Back to Languages

    Dutch - Chapter 59

    Translation by Fred Leemhuis

    Verse 1

    Wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is prijst God en Hij is de machtige, de wijze

    Verse 2

    Hij is het die de ongelovigen van de mensen van het boek bij de eerste verzameling uit hun woningen heeft verdreven. Jullie dachten niet dat zij zouden vertrekken en zij dachten dat hun versterkingen hen tegen God konden beschermen. Maar God kwam tot hen waar zij er niet op rekenden en Hij joeg hun harten schrik aan zodat hun huizen door hen eigenhandig en door de handen van de gelovigen verwoest werden. Leert dan de les daaruit, jullie die inzicht hebben

    Verse 3

    En als God voor hen niet de verbanning had voorgeschreven dan had Hij hen in de tegenwoordige wereld bestraft, maar in het hiernamaals is er voor hen de bestraffing van het vuur

    Verse 4

    Dat is omdat zij God en Zijn gezant tegenwerken. En als iemand God tegenwerkt, dan is God streng in de afstraffing

    Verse 5

    Dat jullie palmen hebben omgehakt en op hun wortels hebben laten staan, gebeurde met Gods toestemming en opdat Hij de verdorvenen te schande maakte

    Verse 6

    Wat God Zijn gezant aan van hen afkomstige buit gegeven heeft, dat hoefden jullie niet aan te sporen, paarden noch andere rijdieren. Maar God laat zijn gezant heersen over wie Hij wil; God is almachtig

    Verse 7

    En wat God Zijn gezant aan van de bewoners van de steden afkomstige buit gegeven heeft behoort God en Zijn gezant toe en de verwanten, de wezen, de behoeftigen en hij die onderweg is, opdat het niet in omloop komt bij de rijken onder jullie. Wat de gezant jullie geeft, neemt dat, maar wat hij jullie ontzegt, blijft daarvan af. En vreest God, want God is streng in de afstraffing

    Verse 8

    Het is ten bate van de arme uitgewekenen die uit hun woningen en van hun bezittingen verdreven zijn, want zij streven naar goedgunstigheid van God en welgevallen en zij helpen God en Zijn gezant; zij zijn de oprechten

    Verse 9

    En zij die al eerder dan zij in de woning gevestigd en in het geloof bevestigd waren beminnen hen die naar hen uitgeweken zijn; zij ondervinden in hun binnenste geen behoefte aan wat hun gegeven wordt en zij verkiezen hen boven zichzelf ook al hebben zij zelf gebrek. En wie voor de eigen hebzucht behoed worden, zij zijn het die het welgaat

    Verse 10

    En zij die na hen gekomen zijn zeggen: "Onze Heer, vergeef ons en onze broeders die ons in het geloof zijn voorgegaan en laat geen wrok in onze harten komen jegens hen die geloven. Onze Heer, U bent vol mededogen en barmhartig

    Verse 11

    Heb jij niet gezien naar hen die huichelen? Zij zeggen tot hun ongelovige broeders onder de mensen van het boek: "Als jullie verdreven worden zullen wij met jullie wegtrekken en wij zullen in iets wat jullie aangaat nooit iemand anders gehoorzamen en als men tegen jullie strijdt zullen wij jullie helpen." Maar God getuigt dat zij leugenaars zijn

    Verse 12

    Als zij verdreven worden zullen zij niet met hen wegtrekken en als men tegen hen strijdt, dan helpen zij hen niet en als zij al helpen, dan zullen zij zich omkeren om te vluchten. Dan zullen zij geen hulp krijgen

    Verse 13

    Jullie boezemen hun nog meer angst in dan God. Dat komt omdat zij mensen zijn die geen begrip hebben

    Verse 14

    Gezamenlijk bestrijden zij jullie slechts in versterkte steden of van achter muren. Hun onderling geweld is hevig; jij denkt dat zij gezamenlijk optreden, maar hun harten zijn verdeeld. Dat komt omdat zij mensen zijn die geen verstand hebben

    Verse 15

    Zoals bijvoorbeeld zij die kort voor hen het walgelijke van hun gedrag geproefd hebben; voor hen is er een pijnlijke bestraffing

    Verse 16

    Zoals bijvoorbeeld de satan, wanneer hij tot de mens zegt: "Wees ongelovig." En als hij ongelovig is geworden zegt hij: "Ik heb met jullie niets te maken, ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners

    Verse 17

    Maar hun beider einde is dat zij in het vuur terechtkomen waarin zij altijd zullen blijven. En dat is de vergelding voor de onrechtplegers

    Verse 18

    Jullie die geloven! Vreest God en ieder moet bekijken wat hij voor de dag van morgen voorbereidt. En vreest God, want God is welingelicht over wat jullie doen

    Verse 19

    En weest niet als zij die God vergeten hebben en die Hij dan zichzelf vergeten liet; zij zijn het die verdorven zijn

    Verse 20

    Zij die in het vuur thuishoren zijn niet gelijk aan hen die in de tuin thuishoren, want zij zijn de triomferenden

    Verse 21

    Als Wij deze Koran tot een berg hadden neergezonden, dan had jij hem zich zien verootmoedigen en uit vrees voor God zien barsten. Dit zijn de vergelijkingen die Wij voor de mensen maken; misschien zullen zij nadenken

    Verse 22

    Hij is God; er is geen god dan Hij, de kenner van het verborgene en het waarneembare, de erbarmer, de barmhartige

    Verse 23

    Hij is God; er is geen god dan Hij, de koning, de allerheiligste, de instandhouder, de veiligheidgever, de bewaker, de machtige, de geweldige, de trotse. Geprezen zij God, verheven als Hij is boven wat zij aan Hem als metgezellen toevoegen

    Verse 24

    Hij is God, de schepper, de maker, de vormgever. Hem komen de mooiste namen toe. Hem prijst wat er in de hemelen is en wat er op de aarde is en Hij is de machtige, de wijze