Back to Languages

    Dutch - Chapter 56

    Translation by Fred Leemhuis

    Verse 1

    Wanneer het aanstaande komt

    Verse 2

    waarvan niemand de komst kan loochenen

    Verse 3

    vernedert en verhoogt het

    Verse 4

    Wanneer de aarde hevig door elkaar wordt geschud

    Verse 5

    en de bergen geheel worden verbrijzeld

    Verse 6

    en dan verspreid stof worden

    Verse 7

    dan zullen jullie er in drie groepen zijn

    Verse 8

    Zij dan die aan de rechterkant staan -- wie zijn zij die aan de rechterkant staan

    Verse 9

    En zij die aan de sinistere kant staan -- wie zijn zij die aan de sinistere kant staan

    Verse 10

    Maar de eerstgekomenen zijn het eerst gekomen

    Verse 11

    zij zijn het die in de nabijheid [van God] zijn gebracht

    Verse 12

    in de tuinen van de gelukzaligheid

    Verse 13

    een groep van hen die er eertijds waren

    Verse 14

    en weinig van hen die er later waren

    Verse 15

    op rustbanken met inlegwerk

    Verse 16

    waarop zij tegenover elkaar zittend achteroverleunen

    Verse 17

    Bij hen gaan altijd jong blijvende jongelingen rond

    Verse 18

    met bekers en kruiken en een drinkbeker [waarin een drank is] uit een bron

    Verse 19

    waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en waarvan zij niet beneveld raken

    Verse 20

    en vruchten die zij voor zich uitkiezen

    Verse 21

    en vlees van gevogelte, wat zij maar begeren

    Verse 22

    En er zijn gezellinnen met sprekende grote ogen

    Verse 23

    die als welbewaarde parels zijn

    Verse 24

    Als beloning voor wat zij gedaan hebben

    Verse 25

    Zij horen er geen onzinnig geklets noch verleiding tot zonde

    Verse 26

    alleen maar het gezegde: Vrede, vrede

    Verse 27

    En zij die rechts staan -- wie zijn zij die rechts staan

    Verse 28

    Te midden van lotusbomen zonder doornen zijn zij

    Verse 29

    en opeengepakte bananen

    Verse 30

    uitgestrekte schaduw

    Verse 31

    vrij stromend water

    Verse 32

    en veel vruchten

    Verse 33

    zonder ophouden en niet onbereikbaar

    Verse 34

    op verhoogde rustbedden

    Verse 35

    Wij hebben haar laten ontstaan

    Verse 36

    En Wij hebben haar tot maagden gemaakt

    Verse 37

    als vurig beminnende even oude gezellinnen

    Verse 38

    voor hen die rechts staan

    Verse 39

    Een groep van hen die er eertijds waren

    Verse 40

    en weinig van hen die er later waren

    Verse 41

    En zij die links staan -- wie zijn zij die links staan

    Verse 42

    In een verzengende gloed en in gloeiend water staan zij

    Verse 43

    en in de schaduw van zwarte rook

    Verse 44

    die niet koud is noch weldadig

    Verse 45

    Voordien leefden zij in luxe

    Verse 46

    en volhardden in de geweldige zonde

    Verse 47

    Zij zeiden: "Wanneer wij gestorven zijn en stof en botten geworden, zullen wij dan opgewekt worden

    Verse 48

    En onze vaderen dan, die er eertijds waren

    Verse 49

    Zeg: "Zij die er eertijds waren en zij die er later waren

    Verse 50

    zullen bijeengebracht worden op de afgesproken tijd van een vastgestelde dag

    Verse 51

    Dan zullen jullie, o dwalers, die zeiden dat het leugens waren

    Verse 52

    eten van zakkoembomen

    Verse 53

    en daarvan de buiken vullen

    Verse 54

    En dan zullen jullie daarbij gloeiend water drinken

    Verse 55

    en dan zullen jullie drinken als een verdorste kameel

    Verse 56

    Dit is hun gastverblijf op de oordeelsdag

    Verse 57

    Wij zijn het die jullie geschapen hebben. Waarom willen jullie het niet geloven

    Verse 58

    Hoe zien jullie [het zaad] dat jullie uitstorten dan

    Verse 59

    Zijn jullie het die het scheppen of zijn Wij de schepper

    Verse 60

    Wij hebben voor jullie de dood verordend en niemand kan Ons voor zijn

    Verse 61

    wanneer Wij [jullie] door gelijksoortigen willen vervangen en jullie opnieuw laten ontstaan in een vorm die jullie niet kennen

    Verse 62

    Jullie kennen toch de eerste totstandkoming; waarom laten jullie je dan niet vermanen

    Verse 63

    Hoe zien jullie het dan als jullie het land bewerken

    Verse 64

    Zaaien jullie het in of zijn Wij het die zaaien

    Verse 65

    Als Wij wilden maakten Wij het tot gruis. Dan zouden jullie verbijsterd staan te kijken

    Verse 66

    Wij zijn met schulden beladen

    Verse 67

    Nee, ons is alles ontroofd

    Verse 68

    Hoe zien jullie het water dan dat jullie drinken

    Verse 69

    Hebben jullie het uit de wolken neer laten komen of hebben Wij het neer laten dalen

    Verse 70

    Als Wij wilden hadden Wij het pekelig gemaakt; waarom betuigen jullie dan geen dank

    Verse 71

    Hoe zien jullie het vuur dan dat jullie ontsteken

    Verse 72

    Hebben jullie de bomen ervoor laten ontstaan of hebben Wij ze laten ontstaan

    Verse 73

    Wij hebben het als een vermaning gemaakt en voor de woestijnbewoners als iets om te gebruiken

    Verse 74

    Prijs dan de geweldige naam van jouw Heer

    Verse 75

    Niet dan, Ik zweer bij het neervallen van de sterren

    Verse 76

    en dat is een geweldige eed, als jullie dat maar wisten

    Verse 77

    dat het werkelijk een voortreffelijke Koran is

    Verse 78

    in een goedbewaard boek

    Verse 79

    dat slechts zij die rein gemaakt zijn zullen aanraken

    Verse 80

    Een neerzending door de Heer van de wereldbewoners

    Verse 81

    Is het dan over dit bericht dat jullie toegeeflijk zijn

    Verse 82

    Maar jullie maken het tot jullie dagelijkse kost het te loochenen

    Verse 83

    Waarom [brengen jullie de levensadem] wanneer hij de keel bereikt niet [terug]

    Verse 84

    terwijl jullie op die tijd toekijken

    Verse 85

    Maar Wij zijn dichter bij hem dan jullie. Jullie zien het echter niet

    Verse 86

    Waarom, als jullie niet geoordeeld zullen worden

    Verse 87

    brengen jullie hem dan niet terug, als jullie gelijk hebben

    Verse 88

    En als hij behoort tot hen die in de nabijheid van God zijn gebracht

    Verse 89

    dan zijn er een koele bries, welriekende planten en een tuin van gelukzaligheid

    Verse 90

    En als hij behoort tot hen die rechts staan

    Verse 91

    dan is er "vrede zij met jou" van hen die rechts staan

    Verse 92

    En als hij behoort tot de dwalende loochenaars

    Verse 93

    dan is er een gastverblijf in gloeiend water

    Verse 94

    en gebraden worden in het hellevuur

    Verse 95

    Dit is de vaststaande waarheid

    Verse 96

    Prijs dan de geweldige naam van jouw Heer