Verse 1 — Surah Al-Isra 17:1
Heilig is Hij Die Zijn dienaar bij nacht voerde van de Heilige Moskee naar de Verre Moskee welker omgeving Wij hebben gezegend, opdat Wij hem enkele Onzer tekenen zouden tonen. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende
Verse 2 — Surah Al-Isra 17:2
Wij gaven Mozes het Boek en maakten het tot een richtsnoer voor de kinderen van Isra�l, zeggende: 'Neemt niemand buiten Mij als Voogd
Verse 3 — Surah Al-Isra 17:3
O, nageslacht dergenen die Wij met Noach (in de Ark) droegen! Hij was inderdaad een dankbare dienaar
Verse 4 — Surah Al-Isra 17:4
En Wij maakten aan de kinderen van Isra�l in het Boek bekend: 'Voorwaar, tweemaal zult gij op de aarde verderf teweeg brengen en voorzeker zult gij uitermate aanmatigend worden
Verse 5 — Surah Al-Isra 17:5
Toen dan ook de tijd voor de eerste van de twee bedreigingen kwam, zonden Wij Onze dienaren, toegerust met grote macht tegen u uit, die de huizen binnendrongen; dit was een belofte die in vervulling ging
Verse 6 — Surah Al-Isra 17:6
Nadien gaven Wij u macht over hen en Wij hielpen u met rijkdommen en kinderen, en maakten u groter in getal
Verse 7 — Surah Al-Isra 17:7
(Zeggende) 'Indien gij goed doet, doet gij goed voor uzelf; en indien gij kwaad doet, is het tegen uzelf. En toen de tijd was gekomen voor de tweede (bedreiging), zonden Wij (andere volkeren) om u met schande te treffen zodat zij de Moskee zouden binnendringen zoals zij er de eerste keer binnen gingen om alles wat zij veroverd hadden te verwoesten
Verse 8 — Surah Al-Isra 17:8
Het kan zijn dat uw Heer u barmhartigheid zal tonen; doch indien gij terugkeert, zullen Wij ook terugkeren en Wij hebben de hel tot een kerker voor de ongelovigen gemaakt
Verse 9 — Surah Al-Isra 17:9
Voorzeker, deze Koran voert tot datgene wat juist is; en geeft aan gelovigen die goede werken verrichten de blijde tijding, dat zij een grote beloning zullen ontvangen
Verse 10 — Surah Al-Isra 17:10
En dat Wij voor degenen die niet geloven in het Hiernamaals een smartelijke straf zullen bereiden
Verse 11 — Surah Al-Isra 17:11
De mens vraagt om het kwade gelijk hij om het goede vraagt; en de mens is haastig
Verse 12 — Surah Al-Isra 17:12
En Wij hebben de nacht en de dag gemaakt tot twee tekenen, het teken van de nacht hebben Wij donker en het teken van de dag hebben Wij licht gemaakt, opdat gij overvloed moogt zoeken van uw Heer en opdat gij de jaren kunt tellen en (de tijd kunt) berekenen. En Wij hebben alles duidelijk verklaard
Verse 13 — Surah Al-Isra 17:13
En de werken van ieder mens hebben Wij om zijn hals gehangen; en op de Dag der Verrijzenis zullen Wij voor hem een boek brengen en hij zal het opengeslagen zien
Verse 14 — Surah Al-Isra 17:14
Lees het boek. Uw eigen ziel is op deze dag als rekenaar tegen uzelf voldoende
Verse 15 — Surah Al-Isra 17:15
Degene die de rechte weg volgt, volgt deze slechts voor zijn eigen heil en hij die dwaalt, dwaalt alleen tegen zichzelf. En geen lastdrager zal de last dragen van een ander. En Wij straffen nimmer voordat Wij een boodschapper hebben gezonden
Verse 16 — Surah Al-Isra 17:16
En wanneer Wij Ons voornemen een stad te verwoesten, zenden Wij Ons gebod tot haar machthebbers, maar zij overtreden dit, derhalve wordt de verordening tegen haar van kracht, en verwoesten Wij haar geheel
Verse 17 — Surah Al-Isra 17:17
Hoevele geslachten hebben Wij niet verdelgd na Noach! Voldoende kent en ziet uw Heer de zonden van Zijn dienaren
Verse 18 — Surah Al-Isra 17:18
Voor een ieder die het wereldse verkiest haasten Wij ons het te verschaffen aan wie Wij willen en wat Wij willen, daarna kennen Wij hem de hel toe waarin hij zal branden, vernederd en verworpen
Verse 19 — Surah Al-Isra 17:19
En een ieder die het Hiernamaals begeert en er naar streeft zoals er naar gestreefd behoort te worden terwijl hij een gelovige is, deze is het wiens streven zal worden beloond
Verse 20 — Surah Al-Isra 17:20
Aan iedereen - zowel aan dezen als genen - verstrekken Wij onze gaven. De gaven van uw Heer zijn niet beperkt
Verse 21 — Surah Al-Isra 17:21
Zie, hoe Wij sommigen hunner hebben doen uitblinken boven anderen; voorwaar, het Hiernamaals is groter in waardigheid en uitmuntendheid
Verse 22 — Surah Al-Isra 17:22
Stel geen andere god naast Allah, anders zult gij vernederd en verlaten nederzitten
Verse 23 — Surah Al-Isra 17:23
Uw Heer heeft u bevolen, zeggende: 'Aanbidt niemand anders dan Mij en betoont vriendelijkheid jegens de ouders. Indien ��n hunner bij u een hoge leeftijd bereikt of beiden doen dit, zeg dan nimmer tot hen 'Foei' noch stoot hen af, doch spreek tot hen een welgevallig woord
Verse 24 — Surah Al-Isra 17:24
En wees teder voor hen in erbarming. En zeg: 'Mijn Heer, ontferm u over hen daar zij mij opvoedden toen ik jong was
Verse 25 — Surah Al-Isra 17:25
Uw Heer weet het best, wat in uw gedachten is; indien gij goed zijt dan voorwaar is Hij Vergevensgezind jegens degenen die zich bekeren
Verse 26 — Surah Al-Isra 17:26
Geef de verwanten, de armen en de reiziger het hun toekomende, maar verkwist niet
Verse 27 — Surah Al-Isra 17:27
Voorwaar, de verkwisters zijn de broeders der duivelen en de duivel is ondankbaar jegens zijn Heer
Verse 28 — Surah Al-Isra 17:28
En indien gij u van hen afwendt zoekende de barmhartigheid van uw Heer waarop gij hoopt, spreek tot hen een vriendelijk woord
Verse 29 — Surah Al-Isra 17:29
En houd uw hand niet op uw zak, noch open haar al te wijd, anders zult gij nederzitten in zelfverwijt en spijt
Verse 30 — Surah Al-Isra 17:30
Voorwaar, uw Heer vergroot en beperkt het levensonderhoud voor wie het Hem behaagt. Voorzeker Hij kent en ziet Zijn dienaren goed
Verse 31 — Surah Al-Isra 17:31
En doodt uw kinderen niet uit vrees voor armoede. Wij zijn het die in hun behoeften en in de uwe voorzien. Voorwaar, hen te doden is een grote zonde
Verse 32 — Surah Al-Isra 17:32
En houdt u verre van overspel; want het is een afschuwelijke zaak en een slechte weg
Verse 33 — Surah Al-Isra 17:33
En doodt niemand die Allah heilig heeft verklaard, tenzij het met recht geschiedt. En wie onrechtvaardig is gedood, aan diens erfgenaam hebben Wij zeker gezag verleend, doch laat hem bij het doden niet buitensporig zijn, want hij wordt (door de wet) gesteund
Verse 34 — Surah Al-Isra 17:34
En raakt het eigendom van de wees niet aan dan op de beste wijze tot hij zijn meerderjarigheid heeft bereikt. En vervult het verbond; want gij zult omtrent het verbond worden ondervraagd
Verse 35 — Surah Al-Isra 17:35
En geeft volle maat wanneer gij meet en weegt met een zuivere weegschaal; dat is goed en uiteindelijk het beste
Verse 36 — Surah Al-Isra 17:36
En volgt niet datgene waarvan gij geen kennis bezit. Voorwaar, het oor, oog en het hart - al deze zullen worden ondervraagd
Verse 37 — Surah Al-Isra 17:37
En wandel niet hoogmoedig op aarde rond want gij kunt de aarde niet doen splijten, noch kunt gij de bergen in hoogte evenaren
Verse 38 — Surah Al-Isra 17:38
Het kwade van dit alles is verwerpelijk in de ogen van uw Heer
Verse 39 — Surah Al-Isra 17:39
Dit is hetgeen uw Heer u van de wijsheid heeft geopenbaard. En stel naast Allah geen andere god aan, anders zult gij in zelfverwijt verworpen in de Hel terechtkomen
Verse 40 — Surah Al-Isra 17:40
Heeft dan uw Heer u bevoorrecht met zonen en Zelf dochters gekozen uit het midden der engelen? Voorzeker gij spreekt een groot woord
Verse 41 — Surah Al-Isra 17:41
Wij hebben het in deze Koran herhaaldelijk uiteengezet, opdat zij er lering uit zouden trekken, doch dit doet hen slechts in afkeer toenemen
Verse 42 — Surah Al-Isra 17:42
Zeg: 'Waren er zoals gij zegt andere goden met Hem geweest, dan zouden dezen ongetwijfeld een weg hebben gezocht naar de Heer van de Troon
Verse 43 — Surah Al-Isra 17:43
Heilig is Hij, hoog verheven, boven hetgeen zij zeggen
Verse 44 — Surah Al-Isra 17:44
De zeven hemelen en de aarde en degenen die daarin vertoeven prijzen Zijn heerlijkheid. En daar is niets dat Hem niet met de lof die Hem toekomt verheerlijkt; doch gij begrijpt hun verheerlijking niet. Voorwaar, Hij is Verdraagzaam, Vergevensgezind
Verse 45 — Surah Al-Isra 17:45
En wanneer gij de Koran voorleest, plaatsen Wij tussen u en degenen die niet in het Hiernamaals geloven een verborgen sluier
Verse 46 — Surah Al-Isra 17:46
En Wij leggen een bedekking over hun hart en doofheid in hun oren zodat zij het niet kunnen begrijpen. En wanneer gij in de Koran uw Heer - de Enige - noemt, wenden zij u in afkeer de rug toe
Verse 47 — Surah Al-Isra 17:47
Wij weten het best waar zij op letten terwijl zij naar u luisteren, en wanneer zij in het geheim beraadslagen en wanneer de onrechtvaardigen zeggen: 'Gij volgt slechts een betoverd man
Verse 48 — Surah Al-Isra 17:48
Zie, wat voor gelijkenissen zij over u vertellen; zij zijn zelf afgedwaald en kunnen de weg niet meer vinden
Verse 49 — Surah Al-Isra 17:49
En zij zeggen: 'Zullen wij, wanneer wij tot beenderen en stof vergaan zijn, werkelijk als een nieuwe schepping worden opgewekt
Verse 50 — Surah Al-Isra 17:50
Zeg: 'Weest steen of ijzer
Verse 51 — Surah Al-Isra 17:51
Of een andere schepping die naar uw gedachte het moeilijkst, is.' Dan zullen zij zeggen: 'Zeg, wie zal ons dan doen herleven?' Zeg: 'Hij Die u de eerste maal heeft geschapen.' Dan zullen zij het hoofd schudden tegen u en vragen: 'Wanneer zal dit geschieden?' Zeg, 'Waarschijnlijk is het nabij
Verse 52 — Surah Al-Isra 17:52
De Dag waarop Hij u zal roepen zult gij Hem met de lof die Hem toekomt antwoorden en gij zult denken dat gij slechts een korte wijle hebt vertoefd
Verse 53 — Surah Al-Isra 17:53
En zeg tot Mijn dienaren dat zij spreken wat het beste is. Voorwaar, Satan sticht onenigheid onder hen. Voorwaar, Satan is de mens een verklaarde vijand
Verse 54 — Surah Al-Isra 17:54
Uw Heer kent u het best. Indien het Hem behaagt zal Hij u barmhartigheid tonen of straffen, maar Wij hebben U niet als voogd over hen gezonden
Verse 55 — Surah Al-Isra 17:55
En uw Heer kent het best al hetgeen in de hemelen en op aarde is. En Wij hebben sommige profeten boven de anderen doen uitmunten en aan David hebben Wij Zaboer (de Psalmen) geschonken
Verse 56 — Surah Al-Isra 17:56
Zeg, 'Roept degenen aan die gij u naast Hem inbeeldt; maar dezen hebben geen macht om het kwaad van u te verwijderen, of het te veranderen
Verse 57 — Surah Al-Isra 17:57
Zij roepen zelf hun Heer aan, Zijn nabijheid zoekend, zelfs de meest nabijzijnden, op Zijn barmhartigheid hopend en Zijn straf vrezend. Voorwaar, de straf van uw Heer dient te worden gevrees
Verse 58 — Surah Al-Isra 17:58
Er is geen stad of Wij zullen die voor de Dag der Opstanding verdelgen of streng straffen. Dit staat in het Boek geschreven
Verse 59 — Surah Al-Isra 17:59
En niets weerhoudt Ons van het zenden van tekenen, behalve dat de vroegere volkeren ze hebben verloochend. En Wij gaven aan de Samoed de kamelin als een zichtbaar teken doch zij deden haar kwaad; Wij zenden slechts tekenen om te waarschuwen
Verse 60 — Surah Al-Isra 17:60
En toen Wij tot u zeiden: 'Voorzeker, uw Heer heeft het volk in Zijn hand.' Wij gaven het visioen dat Wij u toonden slechts als een beproeving voor de mensen, evenals de gevloekte boom in de Koran. En Wij waarschuwen hen, doch het doet hen slechts in grotere overtreding toenemen
Verse 61 — Surah Al-Isra 17:61
En toen Wij tot de engelen zeiden: 'Betuigt eer aan Adam,' betuigden zij eer, behalve Iblies. Hij zeide: 'Moet ik mij ter aarde werpen voor iemand die Gij geschapen hebt uit klei
Verse 62 — Surah Al-Isra 17:62
En hij zeide: 'Hebt Gij hem boven mij ge�erd? Indien Gij mij tot de Dag der Opstanding uitstel verleent, zal ik voorzeker zijn nakomelingen mij doen volgen, op enkelen na
Verse 63 — Surah Al-Isra 17:63
Hij zeide: 'Ga heen! en wie onder hen u zal volgen, de hel zal voorwaar een ruime vergelding voor u allen zijn
Verse 64 — Surah Al-Isra 17:64
En bekoor met uw stem wie gij kunt en spoor uw ruiterij en uw voetvolk tegen hen aan en wees hun deelgenoot in hun weelde en hun kinderen, en doe hun beloften,' - maar Satan geeft slechts bedriegelijk beloften
Verse 65 — Surah Al-Isra 17:65
Voorzeker over Mijn dienaren zult gij geen macht hebben. En voldoende is uw Heer als Beschermer
Verse 66 — Surah Al-Isra 17:66
Uw Heer is Hij Die de schepen voor u over de zee stuwt, opdat gij Zijn overvloed moogt zoeken. Voorwaar, Hij is Genadig jegens u
Verse 67 — Surah Al-Isra 17:67
En indien een ongeluk op zee u treft, verdwijnen u degenen die gij aanroept, behalve Hij. Doch wanneer Hij u veilig aan land brengt wendt gij u af. Want de mens is zeer ondankbaar
Verse 68 — Surah Al-Isra 17:68
Gevoelt gij u er dan veilig voor, dat Hij u zal verdelgen op het land of dat Hij een hevige storm tegen u zal doen opkomen? Gij zult dan voor u geen beschermer vinden
Verse 69 — Surah Al-Isra 17:69
Of weet gij dan zo zeker dat Hij u daarin niet voor de tweede maal zal terugzenden en dan een stormwind tegen u doen opkomen en u verdrinken wegens uw ongeloof, zodat gij daarin geen helper voor u tegen Ons zult vinden
Verse 70 — Surah Al-Isra 17:70
En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam ge�erd en hen gedragen over land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen dergenen die Wij hebben geschapen
Verse 71 — Surah Al-Isra 17:71
(Gedenk) de Dag waarop Wij elk volk met zijn leider zullen oproepen. Zij die hun boek in de rechter hand ontvangen, zullen hun boek lezen en hen zal geen onrecht worden aangedaan
Verse 72 — Surah Al-Isra 17:72
Maar wie blind is geweest in deze wereld zal blind zijn in het Hiernamaals; hij is ver afgedwaald van de rechte weg
Verse 73 — Surah Al-Isra 17:73
En voorzeker zij zouden u (de profeet) willen afleiden van hetgeen Wij u hebben geopenbaard, opdat gij iets anders over Ons mocht verzinnen; dan zouden zij u zeker tot vriend hebben genomen
Verse 74 — Surah Al-Isra 17:74
En indien Wij u niet hadden gesterkt zoudt gij aan hen een weinig gehoor gegeven hebben
Verse 75 — Surah Al-Isra 17:75
Dan zouden Wij u een dubbele straf in dit leven en in het Hiernamaals hebben doen ondergaan en gij zoudt voor u geen helper tegen Ons hebben kunnen vinden
Verse 76 — Surah Al-Isra 17:76
Zij trachten u, door u vrees in te boezemen, uit het land te verdrijven; dan zullen zij daarna (na uw vertrek) nog slechts korte tijd in rust blijven
Verse 77 — Surah Al-Isra 17:77
(Dit was Onze) handelwijze met Onze boodschappers die Wij v��r u zonden; en gij zult geen verandering vinden in Onze wijze van handelen
Verse 78 — Surah Al-Isra 17:78
Houd het gebed bij het verbleken van de zon tot aan het donker van de nacht; en het reciteren bij de dageraad. Voorwaar, van het reciteren bij de dageraad wordt getuigd
Verse 79 — Surah Al-Isra 17:79
Blijf gedurende een deel van de nacht vrijwillig wakker (voor het gebed). Waarschijnlijk zal uw Heer u een verheven rang verschaffen
Verse 80 — Surah Al-Isra 17:80
En zeg: 'O mijn Heer, laat mijn intrede een goede intrede en mijn uitgang een goede uitgang zijn. En schenk,mij van U een gezag dat tot hulp zou kunnen strekken
Verse 81 — Surah Al-Isra 17:81
En zeg: 'Waarheid is gekomen en leugen is verdwenen. En de leugen is inderdaad onderhevig om te verdwijnen
Verse 82 — Surah Al-Isra 17:82
En van de Koran openbaren Wij hetgeen een geneesmiddel en een genade is voor de gelovigen; doch voor de onrechtvaardigen vergroot het slechts het verlies
Verse 83 — Surah Al-Isra 17:83
En wanneer Wij de mens gunsten bewijzen wendt hij zich af en gaat terzijde en wanneer kwaad hem achterhaalt wordt hij wanhopig
Verse 84 — Surah Al-Isra 17:84
Zeg: 'Ieder handelt op zijn eigen wijze maar uw Heer weet het goed, wie op het rechte pad het best zijn geleid
Verse 85 — Surah Al-Isra 17:85
En zij stellen u vragen betreffende de Geest. Zeg: 'De Geest is op bevel van mijn Heer: en er is u slechts een weinig kennis van gegeven
Verse 86 — Surah Al-Isra 17:86
En als Wij wilden, zouden Wij hetgeen Wij u hebben geopenbaard zeker weg kunnen nemen, dan zoudt gij daarin tegen Ons geen helper vinden
Verse 87 — Surah Al-Isra 17:87
Doch (dit is) een barmhartigheid van uw Heer, voorwaar, Zijn genade jegens u is groot
Verse 88 — Surah Al-Isra 17:88
Zeg: 'Indien de mens en de djinn samenspannen, teneinde het gelijke van deze Koran voort te brengen, zullen zij het gelijke daarvan niet kunnen voortbrengen ook al zouden zij elkanders helpers zijn
Verse 89 — Surah Al-Isra 17:89
En voorzeker Wij hebben voor de mensen in deze Koran allerlei gelijkenissen herhaaldelijk vermeld, doch de meeste mensen tonen slechts ondankbaarheid
Verse 90 — Surah Al-Isra 17:90
En zij zeggen: 'Wij zullen in u stellig niet geloven voordat gij voor ons een bron doet ontspringen aan de aarde
Verse 91 — Surah Al-Isra 17:91
Of tenzij gij een tuin hebt met dadelpalmen en wijnranken en in het midden daarvan stromen doet vloeien
Verse 92 — Surah Al-Isra 17:92
Of tenzij gij de hemel in stukken op ons doet nedervallen zoals gij hebt beweerd of tenzij gij Allah en de engelen v��r ons brengt
Verse 93 — Surah Al-Isra 17:93
Of tenzij gij een huis hebt van goud, of tenzij gij ten hemel stijgt, maar wij zullen in uw hemelvaart niet geloven tenzij gij ons een boek nederzendt dat wij kunnen lezen.' Zeg: 'Glorie zij mijn Heer: ik ben slechts mens en boodschapper
Verse 94 — Surah Al-Isra 17:94
En niets heeft de mensen belet te geloven toen de leiding tot hen kwam dan het feit dat zij zeiden: 'Heeft Allah een mens als boodschapper gezonden
Verse 95 — Surah Al-Isra 17:95
Zeg: 'Hadden er op aarde engelen in vrede en rust rondgelopen dan zouden Wij ongetwijfeld uit de hemel een engel als boodschapper tot hen hebben gezonden
Verse 96 — Surah Al-Isra 17:96
Zeg: 'Voldoende is Allah als getuige tussen u en mij; voorwaar Hij weet en ziet alles betreffende Zijn dienaren
Verse 97 — Surah Al-Isra 17:97
En hij die Allah leidt, is goed geleid, doch voor hem die Hij laat dwalen zult gij buiten Hem geen helper vinden. En Wij zullen hen verzamelen op de Dag der Opstanding, op hun aangezicht, blind, stom en doof voorover liggend. Hun verblijfplaats zal de hel zijn; telkenmale als het Vuur afneemt, zullen Wij de vlam voor hen aanwakkeren
Verse 98 — Surah Al-Isra 17:98
Dat is hun vergelding, daar zij Onze woorden verwierpen en zeiden: 'Zullen wij indien wij beenderen en stof zijn geworden werkelijk worden opgewekt in een nieuwe schepping
Verse 99 — Surah Al-Isra 17:99
Zien zij niet in, dat Allah, Die de hemelen en de aarde schiep, bij machte is hun evenbeeld te scheppen? Hij heeft voor hen een termijn vastgesteld waaromtrent geen twijfel bestaat. Doch de onrechtvaardigen tonen slechts ondankbaarheid
Verse 100 — Surah Al-Isra 17:100
Zeg: 'Indien gij de schatten der barmhartigheid van mijn Heer bezat zoudt gij ze zeker terughouden uit vrees dat ze uitgeput zouden worden. Waarlijk, de mens is vrekkig
Verse 101 — Surah Al-Isra 17:101
En voorwaar, wij schonken Mozes negen duidelijke tekenen. Vraag dit aan de kinderen van Isra�l. Toen hij tot hen kwam, zeide Pharao tot hem: 'Ik geloof, O Mozes, dat gij een betoverd mens zijt
Verse 102 — Surah Al-Isra 17:102
Hij zeide: 'Voorzeker gij weet dat niemand anders dan de Heer der Hemelen en der aarde deze tekenen heeft gezonden; en ik ben zeker dat gij, o Pharao, te gronde gaat
Verse 103 — Surah Al-Isra 17:103
Derhalve besloot hij hem uit het land te verwijderen; doch Wij deden hem en die met hem waren allen tezamen verdrinken
Verse 104 — Surah Al-Isra 17:104
En Wij zeiden na hem tot de kinderen van Isra�l: 'Blijft gij in het land en wanneer de laatste belofte komt zullen Wij u allen tezamen brengen
Verse 105 — Surah Al-Isra 17:105
En voorwaar, Wij hebben dit geopenbaard en met waarheid is hij (de Koran) nedergedaald. En Wij hebben u slechts als een brenger van blijde tijdingen en als waarschuwer gezonden
Verse 106 — Surah Al-Isra 17:106
En Wij hebben u de Koran verduidelijkt opdat gij hem geleidelijk aan de mensheid mocht verkondigen en Wij hebben hem in gedeelten gezonden
Verse 107 — Surah Al-Isra 17:107
Zeg: 'Hetzij gij er wel of niet in gelooft, degenen aan wie voordien kennis was geschonken werpen zich met hun aangezicht ter aarde wanneer deze hun wordt voorgelezen
Verse 108 — Surah Al-Isra 17:108
En zeggen: 'Glorie zij onze Heer. De belofte van onze Heer moest worden vervuld
Verse 109 — Surah Al-Isra 17:109
Wenend vallen zij op hun aangezicht neder en het vermeerdert hun nederigheid
Verse 110 — Surah Al-Isra 17:110
Zeg: 'Roept Allah aan of roept Rahmaan aan, bij welke naam gij Hem ook noemt, Hij heeft de schoonste namen.' En zeg uw gebed niet te luid en evenmin te zacht, doch zoek een middenweg
Verse 111 — Surah Al-Isra 17:111
Zeg: 'Alle lof komt Allah toe Die Zich geen zoon heeft genomen en Die geen mededinger heeft in Zijn Koninkrijk noch heeft Hij enige helper wegens zwakheid.' En verkondig Zijn Grootheid