Back to Languages

Dutch - Chapter 6 - Al-Anam

Translation by Van De Taal — Permalink

Verse 1 — Surah Al-Anam 6:1

Alle lof komt Allah toe, Die de hemelen en de aarde schiep en de duisternis en het licht deed ontstaan; toch stellen de ongelovigen gelijken naast hun Heer

Verse 2 — Surah Al-Anam 6:2

Hij is het, Die u uit klei schiep en daarna een termijn bepaalde. De vastgestelde termijn is bij Hem. Toch twijfelt gij

Verse 3 — Surah Al-Anam 6:3

En Hij is Allah in de hemelen en op aarde. Hij kent uw innerlijk en uw uiterlijk en Hij weet, wat gij verdient

Verse 4 — Surah Al-Anam 6:4

En er komt van de tekenen van hun Heer geen teken tot hen of zij wenden zich er van af

Verse 5 — Surah Al-Anam 6:5

Zij hebben de waarheid verloochend toen deze tot hen kwam, maar de tijdingen waarover zij spotten zullen hen weldra bereiken

Verse 6 — Surah Al-Anam 6:6

Zien zij niet, hoeveel geslachten Wij v��r hen hebben vernietigd? Wij hadden hun zulke macht op de aarde gegeven als Wij u niet hebben geschonken en Wij zonden wolken over hen die regelmatig regen deden neerstromen en Wij deden rivieren onder hen vloeien; daarna vernietigden Wij hen vanwege hun zonden en deden een ander geslacht na hen ontstaan

Verse 7 — Surah Al-Anam 6:7

En al hadden Wij u een boek op perkament nedergezonden en al hadden zij het met hun handen betast, zouden de ongelovigen toch hebben gezegd: 'Dit is niets dan klaarblijkelijke tovenarij

Verse 8 — Surah Al-Anam 6:8

Zij zeggen: 'Waarom is er geen engel tot hem (de Profeet) nedergezonden?' En indien Wij een engel zenden dan wordt de zaak afgedaan en er wordt hun geen uitstel gegeven

Verse 9 — Surah Al-Anam 6:9

En als Wij een engel hadden aangesteld, zouden Wij hem als mens hebben doen voorkomen en zo zouden Wij hetgeen zij verwarren, voor hen nog verwarder hebben gemaakt

Verse 10 — Surah Al-Anam 6:10

En voorzeker de boodschappers v��r u werden ook bespot, zo trof diegenen die bespotten, de straf voor hetgeen zij bespotten

Verse 11 — Surah Al-Anam 6:11

Zeg: 'Gaat op aarde rond en ziet, wat het einde was der loochenaars

Verse 12 — Surah Al-Anam 6:12

Zeg: 'Aan wie behoort hetgeen in de hemelen en op aarde is?' Zeg: 'Aan Allah.' Hij heeft het op Zich genomen, barmhartigheid te tonen. Voorzeker Hij zal u op de Dag der Opstanding verzamelen, daaraan is geen twijfel. Zij, die hun zielen hebben tekort gedaan, geloven niet

Verse 13 — Surah Al-Anam 6:13

Aan Hem behoort wat in nacht en dag bestaat. En Hij is de Alhorende, Alwetende

Verse 14 — Surah Al-Anam 6:14

Zeg: 'Zal ik een andere Beschermer nemen, dan Allah, de Schepper der hemelen en der aarde, Die voedt en niet wordt gevoed?' Zeg: 'Het is mij bevolen, de eerste te zijn die zich onderwerpt.' En behoort niet tot de afgodendienaren

Verse 15 — Surah Al-Anam 6:15

Zeg: 'Ik vrees, als ik mijn Heer niet gehoorzaam, de straf van de grote Dag

Verse 16 — Surah Al-Anam 6:16

Van wie deze straf op die Dag is afgewend, Allah heeft hem inderdaad barmhartigheid betoond. En dat is een klaarblijkelijke overwinning

Verse 17 — Surah Al-Anam 6:17

En als Allah u door schade treft, is er niemand die dit kan afwenden dan Hij; en als Hij u met weldaad omringt - Hij heeft macht over alle dingen

Verse 18 — Surah Al-Anam 6:18

Hij is de Oppermachtige over Zijn dienaren en Hij is de Alwijze, en van alles op de hoogte

Verse 19 — Surah Al-Anam 6:19

Zeg: 'Wie is het gewichtigst als getuige?' Zeg: 'Allah is getuige tussen u en mij. En deze Koran is mij geopenbaard, opdat ik u en wie hij bereikt, moge waarschuwen. Getuigt gij werkelijk dat er andere goden buiten Allah zijn?' Zeg: 'Ik getuig niet.' Zeg: 'Hij is de ene God en ik heb niets uitstaande met datgene wat gij met Hem vereenzelvigt

Verse 20 — Surah Al-Anam 6:20

Degenen, wie Wij het Boek gaven, erkennen hem (de Profeet), zoals zij hun kinderen erkennen. Maar zij, die hun ziel hebben tekort gedaan, willen niet geloven

Verse 21 — Surah Al-Anam 6:21

En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen tegen Allah uitdenkt of Zijn tekenen verloochent? Voorzeker, de onrechtvaardigen zullen niet slagen

Verse 22 — Surah Al-Anam 6:22

(Gedenk) de Dag, waarop Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij zeggen tot degenen, die afgoderij pleegden: 'Waar zijn uw mededingers, die gij beweerdet (te bezitten)

Verse 23 — Surah Al-Anam 6:23

Dan zal hun antwoord niet anders zijn dan dat zij zeggen: 'Bij Allah, onze Heer; wij waren geen afgodendienaren

Verse 24 — Surah Al-Anam 6:24

Zie, hoe zij tegen zichzelven liegen en hoe hetgeen zij plachten te verzinnen voor hen verloren is gegaan

Verse 25 — Surah Al-Anam 6:25

Er zijn sommigen hunner, die naar u luisteren, maar Wij hebben sluiers om hun hart gelegd en hun oren verstopt, zodat zij niet begrijpen. En al zagen zij elk teken, zouden zij er toch niet in geloven; wanneer zij tot u komen redetwisten zij met u, en de ongelovigen zeggen: 'Dit zijn niets dan fabelen der ouden

Verse 26 — Surah Al-Anam 6:26

En zij verbieden (anderen) en blijven er zelt verre van. En zij deren niemand dan zichzelven, zij bemerken het echter niet

Verse 27 — Surah Al-Anam 6:27

En als gij het slechts zoudt kunnen zien, wanneer zij voor het Vuur zullen worden gebracht! Zij zullen dan zeggen: 'O, mochten wij slechts worden teruggezonden, dan zouden wij de tekenen van onze Heer niet meer verloochenen en wij zouden tot de gelovigen behoren

Verse 28 — Surah Al-Anam 6:28

Neen, hetgeen zij voorheen plachten te verbergen is hun duidelijk geworden. En als zij zouden worden teruggezonden zoudden zij gewis tot hetgeen hen was verboden terugkeren; Voorzeker zij zijn leugenaars

Verse 29 — Surah Al-Anam 6:29

En zij zeggen: 'Er is niets dan ons leven van deze wereld en wij kunnen niet worden opgewekt

Verse 30 — Surah Al-Anam 6:30

En wanneer gij het slechts zoudt kunnen zien, wanneer zij voor hun Heer zullen worden gebracht, zal Hij zeggen: 'Is dit niet de waarheid?' Zij zullen antwoorden: 'Ja zeker, bij onze Heer.' Hij zal zeggen: 'Ondergaat dan de straf, omdat gij placht te verwerpen

Verse 31 — Surah Al-Anam 6:31

Voorzeker, zij, die de ontmoeting met Allah verloochenen, benadelen zich, totdat het uur onverwachts over hen komt, en zij zullen zeggen: 'O, wij hebben wroeging, vanwege onze tekortkoming hierin.' En zij zullen hun lasten op hun ruggen dragen. Ziet toe, wat zij dragen is zeker slecht

Verse 32 — Surah Al-Anam 6:32

Het wereldse leven is niets dan een spel en een ijdel vermaak. Doch voor degenen die God vrezen, is het tehuis van het Hiernamaals beter. Wilt gij dan niet begrijpen

Verse 33 — Surah Al-Anam 6:33

Wij weten zeer goed dat hetgeen zij zeggen u verdriet doet, doch zij verloochenen u (profeet) niet, maar het zijn de tekenen van Allah die de boosdoeners verwerpen

Verse 34 — Surah Al-Anam 6:34

Gewis, de boodschappers v��r u werden ook verloochend en gekweld, niettemin bleven zij geduldig in datgene, waarvoor zij waren verloochend; totdat onze hulp tot hen kwam. Er is niemand die de woorden van Allah kan veranderen. En er zijn reeds tijdingen omtrent die boodschappers tot u gekomen

Verse 35 — Surah Al-Anam 6:35

En als hun afkeer u onverdraaglijk is, breng hun dan een teken, indien gij een opening in de aarde of een ladder naar de hemelen kunt vinden. En indian Allah wilde zou Hij hen zeker onder ��n leiding hebben verzameld. Behoor dus niet tot de onwetenden

Verse 36 — Surah Al-Anam 6:36

Alleen degenen die luisteren, kunnen aannemen. De doden zal Allah opwekken en dan zullen zij tot Hem worden teruggebracht

Verse 37 — Surah Al-Anam 6:37

En zij zeggen: 'Waarom is er over hem geen teken van zijn Heer nedergezonden?' Zeg: 'Voorzeker, Allah heeft de macht om een teken neder te zenden.' Maar de meesten hunner beseffen het niet

Verse 38 — Surah Al-Anam 6:38

En er is geen beest dat op de aarde kruipt, noch een vogel die op zijn vleugels vliegt, of zij vormen gemeenschappen, zoals gij. Wij hebben niets uit het Boek weggelaten. Dan zullen zij tot hun Heer tezamen worden gebracht

Verse 39 — Surah Al-Anam 6:39

Zij, die Onze tekenen verloochenen, zijn doof en stom, in de duisternis. Allah laat wie Hij wil dwalen en Hij plaatst op het rechte pad wie Hij wil

Verse 40 — Surah Al-Anam 6:40

Zeg: 'Wat denkt gij? Als de straf van Allah, of het uur over u komt, zult gij dan iemand anders aanroepen, dan Allah, als gij waarachtig zijt

Verse 41 — Surah Al-Anam 6:41

Neen, Hem alleen zult gij aanroepen; dan zal Hij datgene verwijderen waarvoor gij Hem aanroept als Hij dat wil en gij zult uw afgoderij vergeten

Verse 42 — Surah Al-Anam 6:42

Wij zonden inderdaad tot de volkeren die v��r u waren, (een profeet) toen troffen Wij hen (die volkeren) met armoede en tegenspoed opdat zij zich mochten verootmoedigen

Verse 43 — Surah Al-Anam 6:43

Waarom verootmoedigden zij zich niet toen Onze straf over hen kwam? Maar hun hart was verhard en Satan deed hun schoon schijnen al hetgeen zij verrichtten

Verse 44 — Surah Al-Anam 6:44

Toen zij dan hetgeen waarvoor zij waren gewaarschuwd vergaten, openden Wij hun de poorten van alle dingen (der wereld) totdat zij verheugd werden over hetgeen hun was gegeven, dan grepen Wij hen onverwachts aan en zie, zij werden wanhopig

Verse 45 — Surah Al-Anam 6:45

Zo werd de levensader van de mensen, die slecht handelden, afgesneden. Alle lof komt Allah toe, de Heer der Werelden

Verse 46 — Surah Al-Anam 6:46

Zeg: 'Wat denkt gij? Als Allah uw gehoor en gezicht zou wegnemen en uw hart zou verzegelen, wie is dan God buiten Allah die het u kon teruggeven? Zie, hoe Wij de tekenen verklaren, toch wenden Zij zich af

Verse 47 — Surah Al-Anam 6:47

Zeg: 'Wat denkt gij? Als de straf van Allah onverwachts of openlijk tot u komt, zal iemand anders dan het onrechtvaardige volk vernietigd worden

Verse 48 — Surah Al-Anam 6:48

Wij zenden de boodschappers alleen als dragers van blijde tijding en als waarschuwers. Over degenen, die geloven en zich verbeteren, zal geen vrees komen noch zullen zij treuren

Verse 49 — Surah Al-Anam 6:49

En degenen, die Onze tekenen verloochenen, hen zal straf raken, omdat zij niet gehoorzaam waren

Verse 50 — Surah Al-Anam 6:50

Zeg: 'Ik zeg niet tot u, dat ik de schatten van Allah bezit, noch dat ik het onzienlijke ken, noch zeg ik tot u: ´Ik ben een engel´; ik volg slechts hetgeen mij wordt geopenbaard.' Zeg: 'Kunnen de blinde en de ziende gelijk zijn? Wilt gij dan niet nadenken

Verse 51 — Surah Al-Anam 6:51

Waarschuw daarmede degenen die vrezen, dat zij tot hun Heer worden verzameld, dat zij buiten Hem vriend noch bemiddelaar hebben, opdat zij (God) mogen vrezen

Verse 52 — Surah Al-Anam 6:52

En verdrijf niet degenen die hun Heer morgen en avond aanroepen, Zijn aangezicht zoekend. Gij zijt volstrekt niet verantwoordelijk voor hen, noch zijn zij enigermate verantwoordelijk voor u. Zoudt gij hen verdrijven, dan zult gij tot de onrechtvaardigen behoren

Verse 53 — Surah Al-Anam 6:53

En op deze wijze hebben Wij sommigen hunner door anderen beproefd, zodat zij kunnen zeggen: 'Zijn dezen het, die Allah onder ons heeft begunstigd?' Kent Allah degenen die dankbaar zijn niet het beste

Verse 54 — Surah Al-Anam 6:54

Wanneer degenen die in Onze tekenen geloven, tot u komen, zeg dan: 'Vrede zij u.' Uw Heer heeft barmhartigheid op zich genomen; dus wie uwer in onwetendheid kwaad doet en daarna berouw heeft en zich verbetert, (voor hem) is Hij Vergevensgezind, Genadevol

Verse 55 — Surah Al-Anam 6:55

En zo zetten Wij de tekenen uiteen opdat de weg der schuldigen openbaar worde

Verse 56 — Surah Al-Anam 6:56

Zeg: 'Het is mij verboden degenen, die gij naast Allah aanroept, te aanbidden. Zeg: 'Ik wil uw boze neigingen niet volgen. In dat geval zal ik tot de dwalenden behoren en niet tot hen die het rechte pad volgen

Verse 57 — Surah Al-Anam 6:57

Zeg: 'Ik ben op de rechte weg van mijn Heer en gij verloochent die. Maar wat gij verhaast is niet in mijn macht. De beslissing berust slechts bij Allah. Hij zet de waarheid uiteen en Hij is de beste der seheidsrechters

Verse 58 — Surah Al-Anam 6:58

Zeg: 'Als hetgeen gij verhaast in mijn macht was, zou de zaak voorzeker tussen u en mij reeds zijn beslist. En Allah kent de onrechtvaardigen met beste

Verse 59 — Surah Al-Anam 6:59

En bij Hem zijn de sleutels van het onzienlijke; niemand kent dit, behalve Hij. En Hij weet wat op het land en wat in de zee is. En er valt geen blad zonder dat Hij het weet, noch is er een korrel in de duisternis der aarde, noch iets dat groen of droog is, zonder dat het in een duidelijk Boek is vermeld

Verse 60 — Surah Al-Anam 6:60

Hij is het, Die uw ziel in de nacht neemt en weet hetgeen gij overdag doet; daarna wekt Hij u weder op, opdat de vastgestelde termijn moge worden voltooid. Dan is uw terugkeer tot Hem. Daarna zal Hij u inlichten over hetgeen gij deedt

Verse 61 — Surah Al-Anam 6:61

Hij is oppermachtig over Zijn dienaren en Hij zendt bewakers over u, totdat, wanneer de dood tot een uwer komt, Onze boodschappers zijn ziel wegnemen; zij falen daarin niet

Verse 62 — Surah Al-Anam 6:62

Dan worden zij tot Allah, hun ware Heer teruggebracht. Voorzeker, de beslissing ligt in Zijn handen; en Hij verrekent het snelst

Verse 63 — Surah Al-Anam 6:63

Zeg: 'Wie verlost u van de rampen van het land en van de zee wanneer gij Hem in nederigheid en in het geheim aanroept? (zeggende): ´Indien Hij ons hiervan redt zullen wij zeker tot de dankbaren behoren

Verse 64 — Surah Al-Anam 6:64

Zeg: 'Allah verlost u van deze en van elke andere nood en toch schrijft gij deelgenoten (medegoden) aan Hem toe

Verse 65 — Surah Al-Anam 6:65

Zeg: 'Hij heeft macht om u van boven of van onder u straf toe te zenden, u in groepen te verdelen en elkander geweld aan te laten doen.' Zie, hoe Wij de tekenen uiteenzetten opdat zij mogen begrijpen

Verse 66 — Surah Al-Anam 6:66

En uw volk heeft het verworpen, ofschoon het de waarheid is. Zeg: 'Ik ben geen voogd over u

Verse 67 — Surah Al-Anam 6:67

Er is voor elke profetie een vastgestelde tijd en gij zult het weldra te weten komen

Verse 68 — Surah Al-Anam 6:68

Wanneer gij degenen ziet, die Onze tekenen bespotten, wendt u dan van hen af, totdat zij een ander gesprek beginnen. En als Satan het u doet vergeten zit dan niet, nadat het in uw herinnering opkomt, met het onrechtvaardige volk bijeen

Verse 69 — Surah Al-Anam 6:69

En degenen die God vrezen, zijn in het geheel niet verantwoordelijk voor hen, behalve voor de vermaning, opdat zij behoed zullen worden

Verse 70 — Surah Al-Anam 6:70

Laat degenen die hun geloof tot een spel en tijdverdrijf hebben gemaakt en wie het wereldse leven heeft bedrogen, met rust. En waarschuw hiermee, opdat een ziel niet moge worden overgeleverd voor hetgeen zij heeft gedaan. Zij zal naast Allah geen helper of bemiddelaar hebben. En indien zij (zelfs) alles als losprijs zou aanbieden, zal deze van haar niet worden aanvaard. Dezen zijn het, die zijn overgeleverd voor hetgeen zij verdienden. Zij zullen een drank van kokend water en een smartelijke straf ontvangen, omdat zij verwerpen

Verse 71 — Surah Al-Anam 6:71

Zeg: 'Zullen wij naast Allah datgene aanroepen wat ons noch bevoordelen noch schaden kan, dan worden wij, nadat Allah ons heeft geleid, van het rechte pad verwijderd, zoals iemand die de bozen hebben neergeveld op de aarde in een toestand van verbijstering en die metgezellen heeft die hem tot de weg roepen, zeggende: ´Kom tot ons´?' Zeg: 'De leiding van Allah is voorzeker de enige leiding en het is ons bevolen ons aan de Heer der Werelden te onderwerpen

Verse 72 — Surah Al-Anam 6:72

En: 'Onderhoudt het gebed en vreest Hem, tot Wie gij zult worden verzameld

Verse 73 — Surah Al-Anam 6:73

En Hij is het, Die de hemelen en de aarde in werkelijkheid schiep. En de dag, waarop Hij zegt: 'Wees', wordt het. Zijn woord is werkelijkheid; en aan Hem behoort het koninkrijk op de Dag waarop de bazuin zal worden geblazen. De Kenner v an het onzichtbare en het zichtbare. Hij is de Alwijze, de Al- kennende

Verse 74 — Surah Al-Anam 6:74

Toen Abraham tot zijn vader Azar zeide: 'Neemt gij afgoden tot Goden? Ik zie u en uw volk in duidelijke dwaling

Verse 75 — Surah Al-Anam 6:75

Zo toonden Wij Abraham het koninkrijk der hemelen en der aarde, opdat hij tot de vastgelovenden zou behoren

Verse 76 — Surah Al-Anam 6:76

En toen de nacht over hem kwam, zag hij een ster. Hij zeide: 'Dit is mijn Heer.' Maar toen zij onderging, zeide hij: 'Ik heb de dingen, die ondergaan niet lief

Verse 77 — Surah Al-Anam 6:77

En toen hij de maan zag glanzen, zeide hij: 'Dit is mijn Heer.' Maar toen zij onderging zeide hij: 'Had mijn Heer mij niet geleid dan zou ik zeker tot het dwalende volk behoren

Verse 78 — Surah Al-Anam 6:78

En toen hij de zon zag stralen zeide hij: 'Dit is mijn Heer. Dit is de grootste' Maar toen zij onderging, zeide hij: 'O, mijn volk, ik heb niets uitstaande met uw afgoden

Verse 79 — Surah Al-Anam 6:79

Ik heb mijn aangezicht oprecht gewend tot Hem, Die de hemelen en de aarde schiep en ik behoor niet tot de afgodendienaren

Verse 80 — Surah Al-Anam 6:80

En zijn volk redetwistte met hem. Hij zeide: 'Redetwist gij met mij omtrent Allah, terwijl Hij mij recht heeft geleid? En ik vrees hetgeen gij met Hem vereenzelvigt niet, tenzij mijn Heer iets wenst. Mijn Heer omvat alle dingen in Zijn kennis. Wilt gij er dan geen lering uit trekken

Verse 81 — Surah Al-Anam 6:81

En hoe kan ik uw afgoden vrezen, terwijl gij zelf uw afgoderij niet vreest waarvoor Allah u geen gezag heeft nedergezonden? Wie van de twee partijen is dan veiliger, als gij dat weet

Verse 82 — Surah Al-Anam 6:82

Zij die geloven en hun geloof niet met onrechtvaardigheid vermengen - dezen zijn het, die vrede zullen hebben want zij zijn recht geleid

Verse 83 — Surah Al-Anam 6:83

En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven. Wij verheffen graadsgewijze, wie Wij willen. Voorzeker, Uw Heer is Alwijs, Alwetend

Verse 84 — Surah Al-Anam 6:84

En Wij gaven hem Iza�k en Jacob; Wij leidden elk hunner en voordien leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen: David, Salomo, Job, Jozef, Mozes en A�ron. Zo belonen Wij de goeden

Verse 85 — Surah Al-Anam 6:85

En Zacharia, Johannes, Jezus en Elias. Elk hunner behoorde tot de deugdzamen

Verse 86 — Surah Al-Anam 6:86

En Isma�l, Elisa, Jonas en Lot; elk hunner verhieven Wij boven de volkeren

Verse 87 — Surah Al-Anam 6:87

En van hun vaderen en hun kinderen en hun broederen verkozen Wij enigen en leidden hen op het rechte pad

Verse 88 — Surah Al-Anam 6:88

Dit is de leiding van Allah, Hij leidt daarmede van Zijn dienaren, wie Hij wil. En, indien zij iets naast Hem hadden aanbeden, zou voorzeker al hetgeen zij plachten te doen, verloren zijn gegaan

Verse 89 — Surah Al-Anam 6:89

Dezen zijn het, wie Wij het Boek en de heerschappij en het profetenambt gaven. Maar nu dezen er ondankbaar voor zijn, hebben Wij deze aan een volk toevertrouwd dat er niet ondankbaar voor zal zijn

Verse 90 — Surah Al-Anam 6:90

Dezen zijn het, die Allah juist heeft geleid; volgt daarom hun leiding. Zeg: 'Ik vraag u er geen beloning voor. Dit is niets dan een vermaning aan alle volkeren

Verse 91 — Surah Al-Anam 6:91

En zij schatten de juiste waarde van Allah niet wanneer zij zeggen: 'Allah heeft aan niemand iets geopenbaard.' Zeg: 'Wie openbaarde het Boek dat Mozes bracht als licht en leiding voor de mensen - dat gij op papieren schrijft, en bekend maakt, terwijl gij toch veel verbergt en (waardoor) aan u is onderwezen, hetgeen gij noch uw vaderen wisten?' - Zeg: 'Allah'. Laat hen dan met rust om zich met hun ledig spel te vermaken

Verse 92 — Surah Al-Anam 6:92

En dit Boek vol zegeningen, hebben Wij geopenbaard, vervullende, hetgeen er aan voorafging, opdat gij de moeder der steden (Mekka) en wat er omheen is zoudt waarschuwen. En degenen die in het Hiernamaals geloven, geloven er in en zij waken over hun gebed

Verse 93 — Surah Al-Anam 6:93

En wie is onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah uitdenkt of zegt: 'Het is mij geopenbaard,' terwijl hem niets is geopenbaard en die zegt: 'Ik zal iets nederzenden dat gelijk is aan hetgeen Allah heeft nedergezonden?' O, kondet gij het waarnemen, wanneer de onrechtvaardigen in doodsstrijd zijn en de engelen hun handen uitstrekken, (zeggende): 'Geeft uw zielen op. Deze dag zal u de straf der schande worden toegekend, voor hetgeen gij ten onrechte tegen Allah zeidet en omdat gij u hoogmoedig van Zijn tekenen afwenddet

Verse 94 — Surah Al-Anam 6:94

Nu zijt gij ��n voor ��n tot Ons gekomen zoals Wij u eerst schiepen en gij hebt, hetgeen Wij u schonken achter u gelaten en Wij zien de bemiddelaren, waarvan gij beweerdet dat zij deelgenoten waren in uw zaken, niet bij u. Voorzeker is nu (de band) tussen u afgesneden en hetgeen gij placht te beweren is verloren gegaan

Verse 95 — Surah Al-Anam 6:95

Voorwaar, het is Allah die de graankorrel en de dadelpit doet uitspruiten. Hij brengt de levenden uit de doden voort en is de Voortbrenger van doden uit de levenden. Dat is Allah, waarheen wordt gij dan afgewend

Verse 96 — Surah Al-Anam 6:96

Hij doet de dag aanbreken en Hij heeft de nacht voor rust ingesteld en de zon en de maan voor het uitrekenen (der jaargetijden). Dat is de ordening van de Almachtige, de Alwetende

Verse 97 — Surah Al-Anam 6:97

Hij is het, Die de sterren voor u heeft gemaakt, opdat gij daardoor de juiste richting in de duisternissen van het land en van de zee moogt volgen. Wij hebben de tekenen uitgelegd aan een volk, dat kennis bezit

Verse 98 — Surah Al-Anam 6:98

En Hij is het, Die u van uit ��n ziel heeft voortgebracht en er is een verblijfplaats en een bewaarplaats voor u. Wij hebben de tekenen verklaard aan een volk dat begrijpt

Verse 99 — Surah Al-Anam 6:99

En Hij is het, Die water uit de wolken nederzendt en daardoor elke soort van groei voortbrengt. En evenzo brengen Wij daarmee groen, waarvan Wij korenaren voortbrengen. En er komen uit de scheden van de dadelpalm laaghangende trossen. En Wij (brengen er) wijngaarden en de olijf en de granaatappel (mee voort) van gelijke en ongelijke soort. Kijkt naar het fruit ervan, wanneer het vrucht zet en naar het rijpen daarvan. Hierin zijn voorzeker tekenen voor een volk dat (wil) geloven

Verse 100 — Surah Al-Anam 6:100

En zij houden de djinn voor deelgenoten van Allah ofschoon Hij dezen schiep; en zij dichten Hem, zonder kennis, zonen en dochters toe. Heilig is Hij en verheven boven hetgeen zij Hem toeschrijven

Verse 101 — Surah Al-Anam 6:101

Wondere Schepper der hemelen en der aarde. Hoe kan Hij een zoon hebben, wanneer Hij geen gemalin heeft? Hij heeft alles geschapen; en Hij is de Kenner van alle dingen

Verse 102 — Surah Al-Anam 6:102

Zo is Allah, uw Heer. Er is geen God naast Hem, (Hij is) de Schepper aller dingen, aanbidt Hem Want Hij is de Voogd over alles

Verse 103 — Surah Al-Anam 6:103

Ogen kunnen Hem niet bereiken; maar Hij bereikt de ogen. Want Hij is de Ontastbare, de Alwetende

Verse 104 — Surah Al-Anam 6:104

Er zijn inderdaad bewijzen van uw Heer tot u gekomen, wie dus ziet het is voor hemzelf en wie blind wordt het is tegen hemzelf. En ik ben geen bewaker over u

Verse 105 — Surah Al-Anam 6:105

En zo zetten Wij de tekenen uiteen, zodat zij zeggen: 'Gij hebt het geleerd (van iemand)', en opdat Wij het aan een volk dat kennis heeft, mogen duidelijk maken

Verse 106 — Surah Al-Anam 6:106

Volg, hetgeen u van uw Heer is geopenbaard: er is geen God naast Hem; en wend u van de afgodendienaren af

Verse 107 — Surah Al-Anam 6:107

En als Allah had gewild, zouden zij geen goden hebben opgericht. Wij hebben u (de Profeet) geen bewaker over hen gemaakt, noch zijt gij voogd over hen

Verse 108 — Surah Al-Anam 6:108

En scheldt degenen, die zij naast Allah aanroepen niet uit, anders zullen zij uit nijd in hun onwetendheid Allah uitschelden. Zo hebben Wij voor elk volk hun daden schoon doen schijnen. Dan zullen zij tot hun Heer terugkeren en Hij zal hen inlichten over hetgeen zij plachten te doen

Verse 109 — Surah Al-Anam 6:109

En zij zweren hun sterkste eden bij Allah, dat, indien er een teken tot hen zou komen, zij er gewis in zouden geloven. Zeg: 'Voorzeker, de tekenen zijn bij Allah.' En wat weet gij: Wanneer de tekenen komen, zullen zij stellig niet geloven

Verse 110 — Surah Al-Anam 6:110

En Wij zullen hun hart en ogen in verwarring brengen, omdat zij er voor de eerste keer niet in geloofden en Wij zullen hen in hun overtreding blindelings laten dwalen

Verse 111 — Surah Al-Anam 6:111

En zelfs al zonden Wij engelen tot hen neder en al spraken de doden tot hen en Wij verzamelden voor hen alle dingen van aangezicht tot aangezicht, zij zouden er niet in geloven, tenzij Allah dit wilde. Maar de meesten hunner gedragen zich onwetend

Verse 112 — Surah Al-Anam 6:112

Op dezelfde wijze hebben Wij een vijand voor elke profeet gemaakt, bozen van onder de mensen en de djinn. Zij fluisteren elkander vergulde woorden in om te bedriegen - en als uw Heer had gewild, zouden zij het niet hebben gedaan; laat hen daarom met rust met hetgeen zij verzinnen

Verse 113 — Surah Al-Anam 6:113

En opdat de harten dergenen die niet in het Hiernamaals geloven er zich toe neigen en zij er tevreden mee mogen zijn en dat zij mogen verdienen hetgeen zij willen verdienen

Verse 114 — Surah Al-Anam 6:114

Zal ik als rechter iemand anders zoeken dan Allah, terwijl Hij het is, Die u het Boek heeft nedergezonden dat uitvoerig is verklaard? En degenen, wie Wij het Boek gaven weten dat het van uw Heer is nedergezonden met de waarheid; behoort daarom niet tot degenen die twijfelen

Verse 115 — Surah Al-Anam 6:115

En het woord van uw Heer is in waarheid en rechtvaardigheid vervuld. Niemand kan Zijn woorden veranderen; Hij is de Alhorende, de Alwetende

Verse 116 — Surah Al-Anam 6:116

En als gij het merendeel dergenen die op aarde zijn, volgt, zullen zij u van Allah´s weg doen afdwalen. Zij volgen slechts vermoedens en zij doen niets dan gissen

Verse 117 — Surah Al-Anam 6:117

Voorzeker, uw Heer weet het beste wie van Zijn weg afdwaalt en Hij kent degenen, die recht geleid zijn

Verse 118 — Surah Al-Anam 6:118

Eet daarom van hetgeen waarover de naam van Allah is uitgesproken als gij in Zijn tekenen gelooft

Verse 119 — Surah Al-Anam 6:119

En welke reden hebt gij, dat gij niet van datgene zoudt eten, waarover de naam van Allah is uitgesproken, terwijl Hij u reeds heeft uitgelegd wat Hij u heeft verboden, - met uitzondering van datgene waartoe gij gedwongen zijt. En voorzeker, velen misleiden door hun boze neigingen zonder kennis. Waarlijk, uw Heer kent de overtreders het beste

Verse 120 — Surah Al-Anam 6:120

En schuwt openlijke, alsmede geheime zonden. Gewis, degenen die zonden begaan, zal voor hetgeen zij doen, worden vergolden

Verse 121 — Surah Al-Anam 6:121

En eet niet van hetgeen, waarover de naam van Allah niet is uitgesproken, want dat is zeker ongehoorzaamheid. En de bozen sporen hun vrienden aan opdat zij met u mogen redetwisten. Als gij hen gehoorzaamt zult gij inderdaad afgodendienaren zijn

Verse 122 — Surah Al-Anam 6:122

Is hij, die dood was en wie Wij het leven gaven en voor wie Wij een licht maakten waardoor hij onder de mensen wandelt, gelijk aan hem, wiens toestand zodanig is dat hij in de duisternissen verblijft waaruit hij niet kan wegkomen? Zo werd voor de ongelovigen schoonschijnend gemaakt hetgeen zij deden

Verse 123 — Surah Al-Anam 6:123

En zo hebben Wij in elke stad de groten tot haar schuldigen gemaakt zodat zij er in samenspannen en zij smeden slechts tegen hun eigen ziel, maar zij bemerken het niet

Verse 124 — Surah Al-Anam 6:124

En wanneer er tot hen een teken komt, zeggen zij: 'Wij zullen niet geloven voordat ons hetzelfde is gegeven als hetgeen Allah´s boodschappers is gegeven.' Allah weet het beste waar Zijn boodschapte plaatsen. Vernedering bij Allah en een strenge straf zal de overtreders voorzeker treffen, wegens hetgeen zij beramen

Verse 125 — Surah Al-Anam 6:125

Wie Allah ook wenst te leiden, Hij verruimt zijn hart voor de Islam en wie Hij wenst te laten dwalen, zijn hart maakt Hij eng en gesloten alsof hij een hoogte aan het beklimmen was. Zo legt Allah degenen die niet geloven, onreinheid op

Verse 126 — Surah Al-Anam 6:126

En dit is het rechtleidende pad van uw Heer. Wij hebben de tekenen inderdaad verduidelijkt voor een volk dat er lering uit wil trekken

Verse 127 — Surah Al-Anam 6:127

Voor hen is het Huis van Vrede (het Paradijs) bij hun Heer en Hij is hun Vriend, wegens hetgeen zij doen

Verse 128 — Surah Al-Anam 6:128

De Dag, waarop Hij hen allen tezamen zal verzamelen, (zal Hij zeggen): 'O, gezelschap van djinn, gij hebt een grote hoeveelheid mensen tot u getrokken.' En hun vrienden onder de mensen zullen zeggen: 'Onze Heer, wij hebben van elkander geprofiteerd, maar nu hebben wij de termijn welke Gij voor ons hebt vastgesteld bereikt.' Hij zal zeggen: 'Het Vuur is uw tehuis waarin gij zult vertoeven, behalve wat Allah moge behagen.' Voorzeker, uw Heer is Alwijs, Alwetend

Verse 129 — Surah Al-Anam 6:129

En op dezelfde wijze maken Wij sommigen der onrechtvaardigen tot vrienden voor de anderen, voor hetgeen zij verdienen

Verse 130 — Surah Al-Anam 6:130

O, gezelschap van djinn en mensen. Kwamen er niet uit uw midden boodschappers tot u die u Mijn tekenen verhaalden en die u voor de ontmoeting van deze Dag waarschuwden? Zij zullen zeggen: 'Wij getuigen tegen onszelven.' Het wereldse leven bedroog hen. En zij zullen tegen zichzelf getuigen, dat zij ongelovigen waren

Verse 131 — Surah Al-Anam 6:131

Dit komt, omdat uw Heer de steden niet onrechtvaardig wilde vernietigen, terwijl de mensen er van onbewust waren

Verse 132 — Surah Al-Anam 6:132

En er zijn voor allen graden overeenkomstig hetgeen zij doen en uw Heer is niet onopmerkzaam jegens hetgeen zij doen

Verse 133 — Surah Al-Anam 6:133

En uw Heer is Onafhankelijk, Barmhartig. En als Hij het wil, kan Hij u wegnemen en u doen opvolgen wie Hij wil, zoals Hij u uit het nageslacht van andere mensen deed ontstaan

Verse 134 — Surah Al-Anam 6:134

Hetgeen u is beloofd, zal voorzeker geschieden en gij kunt het niet voorkomen

Verse 135 — Surah Al-Anam 6:135

Zeg: 'O mijn volk, handel naar uw vermogen, ik handel ook. Gij zult weldra weten voor wie de uiteindelijke beloning van het tehuis zal zijn.' Waarlijk de onrechtvaardigen slagen nooit

Verse 136 — Surah Al-Anam 6:136

En zij hebben Allah een deel van de oogsten en van het vee aangewezen, dat Hij heeft voortgebracht en zij zeggen: 'Dit is voor Allah en dit is voor onze goden,' zoals zij het zich denken. Maar hetgeen voor hun afgoden is, bereikt Allah niet, terwijl hetgeen voor Allah is, hun afgoden wel bereikt. Slecht is hetgeen zij oordelen

Verse 137 — Surah Al-Anam 6:137

Op dezelfde manier hebben voor velen der afgodendienaren hun afgoden het doden hunner kinderen schoonschijnend gemaakt, opdat zij hen mogen vernietigen en verwarring in hun godsdienst doen ontstaan. En als Allah het wilde, zouden zij dit niet hebben gedaan, laat hen daarom met rust met hetgeen zij verzinnen

Verse 138 — Surah Al-Anam 6:138

Zij zeggen: 'Dit en dat vee en die en die oogsten zijn verboden, niemand zal er van eten, dan wie het ons belieft' - alzo beweren zij - en er is vee, welks ruggen verboden zijn en er is vee, waarover zij de naam van Allah niet uitspreken en zij bedenken een leugen over Hem. Hij zal hen weldra vergelden, hetgeen zij verzinnen

Verse 139 — Surah Al-Anam 6:139

En zij zeggen: 'Hetgeen in de baarmoeders van dit en dat vee is, is uitsluitend voor onze mannen en is onze vrouwen verboden, maar als het dood geboren wordt hebben zij allen er deel aan.' Hij zal hen naar hun bewering belonen. Voorzeker, Hij is Alwijs, Alwetend

Verse 140 — Surah Al-Anam 6:140

Zij, die hun kinderen door gebrek aan kennis uit domheid doden en hetgeen, waarvan Allah hen heeft voorzien, onwettig maken, een leugen over Allah smedende, zijn inderdaad afgedwaald - noch kunnen zij recht geleid worden

Verse 141 — Surah Al-Anam 6:141

Hij is het, Die tuinen doet ontstaan, wel of niet gestut en de dadelpalm en de korenvelden, waarvan de vruchten van verschillende soorten zijn en de olijf en de granaatappel van gelijke en ongelijke soort. Eet de vruchten ervan wanneer zij vruchten dragen, maar betaalt op de dag van de oogst, wat Hem verschuldigd is en verkwist het niet. Voorzeker, Allah heeft de verkwisters niet lief

Verse 142 — Surah Al-Anam 6:142

En Hij schiep onder het vee lastvee en slachtvee. Eet van hetgeen Allah u heeft voorzien en volgt de voetstappen van Satan niet. Voorzeker, hij is een openlijke vijand voor u

Verse 143 — Surah Al-Anam 6:143

Acht, in paren: Twee van de schapen en twee van de geiten. Zeg: 'Zijn het de twee mannelijke dieren, die Hij heeft verboden, of de twee vrouwelijke dieren, ofwel, hetgeen de baarmoeders der twee vrouwelijke dieren bevatten? Onderricht mij met zekerheid, indien gij waarachtig zijt

Verse 144 — Surah Al-Anam 6:144

En twee der kamelen en twee der runderen. Zeg: 'Zijn het de twee mannelijke dieren die Hij heeft verboden of de twee vrouwelijke dieren ofwel, hetgeen de baarmoeders der twee vrouwelijke dieren bevatten? Waart gij aanwezig toen Allah u dit oplegde? Wie is dan onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah bedenkt om de mensen zonder kennis te doen dwalen?' Voorzeker, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet

Verse 145 — Surah Al-Anam 6:145

Zeg: 'Ik vind in hetgeen mij is geopenbaard niets, dat een eter is verboden te eten, met uitzondering van het gestorvene of vloeiend bloed of varkensvlees, want dit alles is onrein - of, wat in overtreding is, waarover een andere naam dan Allah´s is aangeroepen. Maar wie door noodzaak wordt gedreven en niet begerig is noch de grens overschrijdt: uw Heer is dan voorzeker Vergevensgezind, Genadevol

Verse 146 — Surah Al-Anam 6:146

Wij verboden de Joden alle dieren die klauwen hebben en Wij verboden hun het vet van runderen, schapen en geiten, anders dan wat hun ruggen of hun ingewanden dragen of hetgeen met een been is gemengd. Dit is de vergelding, welke Wij hun voor hun opstandigheid gaven. En Wij zijn voorzeker Waarachtig

Verse 147 — Surah Al-Anam 6:147

En indien zij u verloochenen zeg: 'Uw Heer is de Heer der alomvattende Barmhartigheid doch Zijn straf zal van het schuldige volk niet worden afgewend

Verse 148 — Surah Al-Anam 6:148

Zij die afgoderij bedrijven, zullen zeggen: 'Als Allah het had gewild hadden wij noch onze vaderen afgoderij bedreven, noch hadden wij iets onwettig verklaard.' Op dezelfde wijze loochenden ook zij die v��r hen waren, totdat zij Onze straf ondergingen. Zeg: 'Hebt gij enige kennis? Toont het ons dan. Gij volgt niets dan vermoedens en gij doet niets dan liegen

Verse 149 — Surah Al-Anam 6:149

Zeg: 'Van Allah is het afdoende bewijs. Als Hij had gewild zou Hij u zeker allen hebben geleid

Verse 150 — Surah Al-Anam 6:150

Zeg: 'Brengt uw getuigen die getuigenis willen afleggen, dat Allah dit heeft verboden.´´ Als zij getuigen, getuig niet met hen, noch volg de boze neigingen van degenen die Onze tekenen verloochenen en van degenen, die niet in het Hiernamaals geloven en die medegoden aan hun Heer toeschrijven

Verse 151 — Surah Al-Anam 6:151

Zeg: 'Komt, ik zal u verkondigen, wat uw Heer heeft verboden;' n.l. dat gij iets met Hem vereenzelvigt en dat gij uw ouders niet goed behandelt en dat gij uw kinderen uit armoede doodt. - Wij zijn het, Die voor u en voor hen zorgen - en dat gij onbetamelijke daden hetzij openlijk of in het geheim begaat en dat gij een ziel ten onrechte doodt die Allah heilig heeft verklaard. Dit is, hetgeen Hij u heeft bevolen, opdat gij moogt begrijpen

Verse 152 — Surah Al-Anam 6:152

Beheert het eigendom van de wees, voordat hij volwassen is, niet anders dan op de beste wijze. En geeft de volle maat en het volle gewicht met rechtvaardigheid. Wij belasten geen ziel boven haar vermogen. En leeft, wanneer gij spreekt, rechtvaardigheid na, zelfs wanneer het een bloedverwant betreft en vervult het verbond van Allah. Dit is, hetgeen Hij u vermaant, opdat gij er lering uit moogt trekken

Verse 153 — Surah Al-Anam 6:153

En dit is het rechte pad dat tot Mij leidt. Volgt het daarom en volgt geen andere wegen opdat zij u niet van Mijn weg afleiden. Hiertoe vermaant Hij u, opdat gij vroom moogt zijn

Verse 154 — Surah Al-Anam 6:154

En Wij gaven Mozes het Boek, als voltooiing van de gunst aan hem die goed wilde doen en een uitleg van alle dingen en een leidraad en een barmhartigheid, opdat zij in de ontmoeting van hun Heer mochten geloven

Verse 155 — Surah Al-Anam 6:155

En dit is een Boek dat Wij hebben nedergezonden, vol van zegeningen. Volgt het daarom en hoedt u, opdat u barmhartigheid mag worden betoond

Verse 156 — Surah Al-Anam 6:156

Opdat gij niet zoudt zeggen: 'Het Boek was alleen geopenbaard voor twee volkeren die v��r ons leefden, en wij waren inderdaad met de inhoud er van onbekend

Verse 157 — Surah Al-Anam 6:157

Of ingeval gij zoudt zeggen: 'Voorzeker, als ons het Boek was nedergezonden, zouden wij beter zijn geleid dan zij.' Er is nu een duidelijk bewijs, leiding en barmhartigheid van uw Heer tot u gekomen. Wie is onrechtvaardiger dan hij die de tekenen van Allah verwerpt en er zich van afkeert? Wij zullen degenen, die zich van Onze tekenen afwenden met een vreselijke straf vergelden omdat zij zich hebben afgewend

Verse 158 — Surah Al-Anam 6:158

Verwachten zij niets anders dan dat engelen tot hen zouden komen, of dat hun Heer zou verschijnen of dat enige der tekenen van uw Heer zouden plaatshebben? Op de dag, wanneer enige der tekenen van uw Heer zullen verschijnen, zal het geloven geen ziel baten die voorheen niet geloofde noch iets goeds door haar geloof verdiende. Zeg: 'Wacht, Wij wachten ook

Verse 159 — Surah Al-Anam 6:159

Degenen, die scheiding in hun godsdienst maken en zich in secten verdelen - gij hebt met hen niets uitstaande. Hun zaak rust in Allah´s handen dan zal Hij hen bekend maken met hetgeen zij deden

Verse 160 — Surah Al-Anam 6:160

Wie een goede daad verricht zal tienmaal zoveel ontvangen, maar wie een slechte daad verricht zal alleen een daaraan gelijke vergelding ontvangen; hun zal geen onrecht worden aangedaan

Verse 161 — Surah Al-Anam 6:161

Zeg: 'Wat mij betreft, mijn Heer heeft mij op het rechte pad geleid - een goed geloof, de godsdienst van Abraham, de oprechte. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren

Verse 162 — Surah Al-Anam 6:162

Zeg: 'Mijn gebed en mijn offer, mijn leven en mijn dood zijn gewijd aan Allah, de Heer der Werelden

Verse 163 — Surah Al-Anam 6:163

Hij heeft geen gelijken. Zo is mij bevolen en ik ben de eerste der Moslims

Verse 164 — Surah Al-Anam 6:164

Zeg: 'Zal ik een andere Heer begeren buiten Allah, terwijl Hij de Heer aller dingen is?' En geen ziel handelt dan voor zichzelf alleen, noch draagt een lastdrager de last van anderen. Dan zal uw terugkeer tot uw Heer zijn en Hij zal u verklaren, waarover gij twisttet

Verse 165 — Surah Al-Anam 6:165

En Hij is het, die u op aarde tot opvolgers maakte en Hij heeft sommigen uwer in rang boven anderen verheven, opdat Hij u door hetgeen Hij u heeft gegeven, moge beproeven. Voorzeker, uw Heer is vlug in het straffen en voorzeker, Hij is Vergevensgezind, Genadevol