn wij inderdaad de verliezers

Verse 15 — Surah Yusuf 12:15

Toen zij hem medenamen, kwamen zij overeen hem op de bodem van een diepe put neer te laten en Wij zonden hem een openbaring: 'Gij; zult hun van deze zaak vertellen zonder dat zij het beseffen

Verse 16 — Surah Yusuf 12:16

´s Avonds kwamen zij wenend tot hun vader

Verse 17 — Surah Yusuf 12:17

En zeiden: 'O, onze vader, wij hielden een wedloop en lieten Jozef met onze goederen achter en de wolf verslond hem; maar zelfs al spreken wij de waarheid, zult gij ons niet geloven

Verse 18 — Surah Yusuf 12:18

En zij brachten zijn hemd met bloed, dat niet van hem was. Hij (Jacob) zeide: 'Neen, gij hebt de zaak veel te licht opgevat. Daarom is geduld passend. En het is Allah Wiens hulp dient te worden gezocht over hetgeen gij beweert

Verse 19 — Surah Yusuf 12:19

Er kwam een karavaan langs en deze zond een waterputter, die zijn emmer nederliet. 'O, goed nieuws,' zeide hij. 'Hier is een jongeling.' En zij verborgen hem als een stuk koopwaar en Allah wist goed, wat zij deden

Verse 20 — Surah Yusuf 12:20

Zij verkochten hem voor een geringe prijs, een paar zilverstukken, want zij waren onverschillig jegens hem

Verse 21 — Surah Yusuf 12:21

En de Egyptenaar, die hem kocht, zeide tot zijn vrouw: 'Maak zijn verblijf behoorlijk. Het is waarschijnlijk dat hij ons van nut kan zijn, of dat wij hem als zoon aannemen.' En zo vestigden Wij Jozef in het land, opdat Wij hem in het verklaren der dingen mochten onderwijzen. Allah heeft macht over Zijn gebod, maar de meeste mensen weten het niet

Verse 22 — Surah Yusuf 12:22

Toen hij volwassen was, schonken Wij hem oordeel en kennis; zo belonen Wij de goeden

Verse 23 — Surah Yusuf 12:23

En zij, in wier huis hij was, zocht hem (tegen zijn wil) te verleiden. Zij grendelde de deuren en zeide: 'Kom nu.' Hij antwoordde: 'Dat verhoede Allah, hij is mijn heer. Hij heeft mijn verblijf waardig gemaakt. Voorwaar, de boosdoeners slagen nooit

Verse 24 — Surah Yusuf 12:24

En zij nam een besluit betreffende hem en hij nam een besluit betreffende haar. Als hij geen duidelijk teken van zijn Heer had gezien, (kon hij zo´n vastberadenheid niet hebben getoond). Zo kwam het dat Wij het kwaad en de onbetamelijkheid van hem mochten afwenden. Voorzeker hij was een Onzer uitverkoren dienaren

Verse 25 — Surah Yusuf 12:25

En zij holden beiden naar de deur en zij scheurde zijn hemd van achteren en zij ontmoetten haar echtgenoot aan de deur. Zij zeide: 'Wat zal de straf zijn voor iemand die kwade bedoelingen had met uw vrouw, anders dan gevangenneming of een pijnlijke kastijding

Verse 26 — Surah Yusuf 12:26

Hij (Jozef) zeide: 'Zij is het die mij tegen mijn wil zocht te verleiden.' En een familielid van haar getuigde: 'Als zijn hemd van voren is gescheurd, heeft zij de waarheid gesproken en behoort hij tot de leugenaars

Verse 27 — Surah Yusuf 12:27

Maar als zijn hemd van achteren is gescheurd, heeft zij gelogen en behoort hij tot de waarachtigen

Verse 28 — Surah Yusuf 12:28

Toen hij (haar man) zag dat zijn hemd van achteren was gescheurd, zeide hij: 'Dit is zeker een list van u, vrouwen. Uw list is inderdaad sterk

Verse 29 — Surah Yusuf 12:29

O, Jozef, wend u hiervan af en gij (vrouw), vraag vergiffenis voor uw zonde. Gij behoort zeker tot de schuldigen

Verse 30 — Surah Yusuf 12:30

En de vrouwen in de stad zeiden: 'De vrouw van Aziez zoekt haar slaaf tegen zijn wil te verleiden. Hij heeft haar met verliefdheid vervuld. Wij zien haar inderdaad klaarblijkelijk dwalen

Verse 31 — Surah Yusuf 12:31

En toen zij van hun plannen hoorde, nodigde zij haar uit en bereidde haar een maaltijd en gaf ieder een mes en zeide dan (tot Jozef): 'Ga naar hen toe.' En toen zij hem zagen achtten zij hem grotelijks en zij sneden zich in de handen en zeiden: 'Allah zij verheerlijkt. Dit is geen mens, dit is een edele engel

Verse 32 — Surah Yusuf 12:32

Zij zeide: 'Dit is hij nu over wie gij mij beschuldigdet, ik zocht hem werkelijk tegen zijn wil te verleiden, maar hij redde zich. En als hij nu niet doet wat ik hem verzoek, zal hij zeker gevangen genomen en vernederd worden

Verse 33 — Surah Yusuf 12:33

Hij (Jozef) zeide: 'O mijn Heer, ik zou de gevangenis verkiezen boven hetgeen waartoe zij mij roepen; tenzij Gij haar list van mij afwendt zal ik mij tot haar neigen en tot de onwetenden behoren

Verse 34 — Surah Yusuf 12:34

Daarom verhoorde zijn Heer zijn gebed en wendde hun list van hem af. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende

Verse 35 — Surah Yusuf 12:35

Dus kwam het hun (mannen) voor, nadat zij de tekenen van zijn onschuld hadden gezien, dat zij hem voor een tijd gevangen moesten nemen

Verse 36 — Surah Yusuf 12:36

En er gingen met hem twee jonge mannen de gevangenis binnen. Een hunner zeide: 'Ik zag mij wijn persen.' En de andere zeide: 'Ik zag mij in een droom brood op mijn hoofd dragen waarvan de vogelen aten. Geef ons de verklaring er van, voorzeker, wij zien dat gij tot de goeden behoort

Verse 37 — Surah Yusuf 12:37

Hij antwoordde: 'Het voedsel, dat u wordt gegeven, zal niet tot u komen, voordat ik u de verklaring er van heb gegeven. Dit is naar aanleiding van hetgeen mijn Heer mij heeft onderwezen. Ik heb van de godsdienst van het volk dat niet in Allah en in het Hiernamaals gelooft, afstand gedaan

Verse 38 — Surah Yusuf 12:38

En ik volg de godsdienst van mijn vaderen, Abraham, Izaak en Jacob. Het betaamt ons niet dat wij iets met Allah vereenzelvigen. Dit behoort tot Allah´s genade voor ons en de mensheid, maar de meeste mensen zijn niet dankbaar

Verse 39 — Surah Yusuf 12:39

O, mijn twee medegevangenen, zijn verscheidene Heren beter of is Allah, de Ene, de Opperste beter

Verse 40 — Surah Yusuf 12:40

Gij aanbidt naast Allah niets, dan ijdele namen die gij hebt uitgedacht, gij en uw vaderen; Allah heeft daar geen gezag voor nedergezonden. De beslissing berust bij Allah alleen. Hij heeft bevolen dat gij naast Hem niets zult aanbidden. Dit is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen beseffen het niet

Verse 41 — Surah Yusuf 12:41

O mijn twee medegevangenen, wat ��n uwer betreft, hij zal wijn voor zijn Heer schenken en wat de ander betreft, hij zal worden gekruisigd, zodat de vogels van zijn hoofd zullen eten. De zaak waarover gij hebt gevraagd, is besloten

Verse 42 — Surah Yusuf 12:42

En hij zeide tot degene van hen, van wie hij wist dat hij bevrijd zou worden: 'Vermeld mij bij uw heer.' Maar Satan deed hem vergeten het aan zijn heer te zeggen daarom bleef hij voor enige jaren in de gevangenis

Verse 43 — Surah Yusuf 12:43

En de koring (van Egypte) zeide: 'Ik zag zeven vette koeien, die door zeven magere koeien werden verslonden en zeven groene korenaren en zeven verwelkte aren. O gij leiders, legt mij de betekenis van mijn droom uit als gij een droom kunt verklaren

Verse 44 — Surah Yusuf 12:44

Zij antwoordden: 'Het zijn verwarde dromen en wij kennen de verklaring van zulke dromen niet

Verse 45 — Surah Yusuf 12:45

En degene van de twee die bevrijd was, herinnerde zich na enige tijd Jozef, en zeide toen: 'Ik zal u de verklaring er van laten weten, zend mij daarom

Verse 46 — Surah Yusuf 12:46

O, Jozef! gij man der waarheid, leg ons de betekenis uit van zeven vette koeien die door zeven magere worden verslonden en van zeven groene korenaren en andere verwelkte aren opdat ik tot het volk moge terugkeren, zodat zij mogen weten

Verse 47 — Surah Yusuf 12:47

Hij antwoordde: 'Gij zult zeven jaren lang voortdurend zaaien en wat gij maait in de aar laten, met uitzondering van een weinig, dat gij zult eten

Verse 48 — Surah Yusuf 12:48

Dan zullen er nadien zeven harde jaren komen, die al hetgeen gij van te voren hebt opgeslagen zullen verteren, met uitzondering van een weinig dat gij zult bewaren

Verse 49 — Surah Yusuf 12:49

Dan zal er nadien een jaar komen, waarin de mensen zullen worden geholpen en waarin zij (vruchten) zullen persen

Verse 50 — Surah Yusuf 12:50

En de koning zeide: 'Brengt hem tot mij.' Maar toen de boodschapper tot hem (Jozef) kwam, zeide hij: 'Ga terug naar uw heer en vraag hem hoe het met de vrouwen is gesteld die zich in de handen sneden, voorzeker mijn Heer kent haar sluwe plan goed

Verse 51 — Surah Yusuf 12:51

Hij, (de koning) zeide tot de vrouwen: 'Wat was het geval met u toen gij Jozef tegen zijn wil zocht te verleiden?' Zij zeiden: 'Allah zij verheerlijkt. Wij hebben geen kwaad van hem geweten.' De vrouw van de Aziez zeide: 'Nu is de waarheid aan het licht gekomen. Ik was het die hem tegen zijn wil zocht te verleiden en hij behoort zeker tot de waarachtigen

Verse 52 — Surah Yusuf 12:52

Dit is, opdat hij moge weten dat ik hem in zijn afwezigheid niet ontrouw was en dat Allah het plan van de ontrouwe mensen niet laat slagen

Verse 53 — Surah Yusuf 12:53

En ik verklaar mijzelf niet vrij (van zwakheid) te zijn, want het menselijke, ik´ spoort tot het kwade aan, uitgezonderd dat waarover mijn Heer barmhartigheid betoont. Voorzeker, mijn Heer is Vergevensgezind, Genadevol

Verse 54 — Surah Yusuf 12:54

En de koning zeide: 'Brengt hem bij mij, ik wil hem voor mijzelf houden.' En toen hij tot hem (Jozef) had gesproken, zeide hij: 'Gij zijt van deze dag af een man van positie en vertrouwen bij ons

Verse 55 — Surah Yusuf 12:55

Hij antwoordde: 'Stel mij aan over de schatten van het land want ik ben een deskundig bewaarder

Verse 56 — Surah Yusuf 12:56

En zo vestigden Wij Jozef in het land. Hij vertoefde er in, waar hij ook wilde. Wij schenken Onze barmhartigheid aan wie Ons behaagt en Wij laten het loon Aer rechtvaardigen niet te gronde gaan

Verse 57 — Surah Yusuf 12:57

En het loon van het Hiernamaals is zeker beter voor degenen die geloven en God vrezen

Verse 58 — Surah Yusuf 12:58

En Jozefs broeders kwamen en gingen bij hem binnen en hij herkende hen, maar zij herkenden hem niet

Verse 59 — Surah Yusuf 12:59

En toen hij hen van levensmiddelen had voorzien, zeide hij: 'Brengt mij uw broeder van vaderskant. Ziet gij niet, dat ik u met volle maat geef en dat ik een goed gastheer ben

Verse 60 — Surah Yusuf 12:60

Maar indien gij hem niet tot mij brengt dan zal er van mij geen maat (koren) voor u zijn noch zult gij in mijn nabijheid komen

Verse 61 — Surah Yusuf 12:61

Zij antwoordden: 'Wij zullen trachten zijn vader hiertoe over te halen, wij zullen het voorzeker kunnen doen

Verse 62 — Surah Yusuf 12:62

En hij (Jozef) zeide tot zijn dienaren: 'Stopt hun geld in de zadeltassen, dat zij het mogen herkennen, wanneer zij tot hun familie terugkeren, opdat zij terug mogen komen

Verse 63 — Surah Yusuf 12:63

En toen zij tot hun vader terugkeerden, zeiden zij: 'Onze vader, een (verdere) maat is ons ontzegd, zend daarom onze broeder met ons mede, opdat wij onze maat (koren) mogen verkrijgen en wij zullen zeker op hem passen

Verse 64 — Surah Yusuf 12:64

Hij (Jacob) antwoordde: 'Zal ik u hem toevertrouwen, zoals ik u voorheen zijn broeder toevertrouwde? Maar Allah is de beste Beschermer en Hij is de Genadigste der genadigen

Verse 65 — Surah Yusuf 12:65

En toen zij hun reisgoederen openden, vonden zij hun geld aan hen teruggegeven. Zij riepen uit: 'O, onze vader, wat kunnen wij meer wensen? Hier is ons geld aan ons teruggegeven. Wij zullen (nogmaals) koren voor onze familie halen en op onze broeder passen en wij zullen als toegift de maat van een kameellast ontvangen. Dat is een maat die gemakkelijk verkrijgbaar is

Verse 66 — Surah Yusuf 12:66

Hij (Jacob) zeide: 'Ik zal hem niet met u medezenden voordat gij mij een ernstige belofte aflegt in de naam van Allah, dat gij hem zeker tot mij zult brengen tenzij gij allen omsingeld zoudt worden.' En toen zij de belofte hadden afgelegd, zeide hij: 'Allah waakt over hetgeen wij zeggen

Verse 67 — Surah Yusuf 12:67

En hij zeide: 'O mijn zonen, gaat niet door ��n poort binnen maar gaat door verschillende poorten binnen; en ik kan u in niets tegen Allah helpen. De beslissing berust alleen bij Allah. In Hem stel ik mijn vertrouwen en laat allen die willen vertrouwen, alleen in Hem hun vertrouwen stellen

Verse 68 — Surah Yusuf 12:68

Maar toen zij (de stad) binnen gingen zoals hun vader hen had bevolen, kon hen dit tegen Allah toch niets baten; het was slechts dat Jacob zijn zin gedaan kreeg, want hij had voorzeker grote kennis, omdat Wij hem hadden onderwezen, maar de meeste mensen weten het niet

Verse 69 — Surah Yusuf 12:69

En toen zij Jozef bezochten, huisvestte deze zijn broeder bij zich. En hij zeide: 'Ik ben uw broeder, treur daarom niet over hetgeen zij hebben gedaan

Verse 70 — Surah Yusuf 12:70

En toen hij hen van hun provisie had voorzien, legde hij een drinkbeker in zijn broeders zadeltas. Toen riep een omroeper: 'O, karavaan, gij zijt waarlijk dieven

Verse 71 — Surah Yusuf 12:71

Zij vroegen, zich tot hem wendend: 'Wat mist gij

Verse 72 — Surah Yusuf 12:72

Men antwoordde: 'Wij missen des konings maatkop en wie hem brengt zal een kameellast koren ontvangen en ik ben er borg voor

Verse 73 — Surah Yusuf 12:73

Zij antwoordden: 'Bij Allah, gij weet goed, dat wij niet kwamen om slecht in het land te handelen en wij zijn geen dieven

Verse 74 — Surah Yusuf 12:74

Zij (de Egyptenaren) zeiden: 'Wat zal er dan de straf voor zijn als gij leugenaars zijt

Verse 75 — Surah Yusuf 12:75

Zij antwoordden: 'De straf er voor zal zijn: hij, in wiens zadeltas ze wordt gevonden zal zelf de boete er voor zijn. Zo straffen wij de boosdoeners

Verse 76 — Surah Yusuf 12:76

Daarna begon hij met (het onderzoek van) hun tassen alvorens de tas van zijn broeder (te onderzoeken); dan nam men hem (drinkbeker) uit zijn broeders tas. Zo maakten Wij plannen voor Jozef. Hij kon zijn broeder volgens de wet van de koning (van Egypte) niet houden, tenzij Allah het zo had gewild. Wij bevorderen in graden (van kennis en eer) wie Wij willen. Boven elke wetende staat de Alwetende

Verse 77 — Surah Yusuf 12:77

Zij (zijn broeders) zeiden: 'Als deze heeft gestolen, had zijn broeder voorheen ook diefstal gepleegd.' Maar Jozef hield het in zijn hart geheim en onthulde het hun niet. Hij zeide: 'Gij verkeert in een slechte toestand. Allah weet het beste wat gij beweert

Verse 78 — Surah Yusuf 12:78

Zij zeiden: 'O Aziez, hij heeft een zeer oude vader, neem daarom ��n onzer in zijn plaats, want wij zien dat gij tot degenen behoort die goed doen

Verse 79 — Surah Yusuf 12:79

Hij (Jozef) zeide: 'Allah verhoede, dat wij iemand anders dan hem zouden nemen bij wie wij ons eigendom vonden; want dan zouden wij zeker onrechtvaardig zijn

Verse 80 — Surah Yusuf 12:80

En toen zij wanhoopten trokken zij zich terug om in afzondering te beraadslagen. De oudste zeide: 'Weet gij niet, dat uw vader een plechtige belofte in de naam van Allah van u heeft genomen en hoe gij voorheen in uw plicht tegenover Jozef hebt gefaald? Ik zal het land daarom niet verlaten voordat mijn vader het mij toestaat, of Allah voor mij beslist en Hij is de beste Beoordelaar

Verse 81 — Surah Yusuf 12:81

Keert gij tot uw vader terug en zegt: ´Onze vader uw zoon heeft gestolen en wij hebben alleen hetgeen wij wisten vermeld en wij konden waarlijk over het ongeziene niet waken.´

Verse 82 — Surah Yusuf 12:82

´En vraag het volk der stad waarin wij waren en de karavaan waarmede wij reisden en wij spreken voorzeker de waarheid.´

Verse 83 — Surah Yusuf 12:83

Hij (hun vader) zeide: 'Neen, uw ziel heeft een groot iets voor u gering gemaakt. Daarom is geduld passend. Het is mogelijk, dat Allah hen allen te zamen tot mij zal brengen; waarlijk Hij is de Alwetende, de Alwijze

Verse 84 — Surah Yusuf 12:84

En hij wendde zich van hen af en zeide: 'O ik heb verdriet over Jozef.' En zijn ogen werden gevuld met tranen van smart doch hij bedwong zich

Verse 85 — Surah Yusuf 12:85

Zij zeiden: 'Bij Allah, gij zult niet ophouden over Jozef te praten, totdat gij zijt weggekwijnd of totdat gij te gronde gaat

Verse 86 — Surah Yusuf 12:86

Hij antwoordde: 'Ik klaag alleen over mijn zorg en verdriet tot Allah en ik weet van Allah, wat gij niet weet

Verse 87 — Surah Yusuf 12:87

O mijn zonen, gaat en zoekt naar Jozef en zijn broeder en wanhoopt niet aan de genade van Allah, want niemand wanhoopt aan Allah´s barmhartigheid dan het ongelovige volk

Verse 88 — Surah Yusuf 12:88

En toen zij (opnieuw) voor hem (Jozef) kwamen, zeiden zij: 'O, Aziez, armoede heeft ons en onze familie getroffen en wij hebben een armzalige geldsom meegebracht, geef ons daarvoor de volle maat en wees liefdadig. Voorzeker, Allah beloont de liefdadigen

Verse 89 — Surah Yusuf 12:89

Hij zeide: 'Weet gij wat gij Jozef en zijn broeder aandeedt, toen gij onwetend waart

Verse 90 — Surah Yusuf 12:90

Zij vroegen. 'Zijt gij dan Jozef?' Hij zeide: 'Ik ben Jozef en dit is mijn broeder. Allah is ons inderdaad genadig geweest. Voorwaar, wie godvrezend en geduldig is - Allah doet het loon der goeden nooit verloren gaan

Verse 91 — Surah Yusuf 12:91

Zij antwoordden: 'Bij Allah, waarlijk Allah heeft u boven ons verkozen en wij zijn inderdaad zondaren geweest

Verse 92 — Surah Yusuf 12:92

Hij (Jozef) zeide: 'Heden zij er geen verwijt tegen u: Moge Allah u vergeven, Hij is de Genadigste der genadigen

Verse 93 — Surah Yusuf 12:93

Gaat met dit hemd van mij en legt het voor het aangezicht van mijn vader neder; hij zal het begrijpen. En brengt mij uw gehele familie

Verse 94 — Surah Yusuf 12:94

En toen de karavaan (uit Egypte) vertrok, zeide hun vader: 'Ik bemerk voorzeker de geur van Jozef, zelfs al ziet gij mij voor zwakzinnig aan

Verse 95 — Surah Yusuf 12:95

Zij antwoordden: 'Bij Allah, gij houdt zeker aan uw oude dwaling vast

Verse 96 — Surah Yusuf 12:96

En toen de drager van de blijde tijding kwam, legde hij het (hemd) voor hem (Jacob) neder zodat hij zekerheid verkreeg. Dan riep hij uit: 'Zei ik u niet: ´Ik weet van Allah wat gij niet weet´

Verse 97 — Surah Yusuf 12:97

Zij antwoordden: 'O, onze vader, vraag voor ons vergiffenis voor onze zonden: wij zijn inderdaad zondaren geweest

Verse 98 — Surah Yusuf 12:98

Hij (Jacob) zeide: 'Ik zal mijn Heer om vergiffenis voor u vragen. Voorzeker, Hij ls de Vergevensgezinde, de Genadevolle

Verse 99 — Surah Yusuf 12:99

En toen zij tot Jozef kwamen, huisvestte hij zijn ouders bij zich en zeide: 'Komt zoals het Allah behaagt Egypte in vrede binnen

Verse 100 — Surah Yusuf 12:100

Hij hief zijn ouders op de troon en zij wierpen zich voor hem neder. En hij zeide: 'O mijn vader, dit is de vervulling van mijn vroegere droom. Mijn Heer heeft deze verwezenlijkt. En Hij schonk mij een gunst toen Hij mij uit de gevangenis verloste en u uit de woestijn bracht, nadat Satan tweedracht tussen mij en mijn broeders had gezaaid. Voorzeker, mijn Heer is goedertieren voor wie Hij wil. Waarlijk, Hij is de Alwetende, de Alwijze

Verse 101 — Surah Yusuf 12:101

O, mijn Heer, Gij hebt mij macht gegeven en de verklaring van dromen onderwezen. O, Schepper der hemelen en der aarde, Gij zijt mijn Beschermer in deze wereld en in het Hiernamaals. Doe mij sterven als Moslim en verenig mij met de rechtvaardigen

Verse 102 — Surah Yusuf 12:102

Dit behoort tot de tijdingen van het verborgene die Wij u (o Profeet ) openbaren. Gij waart niet bij hen, toen zij zich (tegen u) verenigden en plannen smeedden

Verse 103 — Surah Yusuf 12:103

En de meeste mensen willen niet geloven zelfs al wenst gij het vurig

Verse 104 — Surah Yusuf 12:104

Gij vraagt er hun geen beloning voor. Het is niets dan een vermaning aan alle werelden

Verse 105 — Surah Yusuf 12:105

En hoeveel tekenen zijn er niet in de hemelen en op aarde waaraan zij, zich afwendend, voorbijgaan

Verse 106 — Surah Yusuf 12:106

En de meesten hunner geloven niet in Allah, zonder medegoden aan Hem toe te schrijven

Verse 107 — Surah Yusuf 12:107

Voelen zij zich dan nu veilig voor het komen van een overweldigende straf over hen van Allah of voor het onverwacht komen van het Uur over hen, terwijl zij het niet bemerken

Verse 108 — Surah Yusuf 12:108

Zeg: 'Dit is mijn weg: ik roep tot Allah in zeker weten, ik en mijn volgelingen. Heilig is Allah en ik behoor niet tot de afgodendienaren

Verse 109 — Surah Yusuf 12:109

En Wij zonden v��r u slechts mensen uit de inwoners der steden, die Wij inspireerden. Hebben zij dan niet op aarde gereisd en gezien wat het einde was dergenen die v��r hen waren? En het tehuis van het Hiernamaals is voorzeker beter voor degenen, die vrezen. Wilt gij dan niet begrijpen

Verse 110 — Surah Yusuf 12:110

Totdat, wanneer de boodschappers wanhoopten en zij dachten dat zij voor leugenaars verden gehouden, Onze hulp tot hen kwam en dan werd gered, wie Ons behaagde. En Onze kastijding wordt van een zondig volk niet afgewend

Verse 111 — Surah Yusuf 12:111

Er is in hun verhaal gewis een les voor mensen van begrip. Het is niet iets, dat is verzonnen, doch een vervulling van hetgeen er v��r is en een uiteenzetting van alle dingen en een leiding en een barmhartigheid voor een volk, dat gelooft